Amsterdam te snel met inzet van observatie bij bijstandscontrole

In zijn uitspraak van 16 juli 2013 beslist de Centrale Raad van Beroep dat het schenden van de privacy van een bijstandsgerechtigde - door hem langdurig te observeren - op grond van Europese regels in dit geval niet mocht, omdat er een ander - minder ingrijpend - middel was voor de controle van het recht op bijstand.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

In de uitspraak van 16 juli 2013 oordeelt de Centrale Raad van Beroep over de sociale dienst van de gemeente Amsterdam die bijstandsontvanger controleerde door hem veelvuldig in het geheim te observeren. Omdat dit controlemiddel de privacy schendt, mag de gemeente alleen inbreuk op dat grondrecht maken als die inbreuk voldoet aan de Europese regels. Die regels staan in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De inbreuk op het grondrecht moet noodzakelijk zijn en er mag ook geen ander - minder ingrijpend - middel zijn. In dit geval oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de gemeente voordat zij overging tot observatie eerst een controlebezoek had kunnen afleggen. Als dan zou blijken dat de oorspronkelijke verklaring van de bijstandsgerechtigde niet klopte, had de gemeente grond gehad om te gaan observeren.

In deze zaak gaat het om een onderzoek naar een bijstandsontvanger met een parttime baan. De bijstandsontvanger had verklaard dat hij vijf en twintig uur per week verdeeld over vijf dagen in een naaiatelier werkte. Medewerkers van de gemeente Amsterdam observeerde in het geheim vanaf de openbare weg - gedurende negentien dagen in totaal zeventien keer - of de bijstandsontvanger in het naaiatelier aan het werk was. Dat bleek inderdaad zo te zijn, ook op de dagen waarop hij volgens zijn verklaring niet zou werken. Toch mag de uitkomst van deze observaties niet worden gebruikt als bewijs. De Centrale Raad van Beroep vindt - evenals de rechtbank Amsterdam - namelijk dat de gemeente in dit geval de privacy van de bijstandsontvanger ten onrechte schond. Er was immers een ander - minder ingrijpend - middel om te onderzoeken of de bijstandsontvanger recht had op bijstand. De gemeente had eerst de bijstandsontvanger op de werkplek kunnen bezoeken op een moment waarop de hij volgens zijn eerdere verklaring niet zou werken. Als dan was gebleken dat zijn verklaring niet klopte had de gemeente het middel van observatie kunnen inzetten om de omvang van de werkzaamheden vast te stellen.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is in deze zaak een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraak dan ook geen hoger beroep instellen.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF