Geen strafrechtelijk onderzoek Srebrenica

Het Openbaar Ministerie stelt geen strafrechtelijk onderzoek in tegen de heren Karremans (commandant Dutchbat III), Franken (plaatsvervangend commandant Dutchbat III) en Oosterveen (personeelsfunctionaris Dutchbat III). Op basis van intensief en nauwgezet feitenonderzoek, komt het Openbaar Ministerie tot het oordeel dat Karremans, Franken en Oosterveen niet strafrechtelijk verwijtbaar betrokken zijn geweest bij de door het Bosnisch-Servische leger (VRS) gepleegde misdaden in juli 1995 in Srebrenica.

Aangifte

Op 5 juli 2010 ontving het Openbaar Ministerie een aangifte over betrokkenheid van Karremans, Franken en Oosterveen bij strafbare feiten begaan in Srebrenica in juli 1995. De aangifte heeft betrekking op de dood van Rizo Mustafic, Ibro Nuhanovic en Muhamed Nuhanovic nadat ze de compound hadden verlaten. In de aangifte wordt Karremans, Franken en Oosterveen verweten dat ze voornoemde slachtoffers hebben verwijderd van de compound en overgedragen hebben aan de VRS in de wetenschap dat dit zou hebben geleid tot hun dood. De VRS stond onder leiding van Mladic.

Feitenonderzoek

Naar aanleiding van de aangifte is een feitenonderzoek gestart. Dit onderzoek was erop gericht om - op basis van (reeds) beschikbare informatie en op basis van informatie genoemd in de aangifte - te beoordelen of er ten aanzien van Karremans, Franken en Oosterveen aanleiding is om strafrechtelijk onderzoek te doen.

Conclusie

Het Openbaar Ministerie concludeert op basis van het feitenonderzoek dat Karremans, Franken en Oosterveen geen strafrechtelijk verwijt treft ten aanzien van het ombrengen van Rizo Mustafic, Ibro Nuhanovic en Muhamed Nuhanovic door de VRS. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie zijn er geen aanwijzingen die noodzaken tot verder (strafrechtelijk) onderzoek.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF