Conclusie AG over vraag of strafkorting op uitkering in de weg staat aan strafvervolging ter zake van (gedeeltelijk) dezelfde bijstandsfraude

Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:697

Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat geen sprake is van een uitzonderlijke — van andere gevallen waarin een bestuursrechtelijk en een strafrechtelijk traject samenlopen, afwijkende — situatie die op gespannen voet staat met het beginsel dat iemand niet tweemaal mag worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit en derhalve de strafvervolging van de verdachte ter zake van feit 2 niet in strijd is met beginselen van een goede procesorde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over opzet op uitgeven van valse bankbiljetten (art. 213 Sr)

Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:679

Het middel bevat de klacht dat het bewezenverklaarde opzet ontoereikend is gemotiveerd. Daartoe wordt onder meer aangevoerd dat de bewijsvoering van het hof innerlijk tegenstrijdig is, omdat het hof verklaringen van de verdachte en de medeverdachte tot het bewijs heeft gebezigd, terwijl het hof deze verklaringen “volstrekt onwaarschijnlijk en ongeloofwaardig” acht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over mogelijke consequenties bij te laat instellen hoger beroep als gevolg van 'manifest failure' van de raadsman

Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:520

Het middel klaagt dat de beslissing van het hof om de verdachte in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. Daartoe wordt aangevoerd dat (a) sprake was van een manifest failure van de raadsman van de verdachte, terwijl de verdachte op grond van mededelingen van die raadsman in de veronderstelling was dat tijdig beroep was ingesteld, dan wel (b) dat het rechtsmiddel tijdig is aangewend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over de vraag of in vordering tot leggen van conservatoir beslag (art. 103 Sv) concrete verhaalsobjecten moeten worden benoemd

Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:519

Het middel bevat de klacht dat het oordeel van de rechtbank dat de officier van justitie in zijn op de voet van art. 103 Sv ingediende vordering tot het verkrijgen van toestemming om conservatoir beslag te leggen concrete voorwerpen moet noemen waarop het voorgenomen beslag betrekking heeft, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is schakelbewijs alleen toelaatbaar indien de modus operandi wordt vergeleken van twee strafbare feiten waarvan op andere gronden kan worden aangenomen dat zij zijn begaan?

Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565

De “wijze waarop de onderscheiden feiten zijn begaan” is een uitdrukking die impliceert dat er onderscheiden feiten zijn begaan. Het lijkt er dus op dat de Hoge Raad schakelbewijs alleen toelaatbaar acht als vaststaat dat er tenminste twee strafbare feiten zijn begaan die met elkaar kunnen worden vergeleken op het punt van de modus operandi. De vraag is of daarvan in de onderhavige zaak sprake is.

Read More
Print Friendly and PDF ^