Gevangenisstraffen tot vier jaar in beleggingsfraude met vastgoed

Het Functioneel Parket heeft op 5 oktober in de Rechtbank Midden-Nederland gevangenisstraffen tot vier jaar en werkstraffen geëist tegen in totaal zeven verdachten in een onderzoek naar miljoenenfraude met beleggingen. Slachtoffers hebben voor meer dan 24 miljoen euro ingelegd in de fondsen HVO III, HVO IV, DIM, DPF en Weststaete, waarmee onroerend goed in Duitsland zou worden aangekocht. Luchtkastelen

Het onderzoek door de FIOD is gestart naar aanleiding van een aangifte door de AFM. Uit het onderzoek blijkt dat de verdachten potentiele inleggers hebben overgehaald om geld te investeren in fondsen waarmee in Duitsland onroerend goed worden aangekocht. Dat deden zij met mooie beloften en mooie brochures. Beleggers werd een goed rendement in het vooruitzicht gesteld en hun inleg zou gegarandeerd zijn. Onafhankelijke Stichtingen zouden de geldstromen controleren. Het geld is anders besteedt dan beloofd. De inleggers zijn volgens het OM opgelicht: “Veelbelovende toezeggingen in de prospectussen worden niet verwerkelijkt. Het blijken luchtkastelen, magische trucs om de beleggers ertoe te bewegen grote sommen geld over te maken” zei de officier van justitie op zitting.

Uit het onderzoek komt naar voren dat er niet voldoende onroerend goed zou zijn aangekocht binnen de fondsen. Hierdoor waren huuropbrengsten lang niet voldoende om de rentebetalingen aan de inleggers te dekken. Daarnaast waren er grote kostenposten en privé-ontrekkingen door de hoofdverdachten. Er werden grote bedragen overgemaakt naar eigen rekeningen en er werden dure auto’s van gekocht. De fondsen konden zichzelf niet bedruipen, en waren voortdurend in geldnood. Om de liquiditeit tijdelijk op orde te krijgen werd daarom steeds een nieuw fonds opgericht. Een nieuw fonds genereert inleggelden, die onmiddellijk werden aangewend om liquiditeitsproblemen in andere fondsen op te lossen. Waardoor er weer te weinig overbleef om onroerend goed aan te kopen, waardoor er te weinig huuropbrengsten binnen kwamen om de kosten te dekken, het fonds in financiële problemen kwam, en er weer nieuw fonds opgericht moest worden. Op den duur schoven de hoofdverdachten wel nieuwe directeuren van de fondsen naar voren, om argwaan bij beleggers te voorkomen. De controle door ‘onafhankelijke’ stichtingen die moesten toezien op de geldstromen in de fondsen bleek een wassen neus.

Fraude ondermijnt vertrouwen in financiële sector

Het Openbaar Ministerie vindt beleggingsfraude ernstig. De fraudeurs presenteren zich naar de buitenwereld als nette zakenlieden. Met nette vennootschappen, prospectussen en jaarrekeningen. Juridische en financiële dienstverleners worden meegesleurd in de fraude. Notarissen die de vennootschappen hebben opgericht, een accountant die de boeken heeft gecontroleerd. Ook hen is vaak een rad voor ogen gedraaid en ook zij plukken de zure vruchten van het wantrouwen dat ontstaat in de financiële markten en alle dienstverlening daaromheen.

Een 65-jarige man uit Soest wordt samen met zijn 31-jarige zoon uit Amstelveen gezien als hoofdverdachte van de fraude. Zij worden verdacht van oplichting, beleggingsfraude, verduistering, valsheid in geschrifte en witwassen. De 65-jarige man heeft de fraude volgens het OM bedacht. Hij heeft zijn familie bij de fraude betrokken. Dat is ernstig, zei de officier van justitie op zitting: “Hij zoog zijn kinderen mee door hen mee te nemen bij zijn handelingen en hen te voorzien van geschenken afkomstig strafbare feiten.” De hoofdverdachten hebben volgens het OM veel gelden uit de fondsen opgemaakt: “Dit alles ging ten koste van het spaargeld van de inleggers, die bijna al hun ingelegde spaargeld zijn kwijtgeraakt. En ten koste van het vertrouwen in de financiële wereld. Een financiële wereld staat of valt met dat vertrouwen.” Daarom vindt het OM een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar passend voor de 65-jarige verdachte. Zijn zoon hoorde 30 maanden gevangenisstraf tegen zich eisen. De vrouw van de hoofdverdachte hoorde een werkstraf van 150 uur en een maand gevangenisstraf tegen zich eisen. Zij werkte volgens het OM alleen op papier voor de fondsen, maar ontving hier wel 300.000 euro voor. Dat geld heeft zij volgens het OM witgewassen.

Drie bestuurders en directeuren van de stichtingen en fondsen hoorden 18 maanden gevangenisstraf – waarvan zes maanden voorwaardelijk- en twee maal 12 maanden gevangenisstraf – waarvan zes maanden voorwaardelijk- tegen zich eisen. Het Om verwijt hen medeplegen van de strafbare feiten. Tegen een vierde directeur eiste het OM een werkstraf van 240 uur. Hij was wel bestuurder op papier maar heeft in mindere mate meegedaan aan de oplichting.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^