Hof: Nederlands bedrijf niet aansprakelijk voor levering grondstof voor mosterdgas aan Saddam Hoessein

Vijf Iraanse personen spreken een Nederlands bedrijf (Otjiaha B.V.) aan. Dat bedrijf zou in de jaren ‘80 een grondstof voor de productie van mosterdgas aan Irak hebben geleverd, waarmee zij, destijds deel uitmakend van het Iraanse leger, zijn aangevallen. Het hof oordeelt vandaag dat dit bedrijf daarvoor niet aansprakelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Behoedzaam omgaan met herkenningen leidt tot vrijspraak van oplichting

Behoedzaam omgaan met herkenningen brengt de rechtbank Oost-Brabant tot vrijspraak van oplichting van een 76-jarige vrouw, omdat de herkenning berust op foto's waarop een mondkapje het grootste deel van het gezicht bedekt en mond en neus niet zichtbaar zijn. De foto's zijn niet gedateerd en over de pleegdatum bestaat onduidelijkheid, doordat de afschrijving van twee dagen eerder dateert dan het feit volgens de aangeefster. Voor medeplegen van handel in cocaïne volgt wel een bewezenverklaring, op grond van tapgesprekken met straattaal en getuigenverklaringen. Handel in heroïne wordt niet bewezen geacht. De redelijke termijn is met ruim drieënhalf jaar overschreden. De rechtbank legt geen gevangenisstraf op, maar een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis. De straf blijft onder de eis van de officier van justitie van 120 uren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor opslag en verkoop van professioneel vuurwerk aan particulieren, met ontslag van rechtsvervolging voor voorbereidingshandelingen van vóór 1 januari 2022

Rechtbank Overijssel 14 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5535

Een handelaar in professioneel vuurwerk wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 300 uren voor het opslaan en voorhanden hebben van ruim 500 kilogram professioneel vuurwerk en het te koop aanbieden daarvan aan particulieren. De rechtbank oordeelt dat de zelfstandige strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen in artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit pas vanaf 1 januari 2022 een toereikende wettelijke grondslag heeft in de Wet milieubeheer, en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging voor de periode daarvóór. De verdachte heeft de feiten bekend. De redelijke termijn is met negen maanden overschreden, wat de rechtbank compenseert door af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad herhaalt de eisen aan de vaststelling van voldoende aanwijzingen voor andere strafbare feiten bij ontneming

De Hoge Raad herhaalt in een ontnemingszaak over hennepteelt de eisen die gelden voor de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan als bedoeld in artikel 36e lid 2 Sr. Uit HR 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 volgt dat dit oordeel in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie en dat de rechter voldoende aanwijzingen alleen mag aannemen als buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene die andere feiten heeft begaan. Uit HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1498 volgt dat uit de uitspraak moet blijken aan welke feiten en omstandigheden de rechter die aanwijzingen heeft ontleend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden neemt aan dat de betrokkene, die in de strafzaak is veroordeeld voor het medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt op 6 juli 2017, minimaal één eerdere oogst heeft gehad en legt op die grondslag een betalingsverplichting op. Voldoende aanwijzingen voor die eerdere oogst kunnen echter niet zonder meer uit de door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden worden afgeleid, zodat het oordeel ontoereikend is gemotiveerd en vernietiging en terugwijzing volgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM schrapt zaak Koopmans tegen Nederland van de rol na schikking over onschuldpresumptie bij afgewezen schadevergoeding

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 3 september 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (appl. 32183/24) van de rol geschrapt nadat partijen een schikking hadden bereikt. De klacht betrof een schending van de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Verzoeker was onherroepelijk vrijgesproken en verzocht om schadevergoeding voor ondergane voorlopige hechtenis, maar het gerechtshof Den Haag wees dat verzoek af met een verwijzing naar laakbaar handelen en naar de wijze van tenlasteleggen. De Nederlandse regering betaalt op grond van de schikking € 3.000 aan immateriële schade en € 1.571 aan kosten. Het Hof toetste de schikking aan de mensenrechten en zag geen reden het onderzoek voort te zetten. De beslissing is op 24 september 2026 schriftelijk bekendgemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kantonrechter Haarlem oordeelt over dwangsom na OM-hack: overmachtssituatie in de zin van artikel 4:15 Awb

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 geoordeeld dat de ICT-inbreuk bij het Openbaar Ministerie van juli 2025 een overmachtssituatie oplevert in de zin van artikel 4:15 lid 2 onder c van de Algemene wet bestuursrecht. Onbevoegden maakten gebruik van een zogeheten zero-day-kwetsbaarheid in de software van Citrix NetScaler, waarna het College van procureurs-generaal op 17 juli 2025 besloot de systemen los te koppelen van het internet. Door die afkoppeling was het registratiesysteem voor Wahv-beroepen niet toegankelijk en kon pas vanaf 11 september 2025 weer inhoudelijk op zaken worden beslist. De kantonrechter merkt de periode van 18 juli tot en met 10 september 2025 aan als overmachtsperiode, waardoor de beslistermijn van rechtswege met 55 dagen is opgeschort. De ingebrekestelling van 3 september 2025 is daardoor voor het einde van de beslistermijn verzonden en dus prematuur. De officier van justitie verbeurt geen dwangsom en het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing kort geding tegen opzegging bankrelatie wegens onbeheersbare risico's op omzeiling van Ruslandsancties bij handel in chemicaliën

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen af van twee vennootschappen en hun bestuurders tot voortzetting van de bankrelatie met ABN AMRO. De bank heeft de relaties opgezegd op grond van artikel 5 lid 3 Wwft wegens aanhoudende integriteitsrisico's rond mogelijke omzeiling van sancties tegen Rusland. De onderneming handelt in de chemische stoffen TDI en pMDI, die ook als bestanddeel voor raketbrandstof kunnen dienen en waarvan de levering aan Rusland sinds 20 juli 2025 is gesanctioneerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de onderneming zich onvoldoende bewust is van het risico dat zij onbedoeld meewerkt aan sanctieomzeiling en dat controleerbaar beleid ontbreekt. Door het fundamentele verschil in risicoperceptie kan de bank de sanctierisico's niet beheersen, zodat voorshands aannemelijk is dat zij verplicht is de relaties te beëindigen. Ook de registratie op de interne CAAML-lijst blijft in stand en eisers worden veroordeeld in de proceskosten van € 2.101.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor medeplegen van oplichting bij verkoop van zieke puppy's via Marktplaats, gebruik van vervalste dierenpaspoorten, witwassen en het onthouden van zorg aan honden

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte die via Marktplaats ongezonde Pomeriaan puppy's verkocht en daarbij deed voorkomen dat de dieren gezond en juist ingeënt waren. De rechtbank acht medeplegen van oplichting van veertien kopers bewezen, evenals het gebruik van vervalste Bulgaarse dierenpaspoorten met valse vaccinatiestickers. Ook het witwassen van € 101.555 aan contante stortingen wordt bewezen verklaard, omdat de verdachte geen verifieerbare verklaring geeft over de herkomst van dat geld. Van dierenmishandeling wordt de verdachte vrijgesproken; wel acht de rechtbank bewezen dat hij als houder de nodige zorg aan zieke puppy's heeft onthouden. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uren op en een gevangenisstraf van 180 dagen, grotendeels voorwaardelijk, mede vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaren. Daarnaast geldt voor de duur van vijf jaren een verbod op het houden van honden en andere dieren op grond van artikel 8.11a van de Wet dieren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Grote Kamer EHRM verklaart klacht over reservistenpraktijk bij de Hoge Raad niet-ontvankelijk

De Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 23 september 2026 de klacht in de zaak Kuijt tegen Nederland (nr. 19365/19) bij meerderheid niet-ontvankelijk verklaard. De zaak betrof de praktijk bij de strafkamer van de Hoge Raad waarbij raadsheren die geen deel uitmaken van de zetel, de zogeheten reservisten, kunnen deelnemen aan de beraadslaging zonder mee te stemmen. Verzoekster klaagde dat deze praktijk in strijd is met artikel 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Het EHRM oordeelt dat op nationaal niveau een rechtsgang beschikbaar was, het aanvoeren van de bezwaren in de cassatieprocedure zelf, maar dat verzoekster die niet heeft benut. De Hoge Raad had volgens het EHRM eerst de gelegenheid moeten krijgen om op de kritiek op deze bekende en langlopende praktijk te reageren, in lijn met het subsidiariteitsbeginsel. Over de verenigbaarheid van de reservistenpraktijk met artikel 6 EVRM spreekt het EHRM zich daarmee niet inhoudelijk uit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete voor rechtspersoon wegens het niet onverwijld melden van ongewone voorvallen en het overschrijden van lozingsvoorschriften uit een omgevingsvergunning

Rechtbank Oost-Brabant 11 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6592

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een levensmiddelenproducent in Maarheeze tot een geldboete van € 80.000 voor twee economische delicten. Op 9 juni 2024 lekt door een openstaande klep circa 25.000 liter suikerwater uit een suikertank, dat gedeeltelijk in het vuilwaterriool terechtkomt, en de rechtspersoon meldt dit pas ruim een uur en twintig minuten later aan de gemeente. De rechtbank oordeelt dat het begrip onverwijld geen ruimte laat om eerst onderzoek te doen naar de oorzaak van een lekkage en dat een dreiging van nadelige gevolgen voor het milieu voldoende is voor een ongewoon voorval. Ook op 28 december 2024 wordt een ongewoon voorval niet onverwijld gemeld, wat de rechtspersoon bekent. Daarnaast loost de rechtspersoon op 14 november en 28 december 2024 een CZV-vracht van respectievelijk 5.493,5 en 9.362,9 kilogram per etmaal op het vuilwaterriool, waar de vergunning 2.700 kilogram toestaat. De rechtbank wijkt naar beneden af van de geëiste € 130.000 vanwege de na de feiten getroffen maatregelen, maar constateert bij de eerder veroordeelde rechtspersoon een patroon in het niet snel melden van voorvallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^