Beantwoording kamervragen over het bericht dat Nederland laks is in de bestrijding van corruptie

Uit een rapport van de organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), zou blijken dat Nederland te weinig doet aan de bestrijding van corruptie en omkoping. Opstelten reageert hierop als volgt: "Het rapport van de OESO ziet op een zeer specifieke vorm van omkoping: omkoping van buitenlandse ambtenaren in handelstransacties."

Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar de bestrijding van corruptie en omkoping door Nederland. Naar verwachting zal in het najaar van dit jaar een beleidsreactie over de Nederlandse corruptiebestrijding aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Op de vraag van Gesthuizen en Merkies (beiden SP) hoe het mogelijk is dat van de 22 corruptiezaken die gesignaleerd er 14 in het geheel niet zijn onderzocht en er tot nu toe in geen enkele zaak een veroordeling uit is voortgekomen antwoord Opstelten dat het onjuist is dat Nederland bedrijven en personen die zich in het buitenland schuldig maken aan corruptie en omkoping hiermee laat wegkomen. "Zo is er recentelijk de miljoenenschikking met Ballast Nedam geweest en zijn er nog een aantal zaken in onderzoek. Naar verwachting komt één daarvan dit jaar voor de rechter." Daarbij merkt Opstelten op dat strafzaken over buitenlandse omkoping uitzonderlijk ingewikkeld zijn, waardoor ze veel tijd en capaciteit vergen. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de OESO zich baseert op informatie uit openbare bronnen (zoals weblogs), en daarbij indicaties dat er sprake is van buitenlandse omkoping soms zonder meer worden meegenomen als beschuldigingen. Niet alle meldingen zijn echter concreet genoeg en geven aanleiding tot een strafrechtelijke verdenking dan wel tot het instellen van strafrechtelijk onderzoek. Vermoedens die voldoende aanknopingspunten bieden worden aangebracht bij de Rijksrecherche, die deze in onderzoek neemt, aldus Opstelten.

 

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF