Helpdeskmedewerker veroordeeld voor computervredebreuk met valse sleutel en poging tot afdreiging na hack van medische patiëntgegevens

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1003

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een voormalig helpdeskmedewerker voor computervredebreuk en poging tot afdreiging na een hack van medische gegevens van ongeveer 30.000 patiënten. De verdachte gebruikte zijn werktoegang onbevoegd om gegevens van een server van zijn werkgever te downloaden en eiste vervolgens bitcoins onder dreiging van openbaarmaking. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van een valse sleutel en wijst op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep compenseert het hof in de strafmodaliteit en strafsoort. De verdachte krijgt 180 dagen gevangenisstraf waarvan 132 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van € 7.500. Het hof verklaart bovendien diverse digitale gegevensdragers verbeurd en gelast teruggave van een Dell computer aan de werkgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof matigt straf voor feitelijk leidinggevende aan btw-fraude, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen vanwege uitzichtloze medische situatie

Gerechtshof Den Haag 3 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:601

Het gerechtshof Den Haag bevestigt op 3 maart 2026 de veroordeling van een bestuurder die feitelijke leiding heeft gegeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen door zijn vennootschap. Op basis van valselijk opgemaakte facturen keert de Belastingdienst ruim één miljoen euro uit, waarvan na beslaglegging ruim € 650.000 als schade resteert. Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de rechtbank en kwalificeert de feiten als feitelijk leidinggeven in de zin van artikel 51 lid 2 Sr. Vanwege de uitzichtloze medische situatie van de verdachte en het tijdsverloop wordt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast wordt de verdachte voor twee jaren ontzet uit het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon en worden een mobiele telefoon en een computer verbeurdverklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

"Veilig stellen" van geld is al toe-eigenen

Op 29 april 2026 veroordeelde de rechtbank Midden-Nederland een boekhouder voor verduistering in dienstbetrekking van € 72.500 en drie bedrijfsauto's tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank oordeelt dat het door de verdachte gestelde "veilig stellen" van het geld op zichzelf al wederrechtelijke toe-eigening oplevert, omdat hij vanaf het moment van overboeking als heer en meester over het geld kon beschikken. Ondanks een forse overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank een zwaardere modaliteit op dan de officier van justitie eiste, met als motivering dat de ernst van de feiten en de proceshouding van de verdachte een stok achter de deur rechtvaardigen. Bij de vordering benadeelde partij merkt de rechtbank de advocaatkosten gemoeid met de artikel 12 Sv-procedure aan als rechtstreekse schade, omdat zonder die procedure de strafzaak geen doorgang zou hebben gevonden. De toegewezen materiële schade bedraagt € 80.510,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2016.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Civielrechtelijke groepsaansprakelijkheid en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bijdragen aan collectieven: een appel en een peer naast elkaar gelegd

Artikel 6:166 lid 1 BW biedt de civielrechtelijke grondslag voor hoofdelijke aansprakelijkheid van groepsdeelnemers als in groepsverband onrechtmatige schade is toegebracht. In verschillende zaken, zowel civielrechtelijk als strafrechtelijk, waarin sprake is van twee of meer veroordeelden wordt die hoofdelijke aansprakelijkheid betwist. Een voorbeeld biedt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 april 2025. De daders betwisten dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn, omdat zij niet zijn veroordeeld voor openlijk geweld maar voor mishandeling en zij daarom ieder voor zich alleen aansprakelijk zijn voor het zelf toegebrachte letsel. Het hof verwerpt dit standpunt en komt tot het oordeel dat beide daders op grond van artikel 6:166 lid 1 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die in groepsverband is toegebracht. Deze hoofdelijke civielrechtelijke aansprakelijkheid heeft vergaande consequenties voor een groepsdeelnemer, namelijk de individuele verplichting om (in beginsel) volledige schade­vergoeding te bieden aan de benadeelde. Deze vorm van ‘collectieve aansprakelijkheid’ (in het civiele recht ook wel groeps­aansprakelijkheid genoemd), inclusief een remedie die voor alle groepsdeelnemers hetzelfde is, komt in zijn zuiverste vorm niet voor in het strafrecht. Wel kent het strafrecht een ruime deelnemingsregeling en delictsbepalingen die zien op bij­dragen aan collectieven, zoals openlijke geweldpleging en deel­name aan een criminele organisatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafbaarstelling van ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in Nederland: (niet langer) klem tussen Europese verplichting en nationale aarzeling

Toen in februari 2025 een artikel verscheen in NRC waarin werd gesteld dat het openbaar ministerie en de Rijksrecherche het Ministerie van Justitie en Veiligheid zouden hebben verzocht om de Nederlandse corruptiewetgeving aan te scherpen, herleefde het debat over een vorm van corruptie genaamd ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ (ook wel: ‘handel in invloed’ of ‘influence peddling’). Dat ongeoorloofde beïnvloeding niet strafbaar is gesteld in Nederland zou er namelijk voor zorgen dat de huidige corruptiewetgeving ontoereikend is om corruptie te vervolgen. De (ambtelijke) corruptiewetgeving in Nederland bestaat uitsluitend uit de actieve en passieve ambtelijke omkopingsbepalingen van, respectievelijk, artikel 177 en 363 Sr. Bij ongeoorloofde beïnvloeding gaat het – kort gezegd – om een vorm van corruptie waarbij iemand uit de nabije kring van een ambtenaar zijn of haar invloed op die ambtenaar verhandelt aan een derde, in ruil voor een onverschuldigd voordeel. Een dergelijke strafbaarstelling zou een breder scala aan gedragingen criminaliseren dan de huidige Nederlandse omkopingsbepalingen. Naar aanleiding van het artikel in NRC werden Kamervragen gesteld. Het antwoord van de Minister van Justitie en Veiligheid kwam er, kort gezegd, op neer dat hij wat betreft het ontbreken van een strafbaarstelling van ongeoorloofde beïnvloeding niet direct een lacune ziet, gelet op de reikwijdte van de huidige omkopingsbepalingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^