Samenvatting advies wetsvoorstel inzake de bestrijding van kilometertellerfraude: Raad van State twijfelt aan noodzaak verbod wijzigen kilometerteller

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het wijzigen van de tellerstand van motorrijtuigen. De regering heeft het wetsvoorstel op 9 oktober 2012 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden. Doel van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel beoogt fraude met kilometertellers in voertuigen tegen te gaan. Daartoe wordt een verbod geïntroduceerd op het (doen) wijzigen of beïnvloeden van kilometertellers. Daarmee samenhangend wordt de mogelijkheid gecreëerd voor een uitbreiding van de verplichte registratie van kilometertellerstanden. Deze registratie maakt het voor consumenten en handelaren mogelijk om onlogische opeenvolgingen van kilometertellerstanden te signaleren. Met de verplichte registratie wordt de huidige, grotendeels op vrijwillige basis verzamelde, registratie van kilometertellerstanden door de stichting Nationale Auto Pas, vervangen door een publiekrechtelijke registratie door de Dienst Wegverkeer (RDW).

Noodzaak en effectiviteit van het verbod op het wijzigen van de kilometerteller

De Afdeling advisering is in haar advies kritisch over het nut en de noodzaak van een verbod op het wijzigen van de kilometerteller. De Afdeling advisering wijst op de al bestaande strafbepalingen die zien op oplichting, bedrog bij verkoop en valsheid in geschrifte. De toelichting op het wetsvoorstel maakt onvoldoende duidelijk wat de toegevoegde waarde is van de voorgestelde nieuwe strafbepaling. Net als bij de bestaande strafbepalingen zal het immers moeilijk blijven om te bewijzen wie de kilometerteller heeft gewijzigd. Het wordt uit de toelichting op het wetsvoorstel evenmin duidelijk of het Openbaar Ministerie prioriteit zal geven aan handhaving van de bepaling. Als handhaving weinig prioriteit krijgt, zal een verbod minder effectief zijn.

Daarbij is het naar het oordeel van de Afdeling advisering in de eerste plaats aan de burger om zich te verweren tegen kilometertellerfraude. Het Burgerlijk Wetboek biedt de burger daar ook mogelijkheden voor, die in het recente verleden nog zijn uitgebreid. In de praktijk blijkt de stichting Nationale Auto Pas ook succesvol juridische stappen te hebben ondernomen tegen aanbieders van kilometertellercorrecties. De Afdeling adviseert naar aanleiding hiervan opnieuw te bezien of het verbod noodzakelijk en effectief zal zijn voor het tegengaan van kilometertellerfraude.

Een publiekrechtelijke kilometertellerregistratie

De Afdeling advisering is tevens kritisch over het voorstel om de RDW de kilometertellerstanden te laten registreren in een databestand. Dit wordt momenteel immers al gedaan door een private partij, de stichting Nationale Auto Pas. De Afdeling advisering wijst daarbij op het uitgangspunt dat de overheid zich beperkt tot haar kerntaken, en alleen optreedt wanneer een doelstelling niet door zelfregulering kan worden bereikt. De stichting Nationale Auto Pas heeft, op initiatief van de autobranche, consumenten de mogelijkheid geboden om de geloofwaardigheid van een kilometertellerstand te controleren voordat zij een voertuig kopen. Dit heeft geleid tot positieve resultaten. Het ligt volgens de Afdeling advisering dan ook voor de hand om dit private initiatief te ondersteunen, in plaats van het werk van deze stichting over te laten nemen door de overheid. Ook op dit punt adviseert de Afdeling de noodzaak van het wetsvoorstel opnieuw te bezien.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister.

Print Friendly and PDF ^

Ontwerpbesluit wijziging Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (BSSA)

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Atsma, heeft gisteren het ontwerpbesluit aan de voorzitter van de Tweede Kamer gezonden. De Kamer krijgt de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd.

Achtergrond

Het beleid ten aanzien van de verwerking van grond, is er op gericht om grond daar waar mogelijk, eventueel na behandeling ervan, nuttig toe te passen. Nuttige toepassing kan in de eerste plaats na reiniging van de grond. Ingevolge het Landelijke Afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP2) is het verwerken van grond echter ook mogelijk middels immobilisatie. Immobilisatie houdt in het vastleggen van verontreinigde onderdelen van grond. Er zijn twee vormen van immobilisatie: koude immobilisatie en thermische immobilisatie.

Ingevolge het LAP2 is koude immobilisatie van grond gelijkwaardig aan reiniging. Koude immobilisatie wordt steeds vaker toegepast en de kosten ervan zijn concurrerend met die van reiniging. Na koude immobilisatie kan de grond worden hergebruikt als bouwstof en hoeft niet meer gestort te worden.

Anders dan koude immobilisatie, wordt thermische immobilisatie vanwege de hoge kosten en het gebrek aan mogelijkheden nauwelijks toegepast. Thermische immobilisatie is in het LAP2 dan ook niet gelijkwaardig gesteld aan de techniek van reiniging.

Ten behoeve van het wettelijke vastleggen van de techniek van immobilisatie van ernstig verontreinigde grond is artikel 28a van de Wet bodembescherming (Wbb) aangepast (Stb. 2012, nr. 114). De Minister van Infrastructuur en Milieu kan er dientengevolge op sturen dat ernstig verontreinigde grond, indien geschikt, geïmmobiliseerd in plaats van gestort moet worden. In de praktijk zal dit enkel koude immobilisatie betreffen.

In het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (BSSA) is bepaald dat grond, waaronder ook als grond te kwalificeren slib van riolen, kolken of gemalen (RKG-slib), veegvuil en zeefzand wordt verstaan, niet mag worden gestort. Om te voorkomen, dat de mogelijkheden tot hergebruik van grond onbenut worden gelaten, mag alleen gestort worden als de Minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring heeft afgegeven waaruit blijkt dat de grond niet-reinigbaar is.

Nu niet alleen reiniging, maar ook immobilisatie van grond mag plaatsvinden, is in dit wijzigingsbesluit het BSSA zodanig aangepast, dat grond pas mag worden gestort als een verklaring van de minister kan worden overlegd, waaruit blijkt dat de grond zowel niet reinigbaar als niet koud-immobiliseerbaar is. Indien grond dus koud geïmmobiliseerd kan worden, mag het niet worden gestort. De minister zal in dat geval namelijk geen verklaring meer afgeven. Hiermee wordt voorkomen, dat onnodig beslag gelegd wordt op stortcapaciteit en onnodig gebruik wordt gemaakt van primaire oppervlaktedelfstoffen.

Besloten is thermische immobilisatie niet uit de uitzondering op de betreffende stortverboden van grond te halen. Zoals aangegeven, wordt door de hoge kosten thermische immobilisatie nauwelijks toegepast. Het feitelijk verbieden van het storten van grond die thermisch immobiliseerbaar is, zou onevenredige nalevingskosten met zich brengen.

In de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006 zullen nadere regels worden opgenomen over de beoordeling van de koude-immobiliseerbaarheid van grond.

Bron: Rijksoverheid

 

Print Friendly and PDF ^

Wijzigingen in de ruimtelijke regelgeving per 1 oktober

Op 1 oktober zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) gewijzigd. Deze veranderingen in regelgeving hebben consequenties voor ruimtelijke plannen van provincies en gemeenten: deze plannen moeten vanaf 1 oktober, in lijn worden gebracht met de nieuwe regelgeving. Daarnaast  treden per 1 oktober delen in het Barro in werking die in het verleden al zijn vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. De wijzigingen in Wro, Bro, Barro en Rarro zijn aangekondigd in de eerder dit jaar vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid.

Wat verandert er?

In de Wro krijgt het rijk de mogelijkheid om provincies in medebewind te roepen als het voor de borging van nationale belangen nodig is dat regelgeving via provinciale verordeningen wordt uitgewerkt. Ook wordt de wettelijke grondslag versterkt voor rijk en provincies om in specifieke omstandigheden ontheffing te verlenen van de geldende regels.

In het Bro wordt de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De wettelijke regeling gaat vergezeld van een handreiking die andere overheden ondersteunt bij de praktische toepassing van de juridische verplichting.

In het Barro worden een aantal onderwerpen toegevoegd waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de SVIR ruimtelijke regels stelt:

  • rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart;
  • rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming;
  • rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet;
  • op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard;
  • de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen;
  • primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming;
  • in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt.

Ook treden een aantal eerder vastgestelde Barro-regels op 1 oktober verlaat in werking, omdat deze regels samenhangen met de wetswijziging van de Wro:

  • het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd;
  • rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing.

Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en  de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Ook de Rarro wordt daarom op 1 oktober aangepast.

Gemeenten en provincies zullen vanaf 1 oktober met de gewijzigde regels in hun bestemmingsplannen en verordeningen rekening moeten houden.

Het Barro en de Rarro zijn digitaal raadpleegbaar via de link aan de rechterzijde.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^

Eerste Kamer akkoord met aanscherping sancties SZW-wetgeving

De Eerste Kamer heeft vandaag de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving' aangenomen. Dit wetsvoorstel regelt dat fraude met uitkeringen op het gebied van Sociale Zaken en Werkgelegenheid veel zwaarder bestraft wordt. Deze regels moeten de groeiende groep van hardnekkige fraudeurs afschrikken. Met dit voorstel moet bij fraude met een uitkering alles terugbetaald worden en krijgen de fraudeurs een veel hogere boete en lopen zij het risico op (tijdelijk) stopzetten van de volledige uitkering.

Ondernemers krijgen bij overtreding van de arbeidsregels naast een hogere boete ook te maken met het preventief stilleggen van hun bedrijf. Gemeenten worden verplicht de sancties uit te voeren.

Bron: Eerste Kamer

Print Friendly and PDF ^

Reparatiewet Wet bestuur en toezicht aangenomen en overig nieuws

Print Friendly and PDF ^