Broers krijgen cel- en taakstraf voor handel in vervalste merkartikelen

Rechtbank Oost-Brabant 12 maart 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1286

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 33-jarige man uit Eindhoven voor grootschalige merkfraude tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Zijn 31-jarige broer uit Nuenen krijgt voor zijn aandeel een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leidinggeven aan belastingfraude: Geen gevangenisstraf omdat feiten financieel van aard zijn en benadelingsbedrag niet wordt teruggevorderd door de fiscus

Rechtbank Amsterdam 20 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1192

Een gevangenisstraf vindt de rechtbank niet passend. De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om een geldboete op te leggen omdat de bewezenverklaarde feiten financieel van aard zijn en het benadelingsbedrag niet wordt teruggevorderd door de fiscus. De rechtbank bepaalt de hoogte van de geldboete op €5.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leidinggeven aan belastingfraude: strekkingsvereiste is gekoppeld aan ‘het feit’, waarmee wordt gedoeld op de ten laste gelegde onjuiste of onvolledige aangifte

Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2018:9893

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude, door als feitelijk leidinggever van verschillende rechtspersonen gedurende meerdere jaren opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen. Hierdoor is de Belastingdienst voor een bedrag van ruim 200.000 euro benadeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Criteria horen getuigen door RC in vooronderzoek, terwijl verdachte zich op zwijgrecht beroept

Rechtbank Rotterdam 22 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1574

Een inhoudelijke verklaring van de verdachte over hetgeen hem wordt verweten is geen absolute voorwaarde. Wel kan het voor de rechter(s) die moeten beslissen over onderzoekswensen door het afleggen van een dergelijke verklaring duidelijk worden dát, en waarom, het horen van een getuige of andere onderzoekshandeling redelijkerwijs van belang is voor een (of meer) van de beslissingen in de art. 348 en 350 Sv. Het niet (willen) afleggen van een dergelijke verklaring kan er dan ook toe leiden dat in het dossier noodzakelijke (nadere) informatie ontbreekt om de betekenis van het horen van de verzochte getuige voor de beantwoording van de vragen van art 348 en 350 Sv voldoende te onderbouwen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor verduistering in dienstbetrekking: Toewijzing vordering tot schadevergoeding in verband met gemaakte onderzoekskosten

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 25 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:653

De gemaakte onderzoekskosten zijn – anders dan in eerste aanleg – middels een specificatielijst onderbouwd en voldoende gespecificeerd, mede gelet op de toelichting ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat het gaat om redelijke kosten ter vaststelling van door handelen van de verdachte veroorzaakte schade – al wordt de omvang van die schade niet in dit strafgeding vastgesteld – en zal daarom de vordering tot schadevergoeding betreffende de gemaakte onderzoekskosten van bedrijf 1 – een bedrag van €26.014,50 – toewijzen.

Read More
Print Friendly and PDF ^