Column: Voedselveiligheid en ongelijke bestraffing

Door Lauren Dallau (senior inspecteur/jurist bij de Inlichtingen- en –Opsporingsdienst van de NVWA). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. 

Afgelopen september is in Amerika 28 jaar cel opgelegd voor het willens en wetens verhandelen van met salmonella besmette producten, de zwaarste straf ooit in een voedselveiligheidsschandaal[1]. Ook in Nederland zijn voedselveiligheidsschandalen geen onbekend fenomeen. Zo kennen we onder andere de paardenvleesaffaire[2] en de fraude met bio-eieren[3]. In 2014 is ook een rapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid uitgekomen, Risico’s in de Vleesketen[4], waarin verschillende aanbevelingen gedaan zijn. Er is dus een hoop aan de hand met voedselveiligheid. Gelukkig is hier steeds meer politieke aandacht voor, zo zijn in april de bestuurlijke boetes voor het overtreden van de Warenwet verhoogd[5] en heeft Staatssecretaris Dijksma afgelopen maand maatregelen aangekondigd om het toezicht in de vleesindustrie te versterken[6]. Maar hoe zit het met de hoogte van de straffen in het (economisch) strafrecht?

Voedselveiligheid wordt in Europa onder andere gereguleerd door de General Food Law ofwel de Algemene Levensmiddelen Verordening (EU) nr. 178/2002 (ALV). In deze verordening staan algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. In de overwegingen is te lezen dat het noodzakelijk is alle aspecten van de voedselproductieketen als een geheel te beschouwen, vanaf de productie van diervoeders tot en met het verkopen en verstrekken van voedsel aan de consument, om de voedselveiligheid te borgen. De Nederlandse wetgever heeft er echter voor gekozen de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de ALV bij twee verschillende ministeries te beleggen. De implementatie van de verordening in de Wet Dieren valt onder het Ministerie van Economische Zaken en die in de Warenwet onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De wetten zien dan ook op andere belangen, de Wet Dieren op de bescherming van diergezondheid en het bevorderen van de afzet en de kwaliteit van dierlijke producten en de Warenwet op de volksgezondheid, eerlijke handel en goede voorlichting (etikettering). Beide wetten hebben echter bijbehorende besluiten en regelingen die gedragingen verbieden die zien op de voedselveiligheid zoals bijvoorbeeld artikel 14 van de ALV, het verbod op het in de handel brengen van onveilige levensmiddelen. Maar wanneer leg je nou overtreding van de Wet Dieren ten laste en wanneer de Warenwet?

Overtreding van artikel 14 van de ALV is opgenomen in de Regeling Dierlijke Producten. In artikel 2.2 van deze regeling is het toepassingsbereik aangegeven. Dit hangt af van het soort levensmiddelenbedrijf. Bedrijven zoals bedoeld in sectie I tot en met IV van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004 vallen onder deze regeling. Dit zijn bedrijven zoals slachterijen, uitsnijderijen, koel- en –vrieshuizen en houden zich voornamelijk bezig met ‘vers vlees’. Ter illustratie, het in de handel brengen van een lapje ‘vers vlees’ dat is afgesneden van het karkas in een slachterij valt onder de Wet Dieren. Als dit stukje ‘vers vlees’ vervolgens als worstje verkocht wordt door de supermarkt – een bedrijf dat niet valt onder voornoemd toepassingsbereik van de Regeling Dierlijke Producten – dan is de Wet Dieren niet meer van toepassing. Omdat het worstje een ‘vleesproduct’ is geworden valt dit onder de definitie van eet- en –drinkwaren zoals bedoeld in de Warenwet.

Het voorgaande heeft verregaande consequenties voor de op te leggen straf. Beide wetten zijn namelijk gesanctioneerd via de Wet op de Economische Delicten (WED), maar kennen een verschillende strafbedreiging. Overtreding van de Wet Dieren is een misdrijf (mits opzettelijk gepleegd), met een maximale gevangenisstraf van maar liefst zes jaren, terwijl in strijd handelen met de Warenwet een overtreding is waarop maximaal zes maanden gevangenisstraf staat. Ter illustratie, de verkoop door de slachterij aan de supermarkt is dus een misdrijf met de mogelijkheid van vele jaren gevangenisstraf, de verkoop door de supermarkt aan de consument is een overtreding met het risico van slechts enkele maanden gevangenisstraf.

Hiermee is door de Nederlandse wetgever een knip gemaakt in de handhaving van de voedselveiligheid. Dit betekent dat in dezelfde voedselproductieketen, waarvan Europa heeft gezegd dat het beschouwd moet worden als één geheel, dezelfde overtredingen – weliswaar op andere momenten in de keten - verschillend bestraft worden. Zoals in de inleiding al is vermeld is het bestuursrechtelijke kader afgelopen jaar aangescherpt, maar wanneer is het strafrechtelijk kader aan de beurt? Zou dit niet weer een amendement in de maak moeten zijn?

 

[1] https://www.washingtonpost.com/national/health-science/a-life-sentence-for-shipping-tainted-peanuts-victims-families-say-yes/2015/09/19/e844a314-5bf1-11e5-8e9e-dce8a2a2a679_story.html

[2] https://www.nvwa.nl/onderwerpen/meest-bezocht-a-z/dossier/jaarverslag-2013/voedselfraude/de- paardenvleesaffaire

[3] http://www.eenvandaag.nl/binnenland/44907/nederland_spil_in_fraude_met_bio_eieren

[4] http://www.onderzoeksraad.nl/uploads/phase-docs/559/0257ce30ca1drisico-s-vleesketen-nl-web.pdf

[5] http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/kamer_in_het_kort/hogere-boetes-bij-overtreding- warenwet

[6] http://www.nu.nl/politiek/4146701/vleeskeuring-weer-taak-van-overheid.html

Print Friendly and PDF