Gewijzigd initiatiefvoorstel van wet in verband met het tegengaan van acquisitiefraude

Bij brief van de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 29 augustus 2013 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van de leden Gesthuizen en Van Oosten tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van acquisitiefraude door het doen van misleidende mededelingen jegens diegenen die handelen in de uitoefening van hun beroep, bedrijf of organisatie en wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de strafbaarstelling van acquisitiefraude, met memorie van toelichting.

Het initiatiefwetsvoorstel heeft tot doel het tegengaan van acquisitiefraude jegens ondernemers. Onder acquisitiefraude wordt verstaan misleidende handelspraktijken tussen organisaties, waarbij verkooptechnieken worden gebruikt gericht op het winnen van vertrouwen en het wekken van verwachtingen teneinde de ander te bewegen tot het aangaan van een overeenkomst, waarbij de tegenprestatie niet of nauwelijks naar behoren wordt geleverd.

De initiatiefnemers stellen de volgende civielrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen voor om acquisitiefraude jegens ondernemers tegen te gaan:

  1. de regeling inzake de misleidende reclame in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt aangevuld in die zin dat een «misleidende omissie», bestaande in het weglaten of verborgen houden van essentiële informatie bij het aangaan van een transactie, als onrechtmatig handelen wordt aangemerkt;
  2. acquisitiefraude tegen ondernemers wordt strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht (WvSr).

De Afdeling advisering van de Raad van State onderkent dat acquisitiefraude het handelsverkeer, dat gebaseerd is op vertrouwen, kan ondermijnen. De Afdeling advisering maakt echter naar aanleiding van het wetsvoorstel opmerkingen over de tijdigheid van het voorstel in het licht van niet-wettelijke maatregelen die tegen acquisitiefraude (kunnen) worden genomen. Voorts maakt de Afdeling opmerkingen over de noodzaak en vormgeving van de voorgestelde civielrechtelijke regeling en strafrechtelijke regeling.

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State hebben de indieners het voorstel van wet gewijzigd. Tevens is de memorie van toelichting gewijzigd.

Bron: Overheid.nl

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF