CBb staat gebruik van tapverslagen in boetezaken toe

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vernietigt twee uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarbij de rechtbank boetes die de Autoriteit Consument & Markt had opgelegd in twee kartelzaken, niet in stand had gelaten. Het gaat om een vermeend kartel van inzamelaars van zeescheepsafval en om een vermeend kartel van bouwbedrijven in Limburg. De rechtbank was van oordeel dat ACM geen gebruik had mogen maken van de verslagen van telefoontaps die zij op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens had verkregen van het Openbaar Ministerie, omdat er geen kenbare, voor de rechter toetsbare afweging van het OM was op het moment van de verstrekking. Het CBb onderschrijft dit oordeel van de rechtbank niet. Uit de Wjsg volgt in elk geval niet de verplichting dat een schriftelijke motivering voorligt ten tijde van de verstrekking van de tapverslagen. Het CBb komt tot de conclusie dat de tapverslagen rechtmatig zijn verkregen en aan ACM zijn verstrekt. ACM mocht er dan ook gebruik van maken bij het nemen van een beslissing over het opleggen van een bestuurlijke boete.

Omdat de rechtbank niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepen tegen de opgelegde boetes en vanwege het belang dat boetezaken in twee instanties worden beoordeeld, worden de zaken teruggewezen naar de rechtbank.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF