Het doel van deze bijdrage is om de vraag te beantwoorden of instellingen (in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a Wwft) op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) meldplichtig zijn in grensoverschrijdende gevallen, waarbij dan wel de instelling in het buitenland is gevestigd, dan wel de transactie in het buitenland is verricht. En zo ja, in welk land.

Door het bestuderen van de Europese Anti-witwasrichtlijnen, papers van onderzoekscommissies van de Europese Commissie, de Wwft en haar parlementaire geschiedenis, de gronden voor rechtsmacht, richtlijnen en richtsnoeren, jurisprudentie- en literatuuronderzoek is getracht die vraag te beantwoorden. Dat onderzoek geeft aanleiding te veronderstellen dat de territoriale reikwijdte van de Wwft als volgt moet worden opgevat:

  • Instellingen (waaronder in Nederland gevestigde bijkantoren van buitenlandse instellingen) zijn onderworpen aan de Wwft;
  • Het transactiebegrip is niet beperkt tot in of vanuit Nederland verrichte transacties;
  • Van ongebruikelijke transacties moet melding worden gemaakt bij de Nederlandse FIU, indien die transacties zijn verricht door of ten behoeve van de cliënt.

Het niet-melden of het ten onrechte melden kan voor de instelling leiden tot straf-, bestuurs-, civiel- en tucht- rechtelijke aansprakelijkheidstelling. Het zou nuttig zijn nader te onderzoeken hoe andere lidstaten de territoriale reikwijdte van hun meldplichten zien. Voorts zou het voor de verheldering van de algehele reikwijdte van de Wwft nuttig zijn onderzoek te doen naar de invloed van het gedoogbeleid op de kwalificatie van witwassen, in het kader van de Wwft-meldplicht. 

 

Praktische informatie

Auteur: mr. Esther van Nijnatten
Uitgeverij: BijzonderStrafrecht.nl Uitgeverij
ISBN: 9789082321913
Prijs: EUR 19,95 incl. BTW
Verzendkosten: EUR 2,55
Levertijd: max. 3 werkdagen