Beslag op documenten die afhankelijk van de wil van verdachte zijn ontstaan: niet het feit dat verdachte de documenten heeft gemaakt, maar de inhoud van die documenten is beslissend

Door K. Regter Advocaat te Heerlen

Als een bedrijf verdacht wordt van het gepleegd hebben van strafbare feiten kunnen opsporingsdiensten onderzoek doen naar de feiten en omstandigheden. Een manier om daarbij aan bewijs te komen is het uitvoeren van een doorzoeking ten behoeve van de waarheidsvinding door te zoeken naar documenten waarop (bewijs)beslag gelegd kan worden. Voordat tot doorzoeking wordt overgegaan, wordt om uitlevering van de gewenste bewijsstukken gevraagd. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 5 december 2014[1] een voor de praktijk interessante uitspraak gewezen.

De casus

Op 1 juni 2007 heeft bij het bedrijf BV X een emissie van procesgas (TiC14-titaantetrachloride) plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze emissie is een strafrechtelijk onderzoek gestart. Op grond van de Wet Economische Delicten werd van BV X de uitlevering gevorderd van het interne onderzoek van BV X en de bijbehorende onderliggende stukken, waaronder de Tripod analyse. (Zou uitlevering niet hebben plaatsgevonden, dan zouden de opsporingsdiensten gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot doorzoeking ter inbeslagneming van bewijsmateriaal).

Elke verdachte, ook een rechtspersoon, heeft het recht om zichzelf niet te belasten in een strafrechtelijke procedure tegen hem en mag daarom gebruik maken van zijn zwijgrecht.

BV X stelde zich op het standpunt dat door bedoelde documenten te vorderen haar recht op haar zwijgrecht tot een illusie zou maken. De documenten werden in een verzegelde enveloppe aan de Officier van Justitie overhandigd. BV X diende vervolgens een klaagschrift in bij de rechtbank en wilde de documenten terugkrijgen. De Officier van Justitie had toegezegd de enveloppe niet te openen gaande die procedure.

In jurisprudentie is uitgemaakt dat voor het bewijs wel gebruik gemaakt mag worden van onder dwang[2] door de verdachte afgegeven materiaal, waaronder documenten. Echter, als het gebruik van die verklaringen in de strafzaak tegen verdachte zijn recht om te zwijgen en daarmee zijn recht om zichzelf niet te belasten van betekenis zou ontdoen, dan mogen die documenten niet als bewijs worden gebruikt.  Daarbij is niet bepalend of de documenten zijn opgesteld door de verdachte, maar de aard van de in die documenten vervatte verklaring van de verdachte.

Uiteindelijk[3] is deze zaak bij het Hof  terechtgekomen. Het Hof beoordeelt de inhoud van de documenten en stelt vast dat het een intern onderzoek naar het incident van 1 juni 2007 betreft, dat is tot stand gekomen op basis van de wil van klaagster afhankelijk: de verdachte had de keuze gemaakt om een intern onderzoek te starten, had beslist hoe dat onderzoek zou plaatsvinden, wat al dan  niet onderzocht zou worden, wat er al dan niet van dat onderzoek in een rapport zou worden vastgelegd en welke conclusies en/of aanbevelingen op basis van dat rapport zouden worden getrokken of gedaan. Dit leidt het hof tot de conclusie dat het gebruik tot het bewijs van de gevorderde in documenten  vervatte, verklaringen van de klaagster als verdachte in een strafzaak het recht van de klaagster in die strafzaak om te zwijgen en daarmee haar recht om zichzelf niet te belasten, van zijn betekenis zou ontdoen. De vordering tot uitlevering strijdt daarom in dit geval met het bepaalde in artikel 6 EVRM. Het Hof verklaart het beklag daarom gegrond en bepaald dat de documenten aan BV X moeten worden teruggegeven.

Het OM mag van deze documenten geen kennis nemen en de documenten mogen niet als bewijs tegen BV X gebruikt worden. Dat wil niet zeggen dat het OM niet tot vervolging mag overgaan. Het OM zag echter zelf het bewijs tegen de verdachte moeten verzamelen en mag daarbij geen gebruik maken van de door verdachte opstelde documenten als hiervoor beschreven.

Gaat een verdachte over tot overlevering van gevorderde documenten, dan is het derhalve met inachtneming van bovenstaande nog helemaal niet zeker dat het OM kennis kan nemen van de inhoud van die documenten.



[1] ECLI:NL:GHDHA:2014:4095

[2] Namelijk onder de dreiging tot doorzoeking en/of inbeslagneming van de hele administratie

[3] Na vernietiging en terugverwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 21 december 2010 van een eerdere beslissing (ECLI:NL:HR:2010:BL0666)

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF