Manager Rijksuniversiteit Groningen hoofdverdachte corruptiezaak

In de provincie Groningen zijn acht verdachten opgepakt voor corruptie en witwassen van geld. De FIOD heeft zes huizen en twee bedrijfspanden doorzocht in onder meer Harkstede. De hoofdverdachte is de manager technisch beheer van een facilitaire afdeling van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Ook zijn zoon en schoondochter zijn aangehouden. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Transparency International Corruptie Perceptions Index 2015 – Corruptie nog steeds wijdverbreid, maar 2015 was een hoopgevend jaar

Het jaar 2015 toonde aan dat mensen door samen te werken kunnen slagen in de strijd tegen corruptie. Hoewel corruptie nog steeds wijdverbreid is, zijn er in de 2015 editie van de Transparency International Corruption Perceptions Index meer landen die hun scores verbeterden dan landen waarbij de score is afgenomen.

Schermafbeelding 2016-01-27 om 09.05.28

 

In het kort: niet één land heeft een perfecte score, twee derde van de 168 landen op de 2015 index scoorden onder de 50, op een schaal van 0 (waargenomen als zeer corrupt) tot 100 (vernomen als zeer schoon/zuiver). Meer dan 6 miljard mensen leven in een land met een ernstig corruptieprobleem.

Maar in landen als Guatemala, Sri Lanka en Ghana, hebben burgeractivisten hard gewerkt om corruptie te verdrijven. Iets wat een sterke boodschap afgeeft die anderen zou moeten aanmoedigen om doorslaggevende actie te ondernemen in 2016.

“CORRUPTIE KAN VERSLAGEN WORDEN ALS WE SAMENWERKEN. OM MACHTSMISBRUIK EN OMKOPING UIT TE ROEIEN EN LICHT TE WERPEN OP DEALS IN ACHTERKAMERTJES, MOETEN BURGERS SAMENKOMEN OM DE OVERHEID TE VERTELLEN DAT ZE ER GENOEG VAN HEBBEN”, ALDUS DE VOORZITTER VAN TRANSPARENCY INTERNATIONAL, JOSÉ UGÁZ.

Onder grootschalige (grand) corruptie wordt machtsmisbruik op hoog niveau verstaan dat ten goede komt van weinigen en ten koste gaat van velen, en die ernstige en wijdverbreide schade aan individuen en de samenleving toebrengt. Dit soort corruptie gaat nog te vaak ongestraft.

Dit jaar roept Transparency International alle mensen op om actie te ondernemen door te stemmen op unmaskthecorrupt.org. We willen weten welke gevallen volgens het publiek de meeste aandacht verdienen, om de boodschap uit te dragen dat wij grootschalige corruptie niet langer dulden.

Brazilië was de grootste daler in de index, kelderend met 5 punten en 7 posities naar een ranking van 76. Het ontrolde Petrobras schandaal, waar veel hoge ambtenaren en politici bij betrokken waren, zorgde ervoor dat mensen de straat op gingen. Het begin van de gerechtelijke procedure kan Brazilië helpen om corruptie te stoppen.

Positieve nieuwsberichten over de bestrijding van corruptie kunnen worden gevonden op onze website, hier over Mongolië, hier over Guatemala en hier over klokkenluiden. Deze omvatten successen van meer dan 100 TI afdelingen.

De resultaten

De index omvat de perceptie van corruptie in de publieke sector in 168 landen. Denemarken nam de eerste plaats in voor het 2de jaar op rij. Noord-Korea en Somalië waren de slechtst presterende landen met ieder slechts 8 punten.

De best presterende landen delen belangrijke kenmerken: een hoge mate van persvrijheid; toegang tot informatie over de begroting, zodat het publiek weet waar het geld vandaan komt en hoe het wordt besteed; een hoge mate van integriteit onder de mensen aan de macht; een onafhankelijke rechterlijke macht die geen onderscheid maakt tussen rijk en arm.

Naast conflict en oorlog, karakteriseren ook slecht bestuur, zwakke publieke instellingen zoals politie en justitie en een gebrek aan onafhankelijkheid in de media, de laagst gerangschikte landen.

De grote dalers in de afgelopen vier jaar zijn onder meer Libië, Australië, Brazilië, Spanje en Turkije. Tot de grote verbeteraars behoren Griekenland, Senegal en het Verenigd Koninkrijk.

De Corruption Perceptions Index is gebaseerd op adviezen van deskundigen van corruptie in de publieke sector. Scores van landen kunnen worden verbeterd door de openbaarheid van bestuur, waar het publiek de leiders ter verantwoording kunnen roepen, terwijl een slechte score een teken is van voorkomende omkoping, het ontbreken van bestraffing voor corruptie en openbare instellingen die niet reageren op de wensen van de burgers.

“DE CORRUPTION PERCEPTIONS INDEX 2015 TOONT DUIDELIJK AAN DAT CORRUPTIE WERELDWIJD EEN PLAAG BLIJFT. MAAR 2015 WAS OOK EEN JAAR WAARIN MENSEN WEER DE STRAAT OP GINGEN OM TE PROTESTEREN TEGEN CORRUPTIE. MENSEN OVER DE HELE WERELD STUURDE EEN STERK SIGNAAL NAAR DE MACHTHEBBERS: HET IS TIJD OM GROOTSCHALIGE CORRUPTIE AAN TE PAKKEN,” ZEI JOSÉ UGÁZ.

CPI 2015 Nederland

Nederland staat in 2015 op plaats 5, drie plaatsen hoger dan vorig jaar. Maar omdat de plaatsing op de lijst relatief is, is vooral het aantal punten van belang. Nederland scoorde dit jaar 87 punten, in 2014 waren dat nog 83 punten.

Waar komt deze verbetering vandaan? Allereerst is het van belang dat de CPI gaat over corruptie binnen de publieke sector. Corruptie-incidenten binnen de private sector hebben over het algemeen geen invloed op de score van een land (tenzij bijvoorbeeld de publieke sector een rol speelde in de corruptie of gedegen onderzoek in niet-ambtelijke omkoping werd nagelaten). Ten tweede meet de CPI het waargenomen niveau van corruptie. Dus een verandering in score weerspiegelt een verandering in de perceptie van de mensen uit het bedrijfsleven en nationale deskundigen wiens beschouwingen onderdeel uitmaken van de Index. We weten dat deze waarnemingen een goede maatstaf zijn voor de werkelijke mate van corruptie, maar veranderingen in de perceptie kunnen bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door veranderingen in de beschikbare informatie over de corruptie in ons land.

De score van de CPI is opgebouwd uit twaalf verschillende bronnen. Alle bronnen beoordelen de perceptie van corruptie in de publieke sector, maar ze hebben betrekking op verschillende aspecten van het probleem (en zijn afkomstig van verschillende perspectieven en mensen, zoals het bedrijfsleven versus academische deskundigen), die zouden kunnen leiden tot een iets andere beoordeling. Echter, juist het feit dat de CPI-score is gebaseerd op meerdere bronnen, die verschillende aspecten van corruptie dekken, geeft kracht aan de index. Het dient als een rijke en betrouwbare bron bij het begrijpen van relatieve corruptieniveaus rond de wereld.

De grootste verandering in de CPI 2015 van Nederland is afkomstig door een verandering in score van de Sustainable Governance Index SGI score van de Bertelsmann Foundation. Hierin wordt de kwaliteit van de democratie beoordeeld. Toch is ook deze bron kritisch ten opzichte van het Nederlandse anti-corruptie beleid: “The Netherlands is considered a corruption-free country. This may well explain why its anti-corruption policy is relatively underdeveloped. The Dutch prefer to talk about improving “integrity” and “transparency” rather than openly talking of fighting or preventing corruption, which appears to be a taboo issue.”

Het is belangrijk te constateren dat Nederland goed scoort, maar er nog veel verbeteringen mogelijk zijn. Er zijn veel goede ontwikkelingen ingezet (Wet financiering politieke partijen, Wetsvoorstel Huis voor Klokkenluiders, meer en beter handhaven door de FIOD), maar deze moeten wel daadwerkelijk doorgevoerd en geïmplementeerd worden. Het zou zomaar kunnen dat met meer handhaving, betere bescherming van melders en daadwerkelijke controle op de wet financiering politieke partijen, Nederland drie plaatsen zakt op de CPI in 2016.

Print Friendly and PDF ^

Eerste veroordeling in Verenigd Koninkrijk van een rechtspersoon voor omkoping van buitenlandse autoriteiten

Smith and Ouzman Ltd and two of its directors, were convicted by a Jury under the Prevention of Corruption Act 1906 (POCA) in December 2014, although the company was finally sentenced on 8 January 2016. The company was convicted under the previous legislation because the offences pre-dated the Bribery Act 2010.

The small family run printing firm based in Eastbourne, which specialised in security documents such as ballot papers and certificates, was convicted of three counts of corruptly agreeing to make payments, contrary to section 1(1) of POCA.

The company had made corrupt payments of £400,000 to public officials in Kenya and Mauritania in order to secure contracts. They were ordered to pay a fine of £1,316,799, a confiscation order in the amount of £881,158 and costs of £25,000, totaling around £2.2 million.  The penalty was intended to mirror the estimated value of the advantage gained by the company through payment of these bribes.  Confiscation and costs orders were also imposed on the two directors in February 2015. The SFO have reported the sentences on their website.

The sentencing of the company marks the closure of a four year investigation and a significant milestone for the SFO, as it was the first successful conviction of a company by a jury for bribing foreign officials.  The case provides a valuable insight for practitioners in respect of a Court’s approach to sentencing a corporate offender regarding bribery and corruption.  However, the SFO’s success in obtaining the conviction and in establishing corporate guilt was considered in part due to the business being a small, family owned business which enabled a “directing mind” of the company much easier to identify.

The two convicted directors of the company were sentenced last February 2015, with the Chairman, Christopher John Smith, sentenced to 18 months’ imprisonment, suspended for two years, and ordered to carry out 250 hours of unpaid work. His son Nicholas, the sales and marketing director, was sentenced to a three year jail sentence. Both were also disqualified from being company directors for six years.

Passing sentence at Southwark Crown Court, Recorder Andrew Mitchell said: “Corruption of foreign officials is damaging to the country in which the corruption occurs, is damaging to the reputation of UK business, and of course in the market in which a business operates. It is anti-competitive.”

Through this case the SFO has sent a clear message that it is willing to prosecute companies under English anti-bribery and corruption law, however its hands may be tied in future matters by the difficulties in securing successful convictions against companies. Owing to the tough laws surrounding corporate criminal guilt and the difficulties in identifying a directing mind within a company, the attribution of criminal liability to a corporate entity may be a hard sell to a jury.

With the SFO securing its first Deferred Prosecution Agreement with ICBC Standard Bank plc late last year and the recent admission of guilt to an offence under s.7 of the Bribery Act 2010 by the Sweett Group plc (who will be sentenced in February 2016), it may be that prosecution of corporate entities will be the exception rather than the rule.  However, to avoid the risk of a potentially very significant penalty, organisations may wish to review the procedures they have in place to prevent bribery and corruption.

Under the Bribery Act 2010 (which came into force on 1 July 2011), a ‘relevant commercial organisation’ is guilty of an offence if a person, who is associated with it, bribes another person intending to obtain or retain business/an advantage in the conduct of business (for the commercial organisation). However, a defence is available where the organisation can show that it has “adequate procedures” in place to prevent such bribery being committed.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

SBM Offshore schikt in strafzaak tegen bestuurders

SBM Offshore heeft met de Braziliaanse overheid een schikking getroffen in de strafzaak tegen CEO Bruno Chabas en commissaris Sietze Hepkema. Dat heeft het bedrijf maandag bekendgemaakt. De twee zouden zich schuldig gemaakt hebben aan “persoonlijke inmenging” in verband met een grotere corruptiezaak. Het Amsterdamse bedrijf betaalt bij elkaar omgerekend bijna 113.000 euro.

Het Braziliaanse openbaar ministerie beschuldigt SBM Offshore ervan het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobras te hebben omgekocht. Dertien vooral voormalige medewerkers van beide bedrijven werden verdacht. SBM bouwt en verhuurt drijvende platforms voor de productie en opslag van olie. Petrobras is de belangrijkste klant.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

'Internationale omkoping steeds meer aangepakt'

Corruptie wordt nationaal én internationaal steeds beter aangepakt door overheden. Vooral het onderzoek naar en bestraffen van grensoverschrijdende corruptie is fors gestegen. Dat blijkt uit het ‘Global Enforcement Report’ , jaarlijks uitgegeven door TRACE, waarin wordt weergegeven in hoeverre anticorruptiewetgeving per land wordt gehandhaafd. Hoewel het omkopen van nationale ambtenaren in alle landen ter wereld strafbaar is, is de omkoping van buitenlandse functionarissen lange tijd buiten het bereik van nationale wetgeving gebleven. Aan het einde van de jaren ’90 werd daarom onder leiding van de Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) door 41 landen een internationaal anti-omkopingsverdrag ondertekend. Volgens de OESO moest de helft van die 41 landen op dat moment nog wetgeving ontwikkelen om deze grensoverschrijdende corruptie strafbaar te stellen. Nu, achttien jaar later, lijkt ook internationale omkoping steeds beter te worden aangepakt.

Onderzoek en vervolging internationale omkoping

Volgens het rapport zijn wereldwijd in 2014 in totaal 211 onderzoeken geweest naar internationale corruptiezaken, en hebben 269 veroordelingen plaatsgevonden. De Verenigde Staten spant met 184 veroordelingen de kroon wanneer het gaat om het vervolgen van omkoping van buitenlandse functionarissen. Maar het rapport laat een mondiale trend zien van steeds meer onderzoek- en veroordelingen van individuen en bedrijven die steekpenningen geven aan buitenlandse functionarissen. Sinds 2012 is het aantal corruptie veroordelingen ook buiten de VS verdubbeld. In Nederland is dit in mindere mate het geval, de overheid stelde in 2014 in totaal 3 onderzoeken in naar internationale omkoping. Ter vergelijking, in Duitsland waren dat er 16.

Hoewel de wereldwijde trend positief is, laat het in de zomer uitgekomen rapport van TI ‘Exporting Corruption 2015’ zien dat de wereldwijde aanpak van (internationale) corruptie nog niet in lijn is met het anti-omkopingsverdrag uit 1997. In dat rapport wordt duidelijk dat 20 van de 41 lidstaten er de afgelopen vier jaar niet in zijn geslaagd ten minste één zaak van internationale omkoping te onderzoeken of te vervolgen.

De inspanning om buitenlandse omkoping tegen te gaan wordt ook belemmerd doordat de straffen die staan op corruptie in zowel de wet als praktijk onvoldoende effectief blijken. Het ‘OECD Foreign Bribery Report’ van december 2014 laat zien dat slechts in 17 van de 41 landen significante straffen werden opgelegd.

Onderzoek en vervolging nationale omkoping

Naast de toename van onderzoeken en vervolgingen van grensoverschrijdende corruptie, blijkt uit hetGlobal Enforcement Report van TRACE ook dat overheden steeds strenger worden in het handhaven van anticorruptie wetgeving onder hun eigen ambtenaren. In december 2014 liep volgens het rapporttwee keer zoveel onderzoek naar omkoping van nationale ambtenaren dan voor die tijd. Dit was vooral het geval in Zuid- Korea,Nigeria, China en Cuba.

Omdat omkopingszaken in die gevallen soms ook in het land van herkomst van de persoon die of het bedrijf dat omkoopt, of door de Amerikanen vervolgd worden, lopen bedrijven het risico twee maal aangepakt te worden voor dezelfde feiten. Deze problemen met mogelijke dubbele bestraffing zijn al langer bron van zorg voor de aanpak van internationale corruptie.

Grootste aantal steekpenningen

Hoewel corruptie een wereldwijd fenomeen is, blijkt uit het rapport dat je in sommige landen meer risico loopt om in aanraking te komen met de vervolging van corruptie. In China is dat risico het grootst, wereldwijd hebben 90 verschillende anticorruptie zaken plaatsgevonden naar bedrijven en Chinese ambtenaren die steekpenningen ontvingen. Daarnaast loop je een grote kans om in aanraking te komen met corruptie en vervolging wanneer je zaken doet in of met landen als Irak, Nigeria, India, Rusland, Brazilië en Indonesië.

Op sectorniveau komen de meeste onderzoeken naar corruptieschandalen voor binnen de grondstoffenindustrie, op de voet gevolgd door de bouw-, productie- en luchtvaartsector. Maar ook de defensie-industrie scoort hoog als het gaat om corruptie. Hierover kunt u meer lezen op de website van Transparency International UK, dat veel onderzoek doet naar corruptie in de defensie sector.

Bron: Transparency International

 

 

Print Friendly and PDF ^