Eerste Kamer akkoord met aanpassing toezicht en tuchtrecht gerechtsdeurwaarders

De Eerste Kamer heeft op 16 februari 2016 het voorstel tot Wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet als hamerstuk afgedaan.

Het voorstel bevat regels over wie als gerechtsdeurwaarder mag optreden, in combinatie met een sterker toezicht op de beroepsgroep. Dit moet leiden tot meer kwaliteit in de uitoefening van het ambt. Verder verdienen de opleiding en het niveau van vakbekwaamheid van gerechtsdeurwaarders blijvend aandacht.

Daarnaast komt er een openbaar register voor gerechtsdeurwaarders, zodat een ieder kan nagaan of de ambtshandelingen bevoegd zijn verricht. Dat register bevat ook de nevenbetrekkingen van gerechtsdeurwaarders. Zo krijgt het publiek inzicht in de verschillende belangen die een gerechtsdeurwaarder kan hebben. Dit speelt een rol bij de eis van onafhankelijkheid, die eveneens in de wet komt te staan.

Verder worden de werkzaamheden van het Bureau Financieel Toezicht uitgebreid tot algemeen toezicht. Dit betekent niet alleen een controle op de financiёle handel en wandel van gerechtsdeurwaarders, maar ook dat de integriteit van de beroepsgroep onder de loep wordt genomen. Bij een ernstig vermoeden van klachtwaardig handelen kunnen, naast de minister van Veiligheid en Justitie, in de toekomst ook het bestuur van de KBvG en het Bureau Financieel Toezicht de tuchtrechter vragen de betrokken gerechtsdeurwaarder direct te schorsen.

Dit wetsvoorstel voert het kabinetstandpunt naar aanleiding van het rapport van de commissie-Van der Winkel over de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en een groot deel van de aanbevelingen van deze commissie uit. Hierdoor wordt de integriteit en kwaliteit van gerechtsdeurwaarders verbeterd.

 

Print Friendly and PDF