Column: proactieve persberichten van het openbaar ministerie: publieksvoorlichting of PR?

Door Jakoline Winkels (Stibbe)

Op 14 maart 2018 verscheen een persbericht op de website en Twitter van het openbaar ministerie: "FIOD verdenkt belastingadviseur van aanbieden frauduleuze buitenland-constructies." (link) In het persbericht wordt aandacht gevraagd voor een strafrechtelijk onderzoek van de FIOD naar een belastingadviseur. Een onderzoek dat tot op dat moment nog niet bekend was. In het bericht worden veel details en informatie over de verdachte en het onderzoek verstrekt, waardoor vrijwel onmiddellijk na publicatie bekend werd op wie het betrekking had: "Al vrij snel nadat het Openbaar Ministerie de invallen naar buiten bracht, werd gewezen naar Frank B., aangezien er niet zo heel veel fiscalisten zijn die bekend zijn met dit metier, de entertainmentsector én Cyprus en Guernsey.", aldus Quote. Van de reputatie van deze fiscalist was na het persbericht van het openbaar ministerie weinig meer over. Hij verscheen diezelfde avond met een zwart balkje voor zijn hoofd in RTL Boulevard, waar een bekende misdaadverslaggever over "Frank B." opmerkte dat de FIOD alleen maar overgaat tot een inval als er "heel veel aanwijzingen en bewijzen" zijn.

Een ander recent voorbeeld verscheen 28 februari 2018 op de website van de FIOD: "FIOD houdt 3 verdachten aan in onderzoek naar corruptie." (link) Ook in dit bericht werd weinig terughoudend omgegaan met het verschaffen van informatie over de verdachten en de verdenkingen. Dankzij de weinig verhullende bewoordingen lagen ook in dit geval de namen van verdachten binnen enkele uren op straat, met alle gevolgen van dien. Diezelfde dag verscheen op de website van een landelijk dagblad: "De fiscale opsporingsdienst FIOD heeft woensdagmorgen topman Cor M. van Mul Projectontwikkeling en twee directeuren van bouwbedrijf Hillen & Roosen in Amsterdam gearresteerd in een corruptieschandaal."

Dit soort "proactieve persberichten" roepen vragen op: waarom bevatten deze berichten zo veel informatie? Waarom worden er na een inval en/of een aanhouding al persberichten gepubliceerd? Wat is het doel daarvan?

Veelgehoorde argumenten van de zijde van het openbaar ministerie om proactief naar buiten te treden, zijn dat het openbaar ministerie aan het publiek verantwoording af wil leggen en het publiek wil informeren over strafrechtelijke onderzoeken (publieksvoorlichting).

Bij mij laten proactieve persberichten een andere indruk achter, namelijk dat met de publicatie vooral een eigen PR belang gediend. Dat komt zowel door het moment van publiceren, als door de inhoud en toonzetting van recente persberichten.

Vooropgesteld zij dat er geen enkele verplichting is voor openbaar ministerie of FIOD om zelf de publiciteit te zoeken in een lopend strafrechtelijk onderzoek. Het publiek voorlichten naar aanleiding van eventuele ontstane persaandacht voor een concrete strafzaak kan vanzelfsprekend ook reactief. Door dit proactief te doen hebben ze echter een scoop en kunnen ze zelf bepalen welke boodschap ze met het nieuws willen geven. Dat is goed voor hun imago. Met proactieve persberichten laten het openbaar ministerie en de FIOD aan het publiek zien dat zij niet stil zitten en hard optreden bij vermoedens van (belasting)fraude en corruptie.

De inhoud van proactieve persberichten suggereert dat de opstellers niet alleen graag de eerste willen zijn met het nieuws, maar dat ze ook graag willen dat het breed wordt opgepikt. Ik constateer dat in recente proactieve persberichten zoals de bovenstaande een aantal bijzondere maar verder irrelevante details over de verdachte en de verdenkingen in het persbericht zijn opgenomen. Nog afgezien van de vraag waarom het publiek in dit vroege stadium überhaupt over deze strafrechtelijke onderzoeken voorgelicht moest worden, geldt dat het verspreiden van dit soort details niet nodig is voor het voorlichten van het publiek. Waarom is het bijvoorbeeld relevant om te vermelden dat de vermeende steekpenningen zouden zijn gebruikt voor "de sportcarrière van de zoon van de projectontwikkelaar"? Waarom is het relevant om te vermelden dat de belastingadviseur werkzaam was in de "media en entertainment" sector? Deze details hebben niets met "publieksvoorlichting" te maken, maar verschaffen journalisten wel een vliegende start bij het zoeken naar namen en rugnummers.

Natuurlijk zullen journalisten ook op zoek gaan naar de persoon achter het persbericht als er minder details worden gegeven. Het komt ongetwijfeld ook voor dat informatie gelekt is of men op andere wijze al op de hoogte is van een strafrechtelijk onderzoek. Maar ook in die gevallen is het van overheidswege verspreiden van dit soort details over de verdachte en verdenking niet gerechtvaardigd. Het verspreiden is in sommige gevallen zelfs in strijd met de eigen Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging (hierna: de Aanwijzing). Die schrijft voor dat het openbaar ministerie geen gegevens verstrekt wanneer deze verstrekking "direct of in combinatie met andere bronnen kan leiden tot identificatie van de verdachte". Dat lijkt mij een duidelijke regel. Desondanks is het verspreiden van gegevens die in combinatie met andere bronnen onmiddellijk leiden tot identificatie van de verdachte aan de orde van de dag.

Waarom bevatten deze persberichten naar de individuele verdachte herleidbare details? Vermoedelijk omdat een persbericht dat niet herleidbaar is naar een concrete persoon of onderneming (veel) minder nieuwswaarde heeft. Het is immers moeilijk om een aansprekend artikel te schrijven over een onbekende persoon of bedrijf. Journalisten zullen een onherleidbaar persbericht dan ook minder snel oppikken. Een inherent gevolg daarvan is: minder aandacht voor het optreden van FIOD en openbaar ministerie. Kennelijk willen de opstellers van deze berichten dit voorkomen. Met publieksvoorlichting heeft dat weinig te maken, dat kan immers ook met een werkelijk anoniem persbericht op de eigen website. Het streven naar publiciteit komt volgens mij voort uit een ander belang: het belang van een stevig imago.

De indruk dat er een PR doel ten grondslag ligt aan proactieve persberichten wordt versterkt door de weinig zakelijke toonzetting van enkele recente persberichten. Daarbij is kwalijk dat deze berichten mede door de toonzetting de indruk kunnen wekken dat de verdachte schuldig is. Dat is in strijd met vaste Europese rechtspraak over publieke verwijzingen naar schuld en de Europese Richtlijn betreffende de onschuldpresumptie die publieke verwijzingen naar schuld expliciet verbiedt (zie o.a. EHRM 10 februari 1995, appl. nr. 15175/89 (Allenet de Ribemont/Frankrijk en artikel 4 van de Richtlijn 2016/343).

In het persbericht over de belastingadviseur wordt gesproken over het oprichten van vennootschappen in "belastingparadijzen" en over "miljoenen euro's uit het zicht van Nederlandse autoriteiten (…) helpen stallen". Het persbericht sluit af met: "Belastingfraude ondermijnt het stelsel, het rechtvaardigheidsgevoel en het vertrouwen in de overheid. Daarom wordt belastingfraude aangepakt." Bewoordingen als "belastingparadijzen", "miljoenen euro's", "helpen stallen" passen een openbaar ministerie niet. Juist van een openbaar aanklager mag een terughoudende en zakelijke toonzetting gevergd worden (zie Hoge Raad, Civiele kamer, 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3161 naar aanleiding van de Clickfondszaak). Het openbaar ministerie schrijft weliswaar over een "verdenking", maar door het gedetailleerde bericht over het strafrechtelijk onderzoek naar de belastingadviseur af te sluiten met de opmerking dat "belastingfraude ondermijnt" en dat het openbaar ministerie dat "aanpakt", wekt het bericht zonder twijfel de indruk dat de belastingadviseur naar de mening van het openbaar ministerie schuldig is. Dat mag niet, want dat is een publieke verwijzing naar de schuld van verdachte.

Deze toonzetting heeft volgens mij niets met publieksvoorlichting te maken. Het publiek wordt zelfs onjuist voorgelicht omdat het de indruk krijgt dat de verdachte schuldig is. Waarom kiest het openbaar ministerie dan toch voor deze toonzetting en deze ferme uitlatingen? De enige verklaring die ik daarvoor kan bedenken is dat deze stoere toon het imago van het openbaar ministerie als crimefighter verstevigt. Een PR belang.

Het openbaar ministerie gaat over het algemeen niet over één nacht ijs bij het uitbrengen van persberichten. Aangezien er voldoende gelegenheid is om tekst van een persbericht te overdenken, is het absoluut mogelijk om een zakelijk, terughoudend persbericht op te stellen dat geen details bevat die ertoe leiden dat de verdachte binnen enkele uren geïdentificeerd is en dat geen publieke verwijzing naar schuld oplevert. Kennelijk doen de opstellers van deze persberichten dat bewust niet. Dat sterkt mij in mijn overtuiging dat proactieve persberichten in de eerste plaats zijn opgesteld en gepubliceerd vanuit een eigen PR belang. Dit gaat ten koste en over de rug van de verdachte. Het ziet er helaas niet naar uit dat het openbaar ministerie uit eigen beweging een einde zal maken aan deze praktijk. Het is dan ook wachten op het volgende persbericht over een doorzoeking of aanhouding. Ik ben benieuwd welke zoektips er dit keer gegeven zullen worden.

 

Print Friendly and PDF