HR herhaalt overwegingen m.b.t. de mogelijkheid om in geval van “gemeenschappelijk voordeel” hoofdelijke betalingsverplichting op te leggen

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2243

Read More
Print Friendly and PDF

Aanwezigheidsrecht & afwijzing aanhoudingsverzoek na schriftelijke verklaring waarin verdachte afstand doet van zijn recht die dag ter terechtzitting te verschijnen

Hoge Raad 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2294

Het Hof heeft vastgesteld dat een schriftelijke verklaring is binnengekomen waarin de verdachte afstand doet van zijn recht die dag ter terechtzitting te verschijnen. In de overwegingen van het Hof ligt voorts besloten dat naar zijn oordeel de door de raadsvrouwe geopperde mogelijkheid dat de verdachte de afstandsverklaring had getekend omdat hij zich niet goed genoeg voelde om de zitting bij te wonen, niet aannemelijk is. Gelet daarop getuigt het oordeel van het Hof dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en het belang van het onderzoek niet de aanhouding van de behandeling van de zaak vordert, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF

Is er nog sprake van het doen van een valse aangifte (art. 188 Sr) als die later is ingetrokken?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2245

Het middel betoogt, mede onder verwijzing naar art. 161 Sv ("Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte (...) te doen"), dat "aangifte" in de zin van art. 188 Sr alleen kan worden gedaan door een persoon die kennis draagt van een begaan strafbaar feit, en dat daarom geen sprake is van "aangifte" in de zin van art. 188 Sr indien blijkt dat geen strafbaar feit is begaan.

Read More
Print Friendly and PDF

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. rechterlijke motiveringsplicht bij afwijzing getuigenverzoeken en de toetsing daarvan in cassatie

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2246

Of een verzoek tot het horen van getuigen naar behoren is onderbouwd alsook of het dient te worden toegewezen, zal de rechter in het licht van alle omstandigheden van het geval - en met inachtneming van het toepasselijke criterium - moeten beoordelen. De rechter dient, indien hij een verzoek afwijst, de feitelijke en/of juridische gronden waarop die afwijzing berust, in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel de uitspraak op te nemen. Die rechterlijke motiveringsplicht steunt mede op art. 6 EVRM.

Read More
Print Friendly and PDF

Vordering benadeelde partij & schadevergoedingsmaatregel: HR herhaalt dat kosten rechtsbijstand niet zijn aan te merken als rechtstreekse schade

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2233

Vooropgesteld dient te worden dat ingevolge art. 51f Sv degene die rechtstreekse schade heeft geleden door een strafbaar feit zich als benadeelde partij in het strafproces kan voegen. Van rechtstreekse schade is sprake indien een persoon is getroffen in het belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De kosten van rechtsbijstand zijn niet als zodanige rechtstreekse schade aan te merken.

Read More
Print Friendly and PDF

Ontneming: In hoofdzaak verbeurdverklaard geldbedrag in mindering gebracht op aan betrokkene in ontnemingszaak opgelegde betalingsverplichting?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2228

Het middel klaagt onder meer dat het Hof ten onrechte het in de hoofdzaak verbeurdverklaarde geldbedrag van € 1.525,- niet in mindering heeft gebracht op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting.

Read More
Print Friendly and PDF

Combinatie van straffen wettelijk toegestaan?

Hoge Raad 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2295

De steller van het middel voert in de toelichting daarop – kort gezegd – aan dat het opleggen van een taakstraf naast een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op grond van artikel 9, vierde lid, Sr alleen mogelijk is wanneer het onvoorwaardelijke gedeelte van een op te leggen gevangenisstraf maximaal 6 maanden bedraagt. De door het hof opgelegde combinatie van straffen is met die bepaling in strijd, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF

Klachtdelict: Mag de politie eigener beweging vermoedelijke slachtoffers van een klachtmisdrijf benaderen zonder dat zij eerst klacht hadden ingediend?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2242

Read More
Print Friendly and PDF

Afzonderlijke bestanden op harde schijf aan te merken als afzonderlijke voorwerpen a.b.i. art. 36b Sr?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2244

Het middel berust op de opvatting dat de afzonderlijke bestanden/gegevens op een gegevensdrager evenzovele voorwerpen zijn waarop het beslag rust en zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen als bedoeld in art. 36b Sr. Die opvatting vindt geen steun in het recht, zodat het middel in zoverre faalt.

Read More
Print Friendly and PDF

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. strafrechtelijke aansprakelijkheid van feitelijke leidinggever en opzet van leidinggever

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2247

De klacht is ten aanzien van alle onder 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten (vrijwel) identiek en komt erop neer dat de telkens in de motivering van het hof terugkomende overwegingen dat verdachte er “rekening mee [had] moeten houden” en dat verdachte “redelijkerwijs had kunnen weten” (feit 1 en 4) onvoldoende is voor het bewijs van het voor feitelijk leidinggeven vereiste opzet, en dat het hof aldus een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Subsidiair, voor zover in de overwegingen van het hof wel de juiste maatstaf kan worden ingelezen, zouden de bewijsmiddelen te weinig inhouden voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging(en) zich zou(den) voordoen.

Read More
Print Friendly and PDF