In de IRT periode verkregen verdiensten niet van misdrijf afkomstig

Gerechtshof Amsterdam 8 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3574

Een 56-jarige man is in hoger beroep vrijgesproken van het witwassen van een vermogen dat hij in de jaren 1991-1993 met de handel in softdrugs heeft verkregen. Het gerechtshof Amsterdam heeft dit vandaag beslist. De rechtbank Amsterdam veroordeelde de verdachte eerder voor witwassen tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De verdachte stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In hoger beroep heeft het OM het hof gevraagd de verdachte dezelfde straf op te leggen als de rechtbank heeft gedaan.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Europees Parlement stemt voor Europese "Pluk-ze-wet"

Een ‘Europese pluk-ze-wet’ gaat het gemakkelijker maken om in de hele EU goederen van criminelen, én van hun familie, in beslag te nemen en hun rekeningen te bevriezen. Bij de verdeling van in beslag genomen gelden krijgt het recht op een schadevergoeding van slachtoffers bovendien voorrang op de compensatieclaims van de staat.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Ontneming van meer dan 3,5 ton voor fraude bij SGL

De oud-bestuurder van de Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (SGL) moet een bedrag van ruim 315.000 euro aan de Staat betalen, zo besliste de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Milieustrafzaak: afwijzing ontnemingsvordering. Mede gelet op tijdsverloop niet waarschijnlijk is dat wederrechtelijk verkregen voordeel nog met voldoende betrouwbare gegevens kan worden vastgesteld.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 22 augustus 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3497

Door het openbaar ministerie is de onderhavige vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op de uitgespaarde kosten door het in de grond laten lopen van het verontreinigde afvalwater dat was ontstaan door het niet langer gescheiden houden van de (afval)waterstromen. Het openbaar ministerie is tot een bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel gekomen door de kosten te berekenen die veroordeelde zou hebben gemaakt indien alle op Top I en II in de onderzoeksperiode gevallen neerslag minus de hoeveelheid verdamping vanaf dat terrein en in die periode per as zou zijn afgevoerd en ter verwerking zou zijn aangeboden aan een externe verwerker.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Toerekening gehele w.v.v. aan betrokkene bij medeplegen?

Hoge Raad 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1692

In de hoofdzaak is, kort gezegd, bewezenverklaard dat de betrokkene de hennepkwekerij in zijn woning tezamen en in vereniging met een ander in bedrijf heeft gehad. Gelet daarop is het oordeel van het Hof dat het gehele bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene moet worden toegerekend, niet begrijpelijk. De enkele door het Hof daartoe in aanmerking genomen omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden het alternatieve scenario van de betrokkene dat hij van de persoon op wiens verzoek de hennepkwekerij is aangelegd slechts € 500,- heeft ontvangen, kan dat oordeel niet dragen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Motivering schatting w.v.v. uit gewoontewitwassen bestaande uit het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en omzetten van geldbedragen & Eenvoudige kasopstelling

Hoge Raad 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1684

Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat in de eenvoudige kasopstelling ook door de betrokkene gedane contante uitgaven worden betrokken die betrekking hebben op of in relatie staan tot voorwerpen die onderdeel uitmaken van een bewezenverklaring ter zake van (gewoonte)witwassen. Het enkele feit dat in de eenvoudige kasopstelling dergelijke uitgaven in aanmerking zijn genomen, brengt evenwel niet met zich dat de uitkomst van de kasopstelling bij toepassing van art. 36e, tweede lid, Sr geheel als wederrechtelijk verkregen voordeel uit uitsluitend dat (gewoonte)witwassen kan worden aangemerkt. (Vgl. HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:414, NJ 2017/151.)

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Profijtontneming: Toepasselijkheid oud of nieuw recht

Gerechtshof Amsterdam 3 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2659

Artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is gewijzigd bij de ‘Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming’ van 31 maart 2011 (Stb. 2011, 171). Dit artikel is in gewijzigde vorm in werking getreden op 1 juli 2011. Bij deze wetswijziging is geen bijzondere overgangsregeling getroffen zodat het normale overgangsrecht van toepassing is zoals dat voortvloeit uit artikel 1 Sr.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Ontnemingsvorderingen & betalingsverplichtingen

Op 29 mei 2018 heeft de Hoge Raad een helder arrest gewezen over de mogelijkheid om de betalingsverplichting van een ontnemingsvordering hoofdelijk op te leggen. Het Hof had in deze zaak de verplichting tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel hoofdelijk opgelegd aan twee echtelieden. Vaststond dat de veroordeelde en zijn toenmalige echtgenote samen een hennepkwekerij hadden en dat deze werd onderhouden door de toenmalige vrouw van de veroordeelde. De inkomsten uit deze kwekerij zouden worden gebruikt voor het aflossen van gezamenlijke schulden, dan wel om een bepaalde levensstandaard hoog te houden. Verder waren de echtelieden toentertijd in gemeenschap van goederen getrouwd.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Ontnemingsvorderingen en fiscaliteiten

De vraag is: hoe ga je om met een ontnemingsvordering in je belastingaangifte? De Belastingkamer heeft hier op 18 mei 2018  een uitspraak over gedaan die recent is gepubliceerd.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Ontneming: Beoordeling in cassatie van afwijzing verzoek tot oproepen van getuigen

Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1118

Ook in ontnemingszaken geldt hetgeen is overwogen in HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, NJ 2014/441 rov. 2.73 en 2.76 en HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015, NJ 2017/440 rov. 3.8.2, te weten dat het in de cassatieprocedure niet meer gaat om het al dan niet oproepen of horen van getuigen maar uitsluitend om de toetsing van de beslissingen van de feitenrechter dienaangaande. Bij een afwijzing van een verzoek tot het oproepen van getuigen wordt in cassatie beoordeeld of de beslissing begrijpelijk is in het licht van - als waren het communicerende vaten - enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF