Column: Mediation in het Strafrecht

Door Lizette Vosman (Knoops' Advocaten)

De steeds groter wordende rol van het slachtoffer in het strafrecht is een tendens die zich een aantal jaren geleden heeft ingezet. Zo kan het slachtoffer makkelijker de geleden schade verhalen op de dader, heeft het slachtoffer spreekrecht en per 1 januari 2011 is de ‘Wet Versterking Positie Slachtoffer in het Strafproces’ in werking getreden. Staatssecretaris Teeven diende in oktober van dit jaar nog een wetsvoorstel in om het spreekrecht van slachtoffer verder aan te vullen. Hij stelt voor dat slachtoffers op de terechtzitting kunnen aangeven wat ze vinden van de schuld van de verdachte, het bewijs dat in de strafzaak is verzameld en wat de straf zou moeten worden.

Op 13 november 2013 zijn zes rechtbanken in Nederland gestart met een proef om mediation in te zetten naast strafrecht. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Noord-Holland, Oost-Brabant en Zeeland-West-Brabant doen mee aan deze nieuwe pilot voor een periode van negen maanden. Is dit weer een nieuw instrument ter versterking van de positie van het slachtoffer of kan de verdachte er ook mee gebaat zijn om mee te werken aan mediation en wat zijn de mogelijke risico’s? Het wetenschappelijk rapport “De legitimiteit van de rechterlijke macht” dat door de Teldersstichting vorige week aan minister Opstelten werd aangeboden, gaat ook uitvoerig in op het belang van meditation in het strafrecht onder bepaalde voorwaarden.

In tegenstelling dat andere rechtsgebieden is er in het strafrecht nog niet veel ervaring met mediation. Van oktober 2010 tot mei 2011 is er in Amsterdam al wel geëxperimenteerd met mediation naast strafrecht. De ervaringen waren positief, zo blijkt uit het evaluatierapport van dr. Verberk[1]. Uit andere Europese landen, waar al langer gebruik wordt gemaakt van mediation in het strafrecht, waaronder in Frankrijk, België, Verenigd-Koninkrijk en Duitsland, zijn de geluiden ook positief.

Met de pilot wordt voldaan aan internationale verplichtingen. In het ‘Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure’ werd bemiddeling in strafzaken al genoemd en in 2012 is deze richtlijn vervangen door de EU-richtlijn ‘Minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten’.

Het mediation-traject kent verschillende fasen. Met instemming van de officier van justitie worden er gesprekken gevoerd tussen het slachtoffer en de verdachte onder begeleiding van een mediator. Daarnaast kan ook de rechter de zaak verwijzen naar een mediator of mediation (herstelgesprek) opnemen als voorwaarde in het vonnis. Als er afspraken zijn gemaakt tussen het slachtoffer en de verdachte kunnen deze worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Het kan ook al voldoende zijn als de verdachte zijn excuses maakt aan het slachtoffer of uitlegt hoe en waarom hij heeft gehandeld.

Waarom zou een verdachte willen meewerken aan mediation? Sinds 2012 zijn rechters op grond van artikel 51h Sv verplicht om rekening te houden met de resultaten van een succesvolle mediation. Een geslaagd mediationtraject kan daarom betekenen dat er geen strafoplegging volgt of dat de zaak door het openbaar ministerie wordt geseponeerd met een code 70 (verhouding benadeelde geregeld). Naast deze voordelen levert deelname aan mediation ook risico’s op voor de verdachte. Een verdachte heeft recht op een eerlijk proces en dient daarom goed te worden voorgelicht over de consequenties van een mogelijke deelname aan mediation. Hij moet hierover allereerst in vrijheid kunnen beslissen met advies van een advocaat. Een ander aspect is het onschuldbeginsel. Je bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen op grond van door de rechter vastgestelde feiten. Mediation voorafgaand aan de terechtzitting is in feite een schending van de onschuldpresumptie. Ondanks het feit dat het geen harde voorwaarde is dat een verdachte alle feiten bekent, wordt  - voor een deelname aan mediation – enige bekentenis en inzicht in de daden wel vereist. Stel dat een mediation-traject toch niet slaagt, bijvoorbeeld doordat het slachtoffer zich terugtrekt, dan komt de zaak alsnog voor bij de rechter. De vraag is wat er dan gebeurt met de ‘bekentenis’ van de verdachte.

Een ander mogelijk knelpunt is – in lijn met het voorgaande – dat een verdachte niet meer alle verweren kan voeren die hij zonder het mediationtraject wel had kunnen voeren. Ook hier heeft de advocaat een belangrijke taak om zijn cliënt te adviseren over de voor- en nadelen van zijn deelname aan mediation. Dan is er nog het aspect van de rechtsongelijkheid nu je als verdachte afhankelijk bent van de bereidheid van het slachtoffer om deel te nemen aan mediation. Verdachten bij wie het slachtoffer niet wil meewerken aan mediation zouden in een nadeligere positie kunnen verkeren dan bij verdachten bij wie het slachtoffer wel wil meewerken.

Het streven is om 400 zaken voor mediation  aan te brengen de komende negen maanden. Voor een aantal zaken is deelname aan mediation door een verdachte zeker geschikt. Denk aan first offenders of zaken waren dader en slachtoffer elkaar goed kennen. Mediation kan in die gevallen zeker een bijdrage leveren aan een vorm van herstel, maar het blijft belangrijk om beducht te zijn op de mogelijke gevolgen wanneer na mediation toch tot strafvervolging wordt overgegaan.



[1] Dr. Verberk, ‘Mediation naast strafrecht in het arrondissement Amsterdam: Een beschrijving van het proces en een verkenning van de effecten,’ oktober 2010.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF