De Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad | Een tussentijdse evaluatie in het licht van de mogelijke invoering in het strafrecht

Op 1 juli 2012 is de ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ in werking getreden.1 Deze wet (hierna ook wel Wpv of Wet prejudiciële vragen genoemd) maakt het voor de civiele feitenrechter (rechtbank en hof) mogelijk om gedurende een civiele procedure en alvorens daarin een einduitspraak te doen, prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De regeling is neergelegd in art. 81a RO en de artt. 392-394 Rv.

In dit rapport worden de volgende vragen beantwoord:

  • Hoe werkt de huidige procedure voor het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in het civiele recht?
  • Is het mogelijk, en zo ja, onder welke omstandigheden, om in het strafrecht een prejudiciële vraagprocedure in te voeren?

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF