Cursus Asset Tracing & Recovery | Dinsdag 8 november 2016

Het aantal fraudegevallen neemt de laatste jaren sterk toe. Voor fraudeurs is het mogelijk om binnen korte tijd enorme bedragen weg te sluizen naar bankrekeningen in het buitenland. Daarnaast bestaan er aanzienlijke mogelijkheden voor het verbergen van activa. Maar hoe kunnen gedupeerde ondernemingen (en particulieren) dit geld terugkrijgen? Hoe is het geld op te sporen? Wat kunt u doen als een fraudeur met de noorderzon is vertrokken en u niet weet waar het geld (of goederen) zich bevindt?

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Artikel: Particuliere fraudebeheersing en privacy

De relationele privacy (omgaan met de persoonlijke levenssfeer) speelt met name een rol in het doen van onderzoek naar vermeende fraude en andere onregelmatigheden. Voor de praktijk van het particulier onderzoek is dePrivacygedragscode voor particuliere onderzoekers (PPO) van de Nederlandse Veiligheidsbranche belangrijk. De PPO heeft een ontwikkeling doorgemaakt van zelfregulering tot wettelijk kader waarlangs de rechter het handelen van particuliere onderzoeksbureaus beoordeelt. De informationele privacy (omgang met persoonsgegevens) speelt met name een rol bij de branchewaarschuwingssystemen. Opname van persoonsgegevens van iemand in het extern verwijzingsregister kan verstrekkende gevolgen hebben voor die persoon. 

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

'Mag de civiele rechter aangifte doen van strafbare feiten die hem ter kennis komen?'

In een zaak kan een civiele rechter worden geconfronteerd met strafbare feiten. De vraag is dan of de rechter aangifte moet doen van deze feiten? In bepaalde gevallen is de rechter wettelijk verplicht om aangifte te doen wanneer hij een redelijk vermoeden heeft dat er sprake is van strafbare feiten. Buiten deze gevallen is de rechter bevoegd tot het doen van aangifte (art. 161 Sv). Maar deze bevoegdheid van de rechter is niet onbegrensd. Aan de hand van een uitspraak van de Ombudskamer van de Hoge Raad van 30 maart 1998 en een viertal beschikkingen op 30 maart 2001 afgegeven door de strafkamer van de Hoge Raad gaat deze bijdrage nader in op de grenzen van de aangiftebevoegdheid van de rechter. Hierbij is tevens aandacht voor de brief van de Minister van Justitie naar aanleiding van de uitspraak van de Ombudskamer over de aangifte bevoegdheid van rechters van 9 oktober 2000. Lees verder:

 

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd bent op Trema. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

'The Effectiveness of EU Law: Insights from the EU Legal Framework on Asset Confiscation'

Based on an institutional and legal mapping of the field across Europe, this article explores the different barriers to the effectiveness of the EU’s regime on the recovery and confiscation of proceeds of crime. The aim is to provide a better understanding of the challenges that arise in this field and suggest possible areas of legal or policy intervention. But it is also — using the example of asset confiscation — to contribute to debates about the effectiveness of the EU’s legal strategy in building a genuine area of freedom, security and justice. The article argues that, despite the adoption of new legislation in this field and the stronger institutional framework introduced by the Treaty of Lisbon, the effectiveness of the EU’s action is unlikely to significantly improve. The legal rules still present a number of deficiencies and the emphasis on formal legal solutions has come at the expense of broader questions of transposition and utilisation, which are however crucial to ensuring effective recovery. Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

'Explaining attrition: Investigating and confiscating the profits of organized crime'

In this article, the authors provide insight into a common but scarcely researched problem in the process of confiscating criminal earnings: attrition, that is, the gap between estimated criminal profits on the one hand and the actually recovered amount of money on the other. We investigate the practice and results of financial investigation and asset recovery in organized crime cases in the Netherlands by using empirical data from the Dutch Organized Crime Monitor, confiscation order court files, and the Central Fine Collection Agency. The data shed light on financial investigation in practice and give a complete picture of the confiscation order court procedures as well as the execution of those orders for 102 convicted offenders – from public prosecutors’ claims and rulings of the initial, appeal and the Supreme Court, to what offenders actually pay. The phenomenon of attrition can be explained by several factors, but an important factor turns out to be how ‘criminal profit’ is defined (determined) in law and practice. Lees verder:

 

Dit artikel is enkel te raadplegen indien u beschikt over een abonnement op European Journal of Criminology. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

'Publiek-private opsporing: vele handen maken licht werk?'

Particuliere onderzoeksbureaus (POB’s) voeren, in opdracht van bedrijven en particulieren, recherche-werkzaamheden uit. Deze werkzaamheden hebben vaak betrekking op strafbare feiten zoals fraude en laakbaar handelen van werknemers, waaronder verduistering, diefstal en misbruik van bedrijfsmiddelen. Daarnaast verrichten POB’s ook adviserende werkzaamheden, pre-screening van nieuwe werknemers etc. De wettelijke grondslag voor POB’s is in 1997 vastgelegd in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Deze wet bepaalt de kaders waarbinnen de POB’s hun werkzaamheden verrichten. De overkoepelende vraagstelling van dit onderzoek luidt oorspronkelijk als volgt:

  1. Welke bijdrage kunnen POB’s leveren bij de strafrechtelijke opsporing en vervolging van zaken op het gebied van vermogenscriminaliteit? Wat zijn good practices?
  2. Zijn er neveneffecten verbonden aan het inschakelen van POB’s bij de strafrechtelijke opsporing en vervolging? Welke zijn dat?

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF