Woensdag ge-hackt-dag: Een onderzoek naar de verenigbaarheid van de hackbevoegdheid uit wetsvoorstel Computercriminaliteit III met 8 EVRM

Als het aan minister van Veiligheid en Justitie Opstelten ligt wordt het wetsvoorstel Computercriminaliteit III begin volgend jaar ingediend bij de Tweede Kamer. In deze scriptie wordt echter geconcludeerd dat zoals de hackbevoegdheid nu wordt geïntroduceerd, deze onvoldoende verenigbaar is met artikel 8 EVRM. De Memorie van Toelichting bij het voorstel schiet namelijk aanzienlijk tekort in de onderbouwing van de vereisten van de beperkingsclausule uit het tweede lid van artikel 8 EVRM.

Wetsvoorstel Computercriminaliteit III beoogt het juridisch instrumentarium voor de opsporing en vervolging van computercriminaliteit te verbeteren en te versterken. Het introduceert een nieuwe bevoegdheid waarmee op afstand heimelijk kan worden binnengedrongen in een geautomatiseerd werk van een verdachte met als doel daarin onderzoek te verrichten (de ‘hackbevoegdheid’). In ons huidig wettelijke kader ontbreekt zowel impliciet als expliciet de grondslag voor een dergelijke bevoegdheid. Uit praktijkvoorbeelden blijkt echter dat politie en justitie wel degelijk van deze opsporingsmethode gebruik maken. Tegenover de behoefte vanuit de opsporing aan vergaande bevoegdheden om verborgen informatie in handen te krijgen, staat dat grondrechten van betrokken personen geschaad kunnen worden op het moment dat deze bevoegdheden niet zo beperkt mogelijk worden gehouden. In het kader van de hackbevoegdheid komt het recht op privéleven van artikel 8 EVRM in het geding. Een inmenging op dit recht levert geen inbreuk op indien aan de beperkingsclausule van het tweede lid wordt voldaan. Een maatregel is rechtmatig indien deze in overeenstemming is met de wet, een legitiem doel nastreeft en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Hierbij moet sprake zijn van een ‘fair balance’ waarbij het dringende maatschappelijke belang van de bevoegdheid in redelijke verhouding staat tot het belang dat met de inmenging wordt geschaad.

Het doel van deze scriptie is nagaan of de noodzakelijkheid van de hackbevoegdheid, zoals de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel deze stelt, aanwezig is en zo ja, of deze noodzakelijkheid dusdanig groot is dat het een inmenging op de rechten van artikel 8 EVRM rechtvaardigt. Dit wordt gedaan door niet enkel te onderzoeken hoe de Memorie van Toelichting dit onderbouwt en hoe hier in de literatuur over wordt gedacht, maar ook door aan de hand van interviews de meningen van de kant van de opsporing (cybercrime officier van justitie Lodewijk van Zwieten) en de kant van de grondrechtenbescherming (Ton Siedsma, jurist en werkzaam bij Bits of Freedom) aan elkaar af te wegen.

Wanneer men kijkt naar de letter van de Memorie van Toelichting, dan lijkt de bevoegdheid door de clausule heen te komen. Iets anders blijkt echter wanneer men het EVRM erbij pakt. Zo slaagt de Memorie van Toelichting er niet in om aan te tonen waarom de bevoegdheid daadwerkelijk noodzakelijk is. Daarnaast wordt de hackbevoegdheid onvoldoende met waarborgen omkleed, omdat op vrijwel alle punten belangrijke vereisten bij nadere regelgeving moeten worden vastgelegd. Door de kant van de opsporing wordt beargumenteerd dat het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt in ieder geval de minimale toetsing van artikel 8 lid 2 EVRM kan doorstaan, maar dat er een aanwijzing moet komen om helemaal soeverein in het domein van lid 2 te komen. Uit deze scriptie blijkt echter dat een minimale toetsing onvoldoende is om zo’n vergaande opsporingsbevoegdheid aan ons Wetboek van Strafvordering toe te voegen.

Lees hierde scriptie ‘Woensdag ge-hackt-dag’ door Rosalie Rijkhoff (masterscriptie Strafrecht, Radboud Universiteit Nijmegen, begeleiding: mr. dr. M.I. Fedorova, tweede lezer: prof. Mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen, beoordeling: 8).

Rosalie Rijkhoff is afgestudeerd met tevredenheid en op zoek naar een uitdagende baan in de advocatuur.

Meer weten over hacken en terug hacken? Kom dan op Vrijdag 28 november 2014 naar de Studiedag Cybercrime.

Klik hier voor meer informatie.

Print Friendly and PDF ^

Van Amsterdam naar Lissabon; EU-invloed op de rechten van de verdediging in het Nederlandse strafproces

Al sinds 1999 is de Europese Unie voornemens minimum-voorschriften met betrekking tot de rechten van de verdediging in straf- en grensoverschrijdende procedures aan te nemen. In deze scriptie is onderzocht welke EU-kaderbesluiten en richtlijnen er inmiddels op dit gebied tot stand zijn gekomen, hoe deze zich tot elkaar verhouden en wat de invloed van deze EU-kaderbesluiten en richtlijnen op de rechten van de verdediging in het Nederlandse strafproces is.

Met deze scriptie, uitgegeven door Wolf Legal Publishers, won Nils Gonzalez Bos in 2013 de JHS-Scriptieprijs. Deze prijs wordt jaarlijks door de Juridische Hogeschool Avans-Fontys uitgereikt aan de schrijver van de scriptie die door een deskundige jury als beste van de genomineerde scripties in het voor- afgaande kalenderjaar wordt beoordeeld. De JHS wil met de uitreiking van deze prijs een stimulans geven aan studenten van de JHS om te kunnen ex- celleren op het terrein van het recht. De tweede scriptieprijs werd uitgereikt op 15 maart 2013 aan Nils Gonzalez Bos.

Klik hier om de scriptie in boekvorm te bestellen via Jongbloed.

€ 13,95 136 pagina's ISBN-13: 9789462401273

 

Print Friendly and PDF ^

‘Balanceren tussen waarheidsvinding en rechtsbescherming. Consequenties van onrechtmatig verkregen bewijs in het strafrecht en het bestuursrecht'

In deze scriptie staat de vraag centraal welke criteria de rechter hanteert bij het bepalen van de verschillende rechtsgevolgen die kunnen worden verbonden aan door overheidsorganen onrechtmatig verkregen bewijs in het strafrecht en het bestuursrecht. De strafrechter heeft de met de invoering van artikel 359a Wetboek van Strafvordering gecodificeerde mogelijkheid van strafvermindering, het uitsluiten van bewijs en het niet-ontvankelijk verklaren van het OM. Overigens kan soms worden volstaan met de enkele constatering dat vormen zijn verzuimd. Bij de keuze voor een bepaald rechtsgevolg dient de rechter rekening te houden met onder andere het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. De bewijsuitsluitingsregel wordt bovendien genuanceerd toegepast wegens het vereiste van relativiteit, causaal verband en schade. Hoewel de bestuursrechter slechts één consequentie kan verbinden aan een geconstateerde onrechtmatigheid met betrekking tot het bewijs – te weten het al dan niet uitsluiten van datzelfde bewijs – heerst in de bestuursrechtspraak thans onduidelijkheid omtrent de vraag hoe om te gaan met onrechtmatig verkregen bewijs. Wat betreft strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs wordt de door de belastingkamer van de Hoge Raad in 19921 uitgezette lijn grotendeels gevolgd door de hoogste bestuursrechters. Echter, vaak wordt slechts bekeken of aan het “zozeer indruist-criterium” is voldaan; indien het bewijsmateriaal op een wijze is verkregen welke zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, moet het gebruik ervan onder alle omstandigheden ontoelaatbaar worden geacht. Enkel in uitzonderlijke gevallen zal aan dit zwaarwegende criterium zijn voldaan terwijl de minder strenge toets aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur achterwege blijft. Bestuursrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs werd in het verleden nog wel uitgesloten wegens schending van een algemeen beginsel, echter, ook hier is het “zozeer indruist-criterium” aan een opmars bezig.

Concluderend kan worden gesteld dat de vraag welke rechtsgevolgen kunnen worden verbonden aan de constatering dat bewijs onrechtmatig is verkregen in het strafrecht en het bestuursrecht verschillend wordt beantwoord. In de strafrechtspraak lijkt een voorkeur zichtbaar voor waarheidsvinding boven rechtsbescherming. Bij verscheidene (grens)gevallen wordt – volgens Heijmerink onterecht – gekozen voor strafvermindering boven bewijsuitsluiting of voor het enkel constateren van het verzuim boven strafvermindering. De vergelijking met een hellend vlak dringt zich op. Bovendien zorgen de vele gezichtspunten, wegingsfactoren en de in de rechtspraak ontwikkelde relativeringen ervoor dat de rechtszekerheid in het gedrang komt. De in het bestuursrecht geconstateerde ontwikkeling dat onrechtmatig verkregen bewijs slechts dan wordt uitgesloten indien aan het zwaarwegende “zozeer indruist-criterium” is voldaan, lijkt haar onwenselijk. Bovendien duidt dit op een foutieve lezing van het op 1 juli 1992 door de Hoge Raad gewezen arrest.

Lees hier de scriptie ‘Balanceren tussen waarheidsvinding en rechtsbescherming. Consequenties van onrechtmatig verkregen bewijs in het strafrecht en het bestuursrecht'  van Tesse Heijmerink (masterscriptie Strafrecht & Staats- en Bestuursrecht, Universiteit Maastricht, begeleiding: S. Jansen, beoordeling: 8,5).

Print Friendly and PDF ^

'De rechtsbescherming van zorgaanbieders'

Deze scriptie handelt over de rechtsbescherming van zorgaanbieders bij de actieve publicatie van informatie over het instellen van verscherpt toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Lees verder:

  • De rechtsbescherming van zorgaanbieders door Jacqueline de Vries (masterscriptie Publiekrecht, traject Gezondheidsrecht, Universiteit van Amsterdam, begeleiding: mr. dr. R. Wijne, tweede lezer: prof. mr. J. Legemaate)
Print Friendly and PDF ^

Het ziekenhuis: een strafrechtelijk te vervolgen rechtspersoon. Tijd en noodzaak dat het ziekenhuis als rechtspersoon alerter strafrechtelijk wordt vervolgd?

Hoewel het tij gekeerd lijkt te zijn met de komst van het Expertisecentrum Medische Zaken in 2001, is tot op heden nog altijd slechts éénmaal in 1987 een ziekenhuis veroordeeld voor het delict dood door schuld. Felderhof stelt in haar scriptie de vraag waarom de stap in de strafrechtelijke vervolging van de arts naar het ziekenhuis als rechtspersoon zelden of niet wordt gemaakt bij medisch falen, wanneer het ziekenhuis nalatig geweest is in het creëren van een verantwoorde zorgomgeving.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^