Raad van Europa: Nederland doet te weinig tegen corruptie. Stevige kritiek op Eerste en Tweede Kamer.

Op 18 juni jl. besprak de Groep Staten tegen Corruptie van de Raad van Europa de mate van uitvoering van de aanbevelingen die GRECO aan Nederland deed ter preventie van corruptie bij het parlement, de rechtspraak en het Openbaar Ministerie. GRECO heeft in het evaluatierapport (2013) in totaal zeven aanbevelingen gedaan: vier aanbevelingen aan de Nederlandse Staten-Generaal, twee aanbevelingen aan de Rechtspraak en één aanbeveling aan het Openbaar Ministerie. Op basis van de voortgangsrapportage concludeert GRECO dat Nederland inmiddels twee van de aanbevelingen geheel naar tevredenheid heeft geïmplementeerd. Verder zijn twee aanbevelingen gedeeltelijk en drie aanbevelingen nog niet geïmplementeerd. Het eindoordeel van GRECO is daarmee voor dit moment globaal onvoldoende.

GRECO heeft waardering geuit voor de uitvoerige en zorgvuldige wijze waarmee Nederland de aanbevelingen oppakt. Toch wordt in enkele gevallen ruimte voor verdere verbetering gezien. Sommige aanbevelingen beschouwt GRECO daarom nog niet als volledig geïmplementeerd (aanbevelingen 1 en 6). Voor de overige aanbevelingen geldt dat, hoewel sprake is van voortgang, er volgens GRECO nog geen sprake is van zichtbare veranderingen (aanbevelingen 3, 4 en 5). Deze aanbevelingen worden daarom als niet geïmplementeerd beschouwd.

Hieronder een overzicht van de aanbeveling aan het Nederlandse parlement en aan de rechterlijke macht en het oordeel cq de observaties van GRECO daarover. Allereerst inzake het parlement:

  1. Opstellen van een gedragscode voor beide Kamers (gedeeltelijk geïmplementeerd);
Met de wijzigingen in de Reglementen van Orde van beide Kamers wordt geconcludeerd dat voor een belangrijk deel wordt voorzien in de implementatie van deze aanbeveling. GRECO merkt echter op dat de beide Kamers (dan wel de politieke partijen) geen regels of richtlijnen hebben rond de omgang van Kamerleden met lobbyisten. Zijn conclusie is daarom dat de aanbeveling slechts gedeeltelijk is geïmplementeerd.
  2. Heroverwegen van de regels t.a.v. opgeven van bezit van aandelen/belangen + heroverwegen kring van personen voor wie deze regels gelden (geïmplementeerd); 
GRECO stelt dat met uitbreiding van op te geven belangen door wijzigingen in de Reglementen van Orde en het instellen van registratieverplichtingen naar tevredenheid invulling is gegeven aan deze aanbeveling door de beide Kamers.
  3. Toezicht en handhaving bij overtreding van integriteitregels (niet geïmplementeerd);
GRECO is van mening dat de beide Kamers geen substantiële acties hebben ondernomen op het terrein van toezicht en handhaving die bijdragen aan de invulling van deze aanbeveling.
  4. Instellen van vertrouwenspersonen + aanbieden van periodieke training op integriteitsbewustzijn (niet geïmplementeerd);
GRECO betreurt dat de Eerste Kamer heeft besloten om geen formele vertrouwenspersoon aan te stellen en stelt tevens vast dat beide Kamers hebben besloten niet te voorzien in periodieke trainingen. Tot slot heeft GRECO kennis genomen van het voornemen tot benoeming van een vertrouwenspersoon voor de Tweede Kamer, maar moest worden geconstateerd dat de benoeming op de dag van behandeling van het rapport nog niet was geformaliseerd. Deze aanbeveling blijft daarmee vooralsnog niet geïmplementeerd.

Ten aanzien van de rechtspraak:

  1. Opnemen van een beperking in de wet die voorkomt dat mensen tegelijkertijd het ambt van rechter en Kamerlid kunnen vervullen (niet geïmplementeerd);
GRECO heeft kennis genomen van het feit dat de rechtspraak een werkgroep heeft ingesteld die nader kijkt naar de aanbeveling. Aangezien dit nog niet heeft geleid tot concrete acties, beschouwt GRECO deze aanbeveling als niet geïmplementeerd.
  2. Opstellen van richtlijnen op het terrein van integriteit voor rechterplaatsvervangers (gedeeltelijk geïmplementeerd);
GRECO is tevreden met het feit dat veel bestaande regels en richtlijnen voor rechters momenteel ook voor rechter-plaatsvervangers gelden en neemt kennis van het feit dat een werkgroep is ingesteld die evalueert of aanvullende richtlijnen noodzakelijk zijn. GRECO is benieuwd naar de uitkomsten van deze evaluatie en beoordeelt de implementatie daarmee als gedeeltelijk geïmplementeerd.

Ten aanzien van het Openbaar Ministerie:

  1. Evalueren van het bestaande integriteitsbeleid bij het Openbaar Ministerie (geïmplementeerd).
GRECO is tevreden over de wijze waarop het Openbaar Ministerie uitvoering heeft gegeven aan deze aanbeveling.

Het eindoordeel globaal onvoldoende brengt met zich mee dat Nederland reeds vóór 31 december van dit jaar opnieuw verslag moet doen van de voortgang van de uitvoering van de nog openstaande aanbevelingen.

Bron: Kamerbrief

 

Print Friendly and PDF ^

'De grens tussen handelen in invloed en corruptie: lobbycratie'

Waar ligt de grens tussen corruptie en het handelen in invloed? Wanneer is er sprake van ontoelaatbare belangenvermenging? Deze vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden. Transparency International Nederland (TI-NL) concludeerde daarom in het rapport “Lifting the Lid on Lobbying – Enhancing Trust in Public Decision-making in the Netherlands” al dat betere regelgeving omtrent lobbyen noodzakelijk is. Ook Dijsselbloem wilde een afkoelperiode voor politici die overstapte naar de bankensector om zo de schijn op belangenverstrengeling te voorkomen.

Lobbyen

Lobbyen is het door gesprekken proberen belangrijke beslissingen te beïnvloeden. Voor belanghebbenden kan lobbyen een rechtmatige manier zijn om invloed uit te oefenen op publieke beleidsvorming en beleidsimplementatie, mits dat integer en transparant gebeurt. Maar het Nederlandse lobbyproces is juist ondoorzichtig, bij gebrek aan noemenswaardige regelgeving. De Nederlandse samenleving heeft weinig inzicht in wie bij wie lobbyt, welke middelen daarbij worden ingezet en wat het doel daarvan is. Omdat zelfs een definitie van lobbyen ontbreekt, blijft de discussie over de wenselijkheid of de regulering ervan steken in algemeenheden.

Daarmee is niet gezegd dat lobbyen steeds in de schaduw plaatsvindt, noch dat de lobbysector klein of stil is. Integendeel: het is een actieve en groeiende sector. De groei van de sector wordt gevoed door het karakter van de Nederlandse politiek, die voortdurend streeft naar brede steun en consensus (het poldermodel). Nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven versterken deze tendens. Deze publiek-private samenwerking stelt nieuwe uitdagingen aan objectieve beleids- en besluitvorming door openbare ambtsdragers en politici. Gevoegd bij het feit dat burgers in het maatschappelijk verkeer verschillende rollen spelen en verschillende petten dragen, ontstaat daarmee een potentieel precaire combinatie, met risico’s voor overmatige of onevenredige invloed op de besluitvorming.

Belangenverstrengeling en nevenfuncties

Draaideurpolitici wekken de schijn van belangenverstrengeling, maar hoe zit het met politici die stemmen over een wetsvoorstel maar tegelijkertijd ook door hun nevenfunctie belang hebben bij dit wetsvoorstel? Jean Wanningen van Follow the Money schreef gisteren het artikel “wanneer gaat de ‘handel in invloed’ over in corruptie?”, over de grens tussen handelen voor het algemene belang en het handelen voor een specifiek belang. Want waarom wordt er geen aandacht besteed aan de belangenverstrengeling in de Eerste Kamer? Hoe kan het dat er in de Eerste Kamer veel lobbyisten te vinden zijn en dat niemand daar van wakker ligt?

In 2013 kreeg Nederland van de Group of States against Corruption (GRECO) aanbevelingen over het verbeteren van integriteit en het voorkomen van belangenverstrengeling binnen het parlement: “There are few rules pertaining to the integrity of Members of Parliament and this topic has traditionally been left to political parties and fractions to deal with, according to their own systems of values and beliefs. The system is reactive, relying mainly on the media to expose misconduct and on the parliamentarian concerned to step down, on his/her own initiative or at the request of his/her political party or fraction. GRECO believes that there is room for improvement and that the Parliament, as an institution, could take on a more proactive role to increase the awareness of its members – many of whom do not have much experience of parliamentary work – towards ethics, integrity and exposure to possible conflicts of interest. It is recommended to develop codes of conduct for Members of both Chambers of Parliament, with their participation, to review current registration requirements as regards interests, assets and liabilities, to ensure supervision and enforcement of the existing and yet-to-be established rules and to extend the guidance and training on ethical matters available to parliamentarians.” Het grootste deel van deze aanbevelingen heeft de Eerste Kamer naast zich neergelegd.

Leden van de Eerste Kamer stemmen over wetsvoorstellen, maar kan dit eigenlijk wel als ze door hun nevenfunctie ook betrokken zijn bij ditzelfde wetsvoorstel? Columnist en journalist Syp Wynia deed onderzoek naar het lobbyen door (ex) politici een artikel over in Elsevier. Hoe kan onafhankelijkheid worden gewaarborgd bij de toetsing van wetgeving op uitvoerbaarheid en consistentie als de fractievoorzitters van de meeste grote partijen ook bepaalde belangen vertegenwoordigen?

Lobbycratie

Niet alleen in Nederland is de invloed van lobbyisten op wetgeving groot, ook in Brussel waar veel voor Nederland relevante wetgeving wordt gemaakt is er volgens politicologe Melissa Dammekens sprake van een grote invloed van lobbyisten. Dagelijks zijn er meer dan 25.000 mannen en vrouwen op pad om de Europese beleidsvoerders te beïnvloeden en zo de Europese wetgeving naar hun hand te zetten. Dit maakt Brussel, na Washington, de hoofdstad met het grootste aantal lobbyisten ter wereld.

Bron: Transparency International Nederland 

 

Print Friendly and PDF ^

Due diligence handleiding ICC: anti-corruptie voor MKB

De International Chamber of Commerce (ICC) heeft een handleiding geschreven voor het MKB om hem te helpen hun due dilligence procedures op orde te krijgen. Zij krijgen immers vaak via grote bedrijven en multinationals ingewikkelde en omvangrijke regels en verplichtingen voor hun kiezen.  Die regels en verplichtingen zijn soms zo omvangrijk dat het MKB onvoldoende kennis en/of resources in huis heeft om hiermee daadwerkelijk uit de voeten te kunnen. Hiermee wordt niet alleen de relatie tussen de bedrijven in de keten op scherp gezet, ook worden mogelijke corruptierisico’s niet daadwerkelijk voorkomen of verminderd.

Om het MKB te ondersteunen heeft de ICC de handleiding ‘Anti-corruption third party due diligence: a guide for small and medium size entities‘ gepubliceerd. Deze legt uit wat due diligence inhoudt, waarom en wanneer het nodig is en hoe het geïmplementeerd kan worden. Ook geeft de handleiding tips en tricks, praktische richtlijnen en een risicocheck en aanbevelingen voor vervolgstappen.

Corruptiebestrijding door het MKB

Het is hoog tijd dat er meer aandacht komt voor corruptiebestrijding en het verkleinen van corruptierisico’s door het MKB. Ons handelsverkeer verplaatst zich immers steeds meer naar regio’s met een hoog corruptierisico. Uit het tweejaarlijkse Global Economic Crime Survey (2014) van PwC blijkt dat de helft van alle ondervraagde ondernemingen zaken doet in landen die door Transparency International als extra gevoelig voor passieve of actieve omkoping worden gekwalificeerd. Dit percentage zal nog stijgen. De Wereldbank schat dat in 2025 de grootste groei van de wereldeconomie zal worden gegenereerd in dat deel van de wereld waar corruptie en vormen hiervan, zoals excessive gifts and hospitalityfacilitating payments, etc. (nog) niet zijn weg te denken uit de business omgeving.

Daarnaast heeft het terugdringen van omkopingspraktijken de aandacht van internationale wet- en regelgevers en vormen de strenge sancties vormen een continuïteitsrisico voor ondernemingen. Zoals de ICC ook constateert: “de risico’s bij overtreding [nemen] toe; de Amerikaanse justitie heeft aangekondigd dat zij zich nu zullen richten op internationaal opererende MKB-bedrijven die overtredingen begaan.”

De handleiding

Het MKB kan door middel van deze handleiding:

  • kennis van en vertrouwen hebben in business partners;
  • met deze kennis en vertrouwen verantwoorde investeringen doen;
  • voorkomen dat er vervolging, reputatieschade en/of financiële schade optreedt door betrokkenheid bij mogelijke gevallen van corruptie;
  • een ethisch verantwoord merk ontwikkelen (licence to operate);
  • zekerheid geven aan business partners, met name MNEs, dat het bedrijf ethisch verantwoord opereert.

Sinds 2014 is TI-NL actief bezig geweest met vergroting van de bewustwording van het Nederlandse bedrijfsleven over corruptierisico’s die zij lopen als zij in het buitenland opereren; met name geldt dit voor het MKB. Er valt op dit punt echter nog veel winst te behalen. TI-NL hoopt dat het MKB deze handleiding zal gebruiken, waardoor een bijdrage geleverd wordt aan het creëren van een level playing field.

Hier kunt u de handleiding ‘Anti-corruption third party due diligence: a guide for small and medium size entities’ downloaden.

Bron: Transparency International Nederland

 

Print Friendly and PDF ^

'DOJ Quietly Revises FCPA Resource Guide'

In June, the US Department of Justice (DOJ) and Securities and Exchange Commission (SEC) quietly revised its manual, A Resource Guide to the U.S. Foreign Corrupt Practices Act (the Resource Guide), for the first time. Originally published in November 2012, the Resource Guide provides consolidated guidance on the DOJ’s and SEC’s enforcement policies and their interpretation of the Foreign Corrupt Practices Act (FCPA). Although the changes are more technical than substantive in nature, they do offer some further clarity for the chapters that discuss accounting provisions and criminal penalties.

Changes to Chapter 3, “The FCPA: Accounting Provisions”

  • In reference to an issuer’s responsibility for the books and records of affiliated entities, the revisedResource Guide now refers only to “joint ventures” under the issuer’s control. The prior version made reference to issuers’ liability for the books and records of their “joint venture partners” (p. 43).
  • Under the FCPA, issuers are required to use their influence to causeminority-owned affiliates to devise and maintain a system of internal accounting controls consistent with the issuers’ obligations, which contrasts with the vicarious liability that issuers face for accounting provision violations committed by majority-owned subsidiaries. The revised Resource Guide now better tracks the statute itself to make clear that issuers should use “good faith efforts” to cause their minority-owned subsidiaries or affiliates to implement adequate accounting systems. The prior version required issuers to use “best efforts” (p. 43), which exceeded the requirements of the FCPA’s statutory language.
  • The revisedResource Guide now defines a “minority-owned subsidiary or affiliate” of an issuer as a company where the parent owns “50% or less of [the] subsidiary or affiliate.” The prior version of the Resource Guide defined such a company as one where the parent “owns less than 50% of a subsidiary or affiliate” (p. 43).

These latter two changes modify the Resource Guide’s language to align with the 1988 amendments to the FCPA.

Changers to Chapter 6, “FCPA Penalties, Sanctions, and Remedies”

  • The revised Resource Guide notes that individuals are subject to a maximum fine of $250,000, an increase from the maximum of $100,000 discussed in the prior version. Although the FCPA imposes a statutory maximum of $100,000, individuals may be fined up to $250,000 under the Alternative Fines Act, 18 U.S.C. §3571 (p. 68).
  • The revised Resource Guide notes that, when calculating pecuniary gain under the Alternative Fines Act, a fine of up to twice “the benefit that the defendant obtained” may be imposed. The prior version stated that the maximum penalty under the Alternative Fines Act was twice the benefit “the defendant sought to obtain” (p. 68).

As with the prior version, the revised Resource Guide remains “non-binding, informal, and summary in nature” and is offered to provide information to individuals and businesses seeking to comply with the law. Accordingly, although these technical fixes may help align the Resource Guide more closely with the FCPA’s statutory language, the Resource Guide merely offers the DOJ’s and SEC’s interpretation of the law and their respective mandates for enforcement. Until such time as the courts have an opportunity to weigh in, the FCPA—and the obligations imposed on those that seek to comply—will remain open to interpretation.

Bron: Morgan Lewis

 

Meer informatie:

 

Print Friendly and PDF ^

'Twintig grote exportlanden voldoen niet aan hun verplichtingen'

22 van de 41 OESO-landen die het anti-omkopingsverdrag hebben getekend zijn er in de afgelopen vier jaar niet in geslaagd om hun taak te vervullen; zij hebben in de afgelopen vier jaar geen enkele zaak van buitenlandse omkoping onderzocht of vervolgd, waardoor ze hun verplichtingen niet zijn nagekomen om grensoverschrijdende omkoping effectief te bestrijden. Echter, er is ook goed nieuws: vier landen, waaronder Nederland, hebben hun inspanningen om te handhaven verbeterd terwijl maar één land (Argentinië) in positie is gedaald. 

Nederland

Nederland valt in de categorie “limited enforcement”, wat inhoudt dat Nederland zaken van buitenlandse omkoping beperkt handhaaft. Dit is een verbetering ten opzichte van het vorige rapport van 2014, daar viel Nederland namelijk nog in de categorie “little or no enforcement”. Voornaamste oorzaak is het toezeggen van extra middelen voor het bestrijden van corruptie, de verhoging van straffen ten aanzien van onder andere buitenlandse omkoping en het onderzoeken van een aantal grote corruptiezaken, waaronder SBM.

Kritiek was er op de aanpak van postbusmaatschappijen en de opstelling van het OM, die nog steeds als onvoldoende actief wordt bestempeld. TI-NL moedigt de Nederlandse overheid door te gaan met de huidige ontwikkelingen en de beloofde investeringen waar te maken. Belangrijk is daarbij het transparanter maken van schikkingen die in corruptiezaken getroffen worden, de vervolging van natuurlijke personen om de indruk van straffeloosheid weg te nemen en de actievere opstelling ten opzichte van corruptiezaken in het buitenland waarbij Nederlandse bedrijven of personen betrokken zijn.

Via deze link leest u de specifieke sectie met betrekking tot Nederland.

Bestrijding van grensoverschrijdende corruptie

Zestien jaar na inwerkingtreding van het verdrag, zijn er maar vier landen die het OESO anti-omkopingsverdrag actief handhaven (“active enforcement”). Deze landen onderzoeken en vervolgen actief bedrijven die buitenlandse ambtenaren omkopen om bijvoorbeeld zo contracten te krijgen of de kans hierop te vergroten. Het gaat om de USA (met zijn welbekende FCPA), Duitsland, Engeland (via de UK Bribery Act 2010) en Zwitserland. Zes landen zijn ingedeeld in de categorie matige handhaving (“moderate enforcement”), terwijl negen landen zijn ingedeeld in de categorie beperkte handhaving (“limited enforcement”). Nederland valt in deze laatste categorie. De overige 20 landen doen weinig tot niets om ervoor te zorgen dat bedrijven in hun land corruptie niet verspreiden. Tot slot hebben IJsland en Letland geen zaken vervolgd of onderzocht, maar toch geen plaatsing in het reglement, respectievelijke vanwege hun te kleine aandeel in de wereldwijde export en te recente toetreding tot het verdrag.

Directeur van Transparency International, José Ugaz: “Door het tekenen van de OECD anti-omkopingsverdrag, hebben landen zich toegewijd aan het onderzoeken en vervolgen van grensoverschrijdende corruptie. Bijna de helft van de landen houdt zich hier echter niet aan. De OECD moet ervoor zorgen dat dergelijke slechte prestaties serieuze gevolgen hebben. Het niet nakomen van internationale verplichtingen kan niet worden getolereerd”.

Onvoldoende handhaving

De twintig landen die maar weinig tot helemaal niet handhaven, zijn goed voor 20.4% van de totale export wereldwijd. Deze landen laten het na om grensoverschrijdende corruptie te onderzoeken en te vervolgen door het gebrek aan politieke wil en middelen om dit daadwerkelijk te doen. Er zijn twaalf landen die dit verdrag hebben getekend, waaronder een aantal ‘oude’ democratieën, waar (mogelijke) inmenging van de politiek een effectief strafrechtsysteem in de weg staat.

De inspanning om buitenlandse omkoping tegen te gaan wordt in 21 landen ook belemmerd door straffen in wet en praktijk die onvoldoende effectief zijn. Het OECD Foreign Bribery Report van december 2014 laat zien dat in maar 17 van de 41 landen significante straffen werden opgelegd. Rusland heeft in 2015 de straffen op het geven (ook aan buitenlandse ambtenaren) of ontvangen van steekpenningen juist verlaagd. Argentinië is het enige land dat nu in een categorie lager valt dan in het vorige rapport.

De vier landen die actief handhaven (de Verenigde Staten, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland) hebben in totaal 215 zaken afgehandeld en zijn 59 nieuwe zaken begonnen van 2011-2014. De andere 35 landen hebben 30 zaken afgehandeld en zijn er 63 begonnen. Twintig landen hebben geen enkele zaak van grensoverschrijdende corruptie vervolgd in de afgelopen vier jaar.

G20

De G20 heeft een Anti-Corruption Action Plan voor 2015-2016 opgesteld. Volgens dit rapport van Transparency International vallen zes van de landen in deze top in de categorie “little or no enforcement”, waardoor deze landen er niet in slagen om de doelen die uiteengezet zijn in dit plan te bereiken.

Het is belangrijk dat het maatschappelijk middenveld en de privésector nationale programma’s ontwikkelen die de tekortkomingen van hun regeringen aanvullen om zo handhaving van buitenlandse omkoping te verhogen. Hopelijk eindigen alle landen dan volgend jaar in een hogere categorie.

Bron: Transparency International Nederland

 

Print Friendly and PDF ^