Inwerkingtreding Rechtshulpverdrag met Marokko

Op 1 december 2012 is in werking getreden: het Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, tot stand gekomen op 20 september 2010. Het Verdrag faciliteert samenwerking en bevat afspraken over met name de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, treedt het Verdrag in werking voor het gehele Koninkrijk, behalve voor Sint Maarten.

 

Trb. 2012-221

Print Friendly and PDF ^

Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving

Met het Besluit tot vaststelling van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving wordt de Beleidsregels Arbeidsomstandighedenwetgeving ingetrokken en wordt de ‘oude’ beleidsregel 33 Arbeidsomstandigheden opnieuw vastgesteld als Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving. In deze Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving zijn wijzigingen verwerkt die een gevolg zijn van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Stb. 2012, 462). Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 (Stb. 2012, 498). Daarnaast heeft een vereenvoudiging plaatsgevonden. Het niet naleven van bepalingen uit de Arbeidsomstandighedenwet en -regelgeving kan leiden tot het opleggen van een bestuurlijike boete. Afhankelijk van het type overtreding wordt al dan niet direct een boeterapport opgemaakt. In diverse situaties zal bij eerste constatering van een (minder ernstige) overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven niet direct sprake zijn van een boeteoplegging, maar zal eerst een waarschuwing worden gegeven of een eis worden gesteld.

De beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving bevat nadere voorschriften over de wijze waarop de boete wordt berekend. Bij deze beleidsregel behoort een bijlage, de tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Wijzigingen in verband met de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving

Eén van de doelstellingen van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW Wetgeving is om overtredingen door bedrijven van de arbeidswetten streng(er) aan te pakken. De arbeidswetgeving beschermt werknemers tegen onder meer slechte arbeidsomstandigheden, onderbetaling, illegaliteit en verdringing van de arbeidsmarkt. De arbeidswetgeving draagt tevens bij aan eerlijke concurrentie tussen werkgevers. Met de aanscherping van het handhavings- en sanctiebeleid maakt de regering duidelijk dat er in ons land geen plaats is voor bedrijven die de wettelijke normen inzake arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen niet na willen leven. Eén van de onderdelen van het aangescherpte beleid is een verhoging van de boetenormbedragen. Daarbij is voor de arbeidswetten gekozen voor een systeem, waarbij de boete bij recidive wordt verdubbeld (en bij ernstige overtredingen verdrievoudigd) en bij herhaalde recidive wordt verdrievoudigd. De regering gaat ervan uit, dat van dit aangescherpte handhavings- en sanctiebeleid een sterke preventieve werking uitgaat; werkgevers zullen niet langer het risico willen nemen dat zij als gevolg van het niet naleven van de arbeidswetgeving een hoge boete opgelegd krijgen, waarbij zelfs niet is uitgesloten dat het bedrijf als gevolg van deze boete zijn activiteiten moet stilleggen.

In deze beleidsregel is nader invulling gegeven aan het beleid met betrekking tot de boeteoplegging binnen de kaders die de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling stellen. Een belangrijke aanpassing daarbij is een forse verhoging van de boetenormbedragen die voor een overtreding kunnen worden opgelegd. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de bestaande categorieën van boetenormbedragen terug te brengen van tien naar zeven categorieën met meer logisch oplopende bedragen. Voor de nieuwe verhoogde boetenormbedragen per overtreding is zoveel mogelijk aangesloten bij de boetecategorie die volgt na verdubbeling van de boetenormbedragen zoals die golden vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2013. De overtredingen zijn daarbij in het algemeen ingedeeld in de naastliggende categorie boetenormbedrag na de verdubbeling.

Voor een aantal overtredingen is gekozen voor een hoger boetenormbedrag dan die volgt uit een verdubbeling van het hoogste boetenormbedrag dat tot 1 januari 2013 geldig was. Het betreft de overtredingen die voor 1 januari 2013 strafrechtelijk werden afgedaan en waarvoor per 1 januari 2013 een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Daarnaast wordt het hoogst mogelijke boetenormbedrag aan het niet gecertificeerd werken met asbest toegekend, vanwege de ernstige risico’s die daardoor kunnen ontstaan voor de omgeving, wanneer daar op een ondeskundige manier mee wordt gewerkt. Verder is in enkele gevallen gekozen voor een hogere boetecategorie dan die zou voortvloeien uit een verdubbeling van het boetenormbedrag, onder meer vanwege de samenhang met soortgelijke overtredingen die in een andere boetecategorie waren ingedeeld. Hierbij gaat het bij voorbeeld om het voorschrift tot herziening van de beoordeling van de blootstelling aan biologische agentia.

Vereenvoudiging van de beleidsregel

De beleidsregel is meer inzichtelijk gemaakt, met een meer logische indeling, en de bijlage bij de beleidsregel is aanzienlijk ingekort. Dat laatste is bereikt door de voormalige drie bijlagen samen te voegen tot één bijlage, waarin niet meer de tekst van de overtreding is opgenomen, maar alleen nog per beboetbaar artikel(lid) is aangegeven tot welke type overtreding deze behoort en onder welke boetecategorie deze valt.

 

Print Friendly and PDF ^

Besluit externe veiligheid transportroutes

Aanleiding voor dit besluit is de invoering van het zogeheten basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Door ruimtelijke ontwikkelingen langs infrastructuur waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en door toenemend vervoer ontstaat steeds meer spanning tussen ruimtelijke belangen, vervoersbelangen en de veiligheid van mensen die in de nabijheid van die infrastructuur verblijven (externe veiligheid). Met de Wet basisnet is beoogd een duurzaam evenwicht te scheppen tussen de genoemde belangen. De wet regelt de vervoerskant van het basisnet. Het voorziet onder meer in de aanwijzing van wegen, spoorwegen en binnenwateren waar spanning bestaat of kan ontstaan tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid (zogeheten basisnetroutes). De aanwijzing van basisnetroutes betreft voornamelijk rijksinfrastructuur. Aan elke basisnetroute wordt een risicoruimte gegund voor het vervoer. Deze risicoruimte houdt, ruimtelijk vertaald, een zone in waarbinnen beperkingen gelden voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze manier wordt een basisbeschermingsniveau voor mensen gewaarborgd.

Dit besluit bevat de uitwerking van de ruimtelijke component van het basisnet. Doel van dit besluit is waarborgen van een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Verder bevat het besluit onder andere regels die strekken tot het inzichtelijk maken van de kans op een ramp met veel slachtoffers en het op een transparante wijze wegen van het risico ten opzichte van toe te laten ruimtelijke ontwikkelingen.

 

Het besluit treedt naar verwachting in werking op 1 juli 2013.

 

 

 

 

Print Friendly and PDF ^

Memories van antwoord behorend bij het derde pakket aan wetgeving op het terrein van de financiële markten (3e FM-pakket)

Minister Dijsselbloem van Financiën heeft op 29 november jl. de Eerste Kamer de memorie van antwoord bij het derde pakket van wetgeving voor de financiële sector toegezonden.  

 

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel strafbaarstelling financieren van terrorisme

Voorgesteld wordt in het Wetboek van Strafrecht een autonome strafbaarstelling van het financieren van terrorisme op te nemen. De voorgestelde zelfstandige strafbaarstelling is gebaseerd op artikel 2 van het VN Verdrag en de daarop voortbordurende Interpretive Note bij Aanbeveling 5. De nieuwe zelfstandige delictsomschrijving zal naar verwachting voor de praktijk voordelen opleveren in de zin van herkenbaarheid en bruikbaarheid.  

Print Friendly and PDF ^