Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling wegens belastingfraude door eigenaar interieurbedrijf kan in stand blijven

De veroordeling van een eigenaar van een interieurbedrijf en scheepsbetimmering wegens grootschalige belastingfraude kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal Harteveld de Hoge Raad in zijn conclusie die vandaag is gepubliceerd. Dat geldt ook voor de opgelegde straf aan het bedrijf van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan de veroordeling in de proceskosten hoger zijn dan door de benadeelde partij wordt gevorderd?

Parket bij de Hoge Raad 3 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:853

Het middel bevat twee deelklachten. De eerste is dat het hof een hoger bedrag aan proceskosten heeft toegewezen (€4000) dan door de benadeelde partij is gevorderd (€2500). Dat zou onjuist dan wel onbegrijpelijk zijn. De tweede deelklacht is dat het hof bij het bepalen van de proceskosten heeft aangeknoopt bij het tarief dat geldt met betrekking tot zaken met een geldwaarde van €195.000 tot €390.000 terwijl de vordering slechts voor een bedrag van €3.753,39 is toegewezen, zodat de benadeelde partij is aan te merken als de voor het grootste deel in het ongelijk gestelde partij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer verjaart de vordering van de benadeelde partij?

Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:764

Aan het middel is ten grondslag gelegd dat het kennelijke oordeel van het hof dat de verjaring door de voeging door ING Groep NV als benadeelde partij is gestuit onbegrijpelijk is, aangezien het hof niet heeft onderzocht of de verdachte zo spoedig mogelijk door de officier van justitie schriftelijk op de hoogte is gesteld van de voeging door ING Groep NV als benadeelde partij. Gelet daarop, alsmede gelet op de omstandigheid dat de verdachte niet wist van de zitting van de politierechter in 2009 had het hof zijn oordeel nader moeten motiveren, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Tijdstip van verwerving van geld waarvan verdachte weet dat het door misdrijf (nalaten aangifte te doen) is verkregen

Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:731

Het middel klaagt dat de bewijsmiddelen onvoldoende redengevend zijn voor het onderdeel in de bewezenverklaring “terwijl hij steeds wist dat bovengenoemde voorwerpen geldbedragen en de woning, PCV – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren van misdrijf”. In de kern wordt geklaagd dat de verdachte niet wist dat en wanneer het geld van misdrijf afkomstig was.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over vraag of strafkorting op uitkering in de weg staat aan strafvervolging ter zake van (gedeeltelijk) dezelfde bijstandsfraude

Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:697

Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat geen sprake is van een uitzonderlijke — van andere gevallen waarin een bestuursrechtelijk en een strafrechtelijk traject samenlopen, afwijkende — situatie die op gespannen voet staat met het beginsel dat iemand niet tweemaal mag worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit en derhalve de strafvervolging van de verdachte ter zake van feit 2 niet in strijd is met beginselen van een goede procesorde.

Read More
Print Friendly and PDF ^