HR herhaalt omstandigheden waaronder hoofdelijke betalingsverplichting kan worden opgelegd

Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:381

Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. Art. 36e, zevende lid, Sr voorziet daarbij in het opleggen van een individuele verplichting tot betaling van het totale geschatte bedrag aan voordeel dat door twee of meer verenigde personen uit een door hen gepleegd strafbaar feit wederrechtelijk is verkregen. Met de daarin voorziene regeling van een hoofdelijke betalingsverplichting is niet beoogd af te doen aan het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Causaliteit tussen strafbare gedraging en verkregen voordeel bij ontnemingsmaatregel

Voor het opleggen van een ontnemingsmaatregel is in beginsel een causaal verband vereist tussen het begane strafbaar feit en het genoten voordeel. Er moet een vergelijking worden gemaakt tussen de werkelijke strafbare situatie en een hypothetische normconforme situatie. Indien tussen deze twee situaties geen financieel verschil bestaat voor de betrokkene, kan geen ontnemingsmaatregel worden opgelegd. Enkel wanneer gebruik wordt gemaakt van de abstracte berekenmethode, is voor de toepassing van de ontnemingsmaatregel geen causaal verband vereist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: Witgewassen geldbedrag is niet automatisch wederrechtelijk verkregen voordeel

Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:475

Het middel bevat onder meer de klacht dat de schatting van het door middel van of uit de baten van het in de strafzaak bewezenverklaarde witwassen, meermalen gepleegd, wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over profijtontneming & (ontoelaatbare) verrassingsbeslissing

Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:205

Het middel, in samenhang bezien met de toelichting daarop, behelst de klacht dat het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces is geschonden doordat het hof “de grondslag van de ontnemingsvordering verregaand heeft gewijzigd, althans vrijwel het dubbele van de vordering heeft toegewezen”, door in zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel een langere handelsperiode waarin hennepstekjes door de betrokkene zijn verkocht te betrekken dan waarvan politie, rechtbank en openbaar ministerie in hun berekening zijn uitgegaan, terwijl de verdediging zich daarop niet heeft kunnen voorbereiden en/of dat ter terechtzitting onvoldoende is besproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van drie miljoen euro voor ex-Loyens & Loeff-partner

Rechtbank Oost-Brabant 19 maart 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1658

Een voormalig Loyens & Loeff-partner en -fiscalist moet bijna drie miljoen euro, die hij ontfutselde van goededoelenstichtingen, terugbetalen aan de Staat. Dat heeft de rechtbank in Den Bosch dinsdag bepaald. Het OM wilde ruim het dubbele bedrag van hem afpakken: meer dan 6,2 miljoen euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^