HR kritisch over behandeling (zeer) hoge vordering benadeelde partij in het strafproces

Hoge Raad 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:646

De Hoge Raad herhaalt eerdere relevante overwegingen met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding waarmee degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich als benadeelde partij kan voegen in strafproces en gaat nader in op verplichting van de strafrechter zich ervan te vergewissen dat partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de toewijsbaarheid van de vordering benadeelde partij genoegzaam naar voren te brengen. De verplichting van de strafrechter vraagt aandacht waar het gaat om schadevergoedingsvorderingen van nabestaanden voor gederfd levensonderhoud, mede omdat het in die gevallen kan gaan om zeer hoge vorderingen waarvan toewijzing en oplegging van schadevergoedingsmaatregel ingrijpende consequenties voor verdachte kunnen hebben. In die gevallen mag van de strafrechter worden verwacht dat hij er blijk van geeft, rekening houdend met bijzonderheden van partijdebat over zo’n vordering, te hebben beoordeeld of beide partijen in voldoende mate in gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen m.b.t. (betwisting van) toewijsbaarheid van die vordering genoegzaam naar voren te brengen, en, als dit aan zijde van verdachte niet zo is, of eigen onderzoek van rechter naar toewijsbaarheid van vordering daarvoor voldoende compensatie biedt. De Hoge Raad merkt op dat mogelijkheid tot splitsing van vordering ook bestaat in gevallen waarin strafrechter tot conclusie komt dat de benadeelde partij aanspraak heeft op vergoeding van schade door gederfd levensonderhoud maar dat die schade vooralsnog slechts toewijsbaar is tot lager bedrag dan waarvan vergoeding is gevorderd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overzicht Europese rechtspraak over ne bis in idem

In februari 2024 heeft Eurojust een (bijgewerkt) overzicht van de jurisprudentie van het HvJ-EU gepubliceerd over het ne bis in idem-beginsel in strafzaken op grond van art. 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en art. 54 tot en met 58 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen (CISA).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak oplichting Gemeente Utrecht

Rechtbank Midden-Nederland 4 april 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2039

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat het bedrijf van verdachte van de gemeente cursussen mocht aanbieden die door de afnemers betaald konden worden met de U-pas. De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen welke regels en afspraken er tussen (het bedrijf van) verdachte en de gemeente zijn gemaakt met betrekking tot het aanbieden van cursussen en bovendien is niet gebleken dat verdachte deze afspraken heeft geschonden, laat staan dat dit zou zijn gebeurd met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen zoals voor oplichting is vereist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling directeur duikbedrijf na overlijden ingehuurde duiker

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2356

Een voormalig directeur van een duikbedrijf is in hoger beroep veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) taakstraf. Een duiker die zijn bedrijf had ingehuurd is om het leven gekomen toen hij in 2017 bij duikwerkzaamheden aan de stuw in pleegplaats bovenstrooms werd verrast door een krachtige zuiging. Er bleek een groot gat aan de onderkant van de stuwboog te zitten. Het bedrijf was daar ruim een week tevoren mee bekend. Het hof is van oordeel dat het bedrijf diverse veiligheidsvoorschriften niet heeft nageleefd. Daarmee heeft het bedrijf ook aanmerkelijk nalatig gehandeld en heeft het schuld aan de dood van de duiker. Omdat hij destijds (mede) de feitelijke leiding over het bedrijf had, heeft het hof hem voor deze verwijten aan het bedrijf verantwoordelijk gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge rekening-courant leidt tot veroordeling voor faillissementsfraude

Rechtbank Amsterdam 14 maart 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1437

Verdachte heeft zich als bestuurder van een rechtspersoon schuldig gemaakt aan faillissementsfraude door – voor én tijdens het faillissement van Naam bedrijf – een groot geldbedrag aan de boedel van Naam bedrijf te onttrekken, waarbij verdachte dat geld heeft gebruikt voor privé doeleinden, zoals het kopen van dure merkkleding. Op het moment dat Naam bedrijf in staat van faillissement werd verklaard, was er daardoor minder geld in de boedel aanwezig om onder de schuldeisers te verdelen. Schuldeisers kunnen hierdoor in de problemen komen met het betalen van hun eigen rekeningen en zelf eventueel ook failliet gaan. Ook zijn er schuldeisers geconfronteerd met onvoltooide bouwprojecten waarvoor zij wel hebben betaald. Verder heeft verdachte ook niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht ten opzichte van de curator door melding van het ontvangen restantbedrag van een factuur van Naam bedrijf op zijn privé rekening achterwege te laten.

Read More
Print Friendly and PDF ^