Profijtontneming in witwaszaak: Detournement de Pouvoir door witwassen wegens proces- dan wel bewijsrisico’s niet ten laste te leggen maar wel aan de ontnemingsprocedure ten grondslag te leggen?

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3779

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat het openbaar ministerie heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde, meer specifiek het verbod op “detournement de pouvoir”. Volgens de verdediging is er sprake van onzuiverheid van oogmerk doordat het openbaar ministerie ervoor heeft gekozen om een strafbaar feit – het witwassen van €180.000 - wegens proces- dan wel bewijsrisico’s niet ten laste te leggen maar wel aan de ontnemingsprocedure ten grondslag te leggen. Bovendien druist dit ook in tegen de Geerings-jurisprudentie nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld of veroordeelde zich aan het witwassen van €180.000 schuldig heeft gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag op eerder bijtende hond, gegrondverklaring beklag, want geen heterdaad en inbeslagname op grond van overtreding, maar met bijzondere overweging ten overvloede

Rechtbank Noord-Holland 30 september 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8150

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wetenschap van verdachte dat geldbedragen - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf?

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1582

Het middel klaagt dat de door het hof vastgestelde bijzondere omstandigheden aangaande de wetenschap van de Verdachte dat het geld van misdrijf afkomstig was, op zichzelf én in onderling verband beschouwd, de bewezenverklaring niet kunnen dragen. ’s Hofs vaststelling dat de gang van zaken omslachtig en ingewikkeld was, leidt volgens de steller van het middel immers niet tot de conclusie dat sprake is van het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is sprake van een gewijzigd inzicht van de wetgever t.a.v. art. 341 en 343 Sr (Bedrieglijke bankbreuk)?

Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1013

De steller van het middel voert allereerst aan dat sinds de wetswijziging op 1 juli 2016 art. 341 (nieuw) Sr enkel nog ziet op de failliete natuurlijke persoon en geen betrekking meer heeft op de bestuurder of commissaris van de gefailleerde rechtspersoon, ten aanzien van wie de strafbaarstelling apart is geregeld in art. 343 (nieuw) Sr, zodat reeds om die reden art. 341 (oud) Sr is veranderd naar aanleiding van een gewijzigd inzicht van de wetgever en derhalve art. 341 (nieuw) Sr heeft te gelden als de voor de Verdachte meest gunstige bepaling als bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr (waarbij in de toelichting op het middel in aanmerking wordt genomen dat te dezen niet is voorzien in een overgangsregeling).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aan vordering van OvJ tot leggen van conservatoir beslag in strafzaken te stellen eisen m.b.t. het vermelden van de aard van het beslag

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1591

Het middel klaagt over de juistheid en de begrijpelijkheid van het oordeel van de Rechtbank dat in de vordering tot machtiging van de Officier van Justitie tot het leggen van conservatoir beslag als bedoeld in art. 94a en 103 Sv, concrete voorwerpen moeten worden genoemd waarop het voorgenomen beslag betrekking heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^