Gevangenisstraffen voor bestuurder en eigenaar Amsterdams trustkantoor

Rechtbank Amsterdam 10 december 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8767, ECLI:NL:RBAMS:2018:8770, ECLI:NL:RBAMS:2018:8778 en ECLI:NL:RBAMS:2018:8786

Een voormalige eigenaar van trustkantoor Caute Management krijgt 36 maanden gevangenisstraf en een voormalige bestuurder krijgt 1 jaar gevangenisstraf (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) en 240 uur werkstrafvoor het jarenlang opzetten en gebruiken van schijnconstructies waarmee zij fiscale fraude en corruptie faciliteerden. De rechtbank vindt ook bewezen dat de mannen door hun werkwijze hebben deelgenomen aan een criminele organisatie. De oud-eigenaar wordt bovendien gezien als leidinggever aan die organisatie: dat is een strafverzwarende omstandigheid.

Read More
Print Friendly and PDF

Maximale werkstraf voor voormalig penningmeester geloofsgemeenschap Lichtenvoorde

Rechtbank Gelderland 3 december 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:5145

De rechtbank veroordeelt een 51-jarige vrouw uit Lichtenvoorde voor het verduisteren van geld van de rooms-katholieke geloofsgemeenschap uit haar woonplaats. Zij krijgt de maximale werkstraf van 240 uur opgelegd. Daarnaast legt de rechtbank 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf aan haar op.

Read More
Print Friendly and PDF

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. strafrechtelijke aansprakelijkheid van feitelijke leidinggever en opzet van leidinggever

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2247

De klacht is ten aanzien van alle onder 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten (vrijwel) identiek en komt erop neer dat de telkens in de motivering van het hof terugkomende overwegingen dat verdachte er “rekening mee [had] moeten houden” en dat verdachte “redelijkerwijs had kunnen weten” (feit 1 en 4) onvoldoende is voor het bewijs van het voor feitelijk leidinggeven vereiste opzet, en dat het hof aldus een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Subsidiair, voor zover in de overwegingen van het hof wel de juiste maatstaf kan worden ingelezen, zouden de bewijsmiddelen te weinig inhouden voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging(en) zich zou(den) voordoen.

Read More
Print Friendly and PDF

Gevangenisstraf voor diefstal & witwassen na omwisselen diamanten met zirkonia’s door voormalig medewerker Huis ter Duin

Rechtbank Den Haag 4 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14211

De rechtbank Den Haag heeft een 44-jarige man veroordeeld voor het stelen en witwassen van sieraden. De man was de persoonlijke assistent van de eigenaresse van het hotel Huis ter Duin in Noordwijk. Hij wist de slachtoffers ervan te overtuigen dat het veiliger was om de sieraden in de kluis van het hotel op te bergen. Met een valse sleutel haalde hij kostbare sieraden uit de kluis. De diamanten liet hij omwisselen voor zirkonia’s.

Read More
Print Friendly and PDF

Veroordelingen voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige telecomfraude met servicenummer blijven in stand. HR over geldbedragen in de tenlastelegging.

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2226

Het middel klaagt onder meer dat het Hof in de zaak met het parketnummer 13-520034-06 bij de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten. Daartoe wordt aangevoerd dat de bewezenverklaring betrekking heeft op andere geldbedragen dan die in de tenlastelegging zijn vermeld.

Read More
Print Friendly and PDF

Cautie bij aanvang terechtzitting

Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2193

Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is nu de voorzitter van het Hof ten onrechte op de terechtzitting van 21 december 2016 heeft verzuimd aan de verdachte mede te delen dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

Read More
Print Friendly and PDF

Beklag: Boot onder A in beslaggenomen. B stelt eigenaresse te zijn, nu de boot door B onder eigendomsvoorbehoud is geleverd aan A en A niet binnen de gestelde termijn aan B heeft betaald.

Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2190

In beide middelen wordt geklaagd over de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag. Het eerste middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is geweest van een koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde. Het tweede middel komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de boot zal bevelen, waarbij de rechtbank heeft vastgesteld dat de boot toebehoort aan betrokkene 1 in de zin van art. 33a Sr en dat betrokkene 1 in juli 2015 eigenaar is geworden van de boot omdat er geen sprake is van huurkoop, maar van een koop op afbetaling zonder rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF

Ondervragingsrecht: Levert gebruik voor bewijs van PV van verbalisant, die in hoger beroep vier jaar later als getuige is gehoord, strijd met art. 6 EVRM op?

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2049

Het middel klaagt dat art. 6, eerste en derde lid, aanhef en onder d, EVRM is geschonden doordat het hof een proces-verbaal van een verbalisant tot het bewijs heeft gebezigd, althans dat ’s hofs oordeel dat het gebruik van dit proces-verbaal geen schending van art. 6, derde lid, EVRM oplevert niet zonder meer begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF

Rb: niet elke onderzoekswens waarvan op voorhand onduidelijk is of de uitvoering ervan kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing moet worden toegewezen

Rechtbank Den Haag 13 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14085

Read More
Print Friendly and PDF

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade benadeelde partij na verduistering

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2016

Het middel klaagt dat het hof op onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden ten laste van de verdachte de vordering van de benadeelde partij ter vergoeding van geleden schade ten bedrage van € 77.500,00 hoofdelijk heeft toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF