Artikel: Blowing the tax whistle | De fiscale tipgeversregeling in de Verenigde Staten

De tipgeverszaak heeft in Nederland tot discussie geleid over de vraag of de Nederlandse Staat tipgevers zou moeten betalen voor informatie. Het beleid dat daarover bestaat, dateert uit de vorige eeuw en is bovendien zeer summier geformuleerd. In de discussie over de Nederlandse tipgeversregeling, kunnen twee aspecten worden onderkend, namelijk 1. óf de Nederlandse Staat voor informatie van tipgevers zou moeten betalen en 2. óf, en zo ja hoe, dat in de wet moet worden verankerd. Anders dan in Nederland, bestaat in de Verenigde Staten al een wettelijk geregelde mogelijkheid om fiscale tipgevers (‘whistleblowers’) te belonen, die in dit artikel onder de loep wordt genomen.

Read More
Print Friendly and PDF

Cursus Klokkenluiden | Donderdag 17 november 2016

Tijdens deze cursus wordt het fenomeen ‘klokkenluiden’ vanuit diverse invalshoeken belicht. Aandacht wordt besteed aan zowel strafrechtelijke als arbeidsrechtelijke aspecten bekeken vanuit zowel het perspectief van de medewerker als de onderneming.

Read More
Print Friendly and PDF

'De wet Huis voor klokkenluiders bezien vanuit de werkgever en zijn organisatie'

Op 1 maart jl. is het wetsvoorstel Huis voor de klokkenluiders aangenomen door de Eerste Kamer. Deze bijdrage belicht de nieuwe regels voor de melding binnen de eigen organisatie van een vermoede misstand, en voor een externe melding bij de toezichthouder of bij het Huis voor klokkenluiders. Lees verder:

 

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd op WPNR. 

 

Print Friendly and PDF

'Klokkenluiderswet reeds achterhaald?'

Na een langdurig voorbereidingsproces met politiek ingegeven compromissen, is De Wet Huis voor klokkenluiders bijna een feit. Inmiddels is op 20 april 2015 ook de Vierde-antiwitwasrichtlijn aangenomen. Als ‘novum’ bevat deze richtlijn in art. 61 een tot nu weinig kritisch beschouwde bepaling die beoogt klokkenluiders te beschermen. In dit artikel worden beide afzonderlijk beschouwd en tenslotte tegenover elkaar geplaatst. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF

De wenselijkheid van een transparante tipgeldregeling voor strafbare klokkenluiders

Klokkenluiders die misstanden binnen een bedrijf in de openbaarheid brengen hebben in Nederland een weinig benijdenswaardige positie. Ze worden door werkgevers weggezet als lastpakken en blijven vaak berooid achter, omdat ze geen werk meer kunnen vinden. De tipgeldregelingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de fiscus kunnen in financieel opzicht enige soelaas bieden, maar zodra de klokkenluider zelf ook strafbare feiten heeft gepleegd, kan hij hier geen beroep meer op doen. Een strafbare klokkenluider kan volgens de Hoge Raad alleen worden beschouwd als kroongetuige en kan formeel niet beide zijn. Aan een kroongetuige kan echter alleen strafvermindering worden aangeboden en een financiële beloning is nadrukkelijk uitgesloten. Bovendien nam de Regering in 2005 als standpunt in dat ‘criminele klokkenluiders’ altijd moeten worden vervolgd. Dat de behandeling van deze klokkenluidende kroongetuigen niet altijd strookt met het rechtsgevoel, blijkt uit de behandeling van klokkenluider Ad Bos, die een grote bouwfraude aan het licht bracht. Dit artikel streeft ernaar de wenselijkheid van een transparante tipgeldregeling voor strafbare klokkenluiders te onderstrepen. Een voorbeeld kan worden genomen aan de Verenigde Staten, waar de klokkenluider niet meer wordt gezien als een snitch, maar juist na jarenlange ervaring onmisbaar wordt geacht bij het aan het licht brengen van misstanden die de overheid niet zelf kan opsporen. In dit artikel zullen allereerst de tot dusver bekende Nederlandse tipgeldregelingen aan bod komen. Vervolgens zal een aantal Amerikaanse tipgeldregelingen worden behandeld. Hierna volgt korte beschouwing van de literatuur over de wenselijkheid van de invoering van een tipgeldregeling en wordt er afgesloten met een conclusie waarin de wenselijkheid van een duidelijke transparante tipgeldregeling voor strafbare klokkenluiders zal worden bepleit.

Lees verder:

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd op het NJB. 

 

Print Friendly and PDF

'Ter Visie - Wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders: van melding aan Huis, naar melding aan toezichthouders'

Deze bijdrage gaat nader in op het wetsvoorstel Huis voor de Klokkenluiders zoals thans in behandeling is bij de Eerste Kamer. Aan de orde komen de wordingsgeschiedenis van het wetsvoorstel: van melding aan Huis naar melding aan toezichthouder, de beschermde melding aan de toezichthouder, de voorwaarden die aan een externe melding zijn gesteld en de gewenste analogie voorwaarden voor onderzoek door het Huis – en de voorwaarden voor de bescherming van de werknemer. Ook komt de relevante communicatie met de werknemer, alsook zijn niveau en functie aan de orde en wordt gewezen op het belang van juiste advisering aan de werknemer die een externe melding overweegt. Geconcludeerd wordt dat de rol van het Huis in de praktijk vooral een adviserende zal zijn, hetgeen een beperktere rol is dan door de initiatiefnemers van het Eerste Wetsvoorstel voor ogen hadden. Betoogd wordt dat dit echter geenszins betekent dat daarmee de rol en betekenis van een klokkenluider is terug gebracht. Doordat een externe melding in de regel in plaats van aan het Huis aan de toezichthouder wordt gedaan, zal die in de praktijk naar verwachting grotere implicaties hebben, mede gezien de taak van de toezichthouder van handhaving van de regelgeving. Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF

Eerste Kamer aanvaardt initiatiefwetsvoorstel en novelle Huis voor Klokkenluiders

De Eerste Kamer heeft dinsdag 1 maart 2016 aan het einde van de derde termijn van het debat over het initiatiefwetsvoorstel en de novelle voor het Huis voor Klokkenluiders aanvaard. 66 senatoren stemden voor de beide wetsvoorstellen, 9 senatoren waren afwezig. Tijdens het debat werden door senator Bikker (ChristenUnie) twee moties ingediend, waarvan er één werd aangehouden. De andere motie werd aanvaard, met steun van ChristenUnie, PvdA, SGP, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF, SP en D66.

Behandeling wetsvoorstel

De eerste plenaire behandeling van dit initiatiefwetsvoorstel vond plaats op 20 mei 2014 en werd toen aangehouden om de initiatiefnemers de gelegenheid te geven zich nader te beraden over de door de Eerste Kamer geuite bezwaren. Dat beraad leidde ertoe dat de initiatiefnemers op 11 december 2014 een novelle bij de Tweede Kamer indienden, waarin gevolg werd gegeven aan de toezeggingen aan de Eerste Kamer en tegemoet wordt gekomen aan bezwaren die eerder door een aantal fracties in de Tweede Kamer waren gemaakt. Het ging hierbij onder meer over het vormgeven van het Huis voor klokkenluiders (hierna: "het Huis") als bijzonder zelfstandig bestuursorgaan, de scheiding van advies en onderzoek, specifieke onderzoeksbevoegdheden voor de publieke sector en de private sector, de samenwerking met het Openbaar Ministerie, markttoezichthouders en inspecties of andere bevoegde instanties en de reikwijdte van de rechtsbescherming.

De plenaire behandeling van zowel de novelle als het initiatiefvoorstel vond plaats op 9 februari 2016. In dat debat zegden de initiatiefnemers toe om de Eerste Kamer per brief te informeren over de mogelijkheid van het uitbreiden van het benadelingsverbod voor klokkenluiders die niet in vaste dienst zijn. Op 1 maart 2016 vond een korte derde termijn plaats.

Gelijke rechtsbescherming en nemo tenetur

Senator Bikker (ChristenUnie) merkte op dat gelijke rechtsbescherming van klokkenluiders het uitgangspunt moet zijn. Een uitbrieding van het benadelingsverbod is volgens Bikker dan ook passend. De senator diende een motie in die de regering verzoekt om de wettelijke regeling zo snel mogelijk aan te vullen zodat ook diegene die anders dan uit dienstverband arbeid verricht wordt beschermd tegen benadeling.

Senator Bikker betoogde verder dat een klokkenluider niet gehouden kan worden om mee te werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel). In het samenwerkingsprotocol tussen het Huis en het Openbaar Ministerie is dit echter onvoldoende geregeld. Duidelijk moet zijn dat het doen van een melding van een vermoeden van misstand bij het Huis niet kan leiden tot uitsluiting van strafvervolging. Senator Bikker diende een tweede motie in, die de regering verzoekt om het wettelijk kader voor de informatiepositie van het OM gelijk te trekken aan haar positie ten opzichte van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid.  

Senator De Graaf (D66) betoogde dat de brief van de initiatiefnemers onvoldoende helderheid biedt over de positie van zelfstandige opdrachtnemers, stagiairs en vrijwilligers.  De senator gaf aan dat hij de motie van senator Bikker (ChristenUnie) om dit alsnog wettelijk te regelen van harte mede ondertekent. De Graaf merkte ook op dat er onduidelijkheid is over de scheiding tussen het onderzoeksbelang en het strafvorderlijk stelsel.

Senator Schouwenaar (VVD) betoogde dat de minister al heeft toegezegd om de positie van zelfstandigen te borgen en dat de motie daardoor in zekere zin overbodig is geworden. De senator uitte vertrouwen dat de minister vinger aan de pols zal houden voor de positie van zelfstandigen. Over de tweede motie van senator Bikker merkte senator Schouwenaar op dat zijn fractie bezwaar heeft tegen het feit dat een klokkenluider hierdoor straffeloos kan worden.

Het benadelingsverbod

Senator Postema (PvdA) stelde dat hij het uitbreiding van het benadelingsverbod naar zelfstandigen, stagiaires en vrijwilligers een goede zaak vindt. Het is volgens Postema echter nog maar de vraag of een expliciet benadelingsverbod bij de rechter straks daadwerkelijk leidt tot meer bescherming van klokkenluiders. Het melden van een misstand leidt immers snel tot verstoorde arbeidsverhoudingen en er zijn weinig rechters die dit moedwillig in stand willen houden. Dit zou kunnen betekenen dat het benadelingsverbod in praktijk een wassen neus blijkt. Postema vroeg de initiatiefnemers en de minister om toe te lichten in hoeverre het wetsvoorstel een daadwerkelijke verbetering betekent.

Onderzoek van het OM

Senator Lintmeijer (GroenLinks) gaf aan dat zijn fractie moeite heeft met de mogelijkheid dat het OM informatie ter beschikking krijgt die het Huis tijdens haar onderzoek heeft vergaard. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid dat het OM een klokkenluider strafrechtelijk gaat vervolgen voor feiten die hij/zij vrijwillig heeft verklaard. Dit creëert volgens Lintmeijer voor klokkenluiders een drempel om een misstand te melden. De senator bepleitte dat er scherp wordt gekeken naar het samenwerkingsprotocol met het OM en dat dit punt een belangrijk onderdeel vormt van de evaluatie over 5 jaar. Verder merkte de senator op dat er geen reden is om zzp'ers of vrijwilligers uit te sluiten van het benadelingsverbod.

Geen valse maar snelle start

Senator Koffeman (PvdD) vroeg de indieners en de minister om te reageren op geuite zorgen over het beperkte budget dat beschikbaar wordt gesteld voor het Huis en hoe wordt voorkomen dat klokkenluiders zich niet melden uit vrees voor de zwakke positie van het Huis. Dit zou immers een valse start zijn van het Huis. Over de uitbreiding van het benadelingsverbod merkte de senator op dat dit niet in de weg mag staan aan een spoedige start van het Huis.

Senator Van Weerdenburg (PVV) stelde dat vrijwilligers en stagiairs een fundamenteel andere positie hebben dan werknemers. De senator stelde dat de initiatiefnemers en minister hier heel duidelijk over zijn geweest. Zij noemde het onbegrijpelijk dat dit onderwerp het opzetten van het Huis hebben vertraagd en betoogde dat het Huis zo snel mogelijk moet worden opgezet.

Antwoord initiatiefnemers en regering

Initiatiefnemer Van Raak (SP) merkte op dat voor werknemers na aanvaarding van het wetsvoorstel niet alleen een benadelingsverbod maar ook een bejegeningsverbod geldt. In dit wetsvoorstel wordt het beginsel van goed werkgeverschap vastgelegd. Dit is nu nog alleen in jurisprudentie en literatuur vastgelegd. Lang is er gedacht dat klokkenluiders hier voldoende door werden beschermd, maar dit bleek niet zo te zijn. Het wetsvoorstel schept volgens Van Raak niet alleen duidelijkheid voor alle betrokken partijen maar heeft ook een preventieve werking. Er is immers veel onbekendheid op het terrein van rechtsbescherming. Verder stelde Van Raak dat er een verschoningsrecht geldt voor klokkenluiders: zij kunnen na een melding bij het Huis niet door het OM worden verplicht om mee te werken aan hun eigen veroordeling. Dit neemt echter niet weg dat er na afronding van het onderzoek van het Huis een strafrechtelijk onderzoek door het OM kan worden gestart. Hier worden afspraken over gemaakt in het samenwerkingsprotocol. In de aanloop van het onderzoek zal het Huis de klokkenluider adviseren over het risico van een mogelijke strafrechtelijke vervolgen.

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) gaf aan dat hij verwacht dat het wetsvoorstel een net iets betere rechtsbescherming biedt aan klokkenluiders dan nu het geval is. De bedoeling van de wet is dat klokkenluiders de pers niet op hoeven zoeken, maar dat neemt niet weg dat zij het recht behouden om dit te doen. Over het benadelingsverbod merkte de minister op dat het niet eenvoudig is om dit uit te breiden naar vrijwilligers, stagiaires en zelfstandigen. Er is aangehaakt op het geldende begrip 'werknemers' en hier vallen deze groepen buiten. De minister wil dit onderwerp bovendien eerst bespreken met vakbonden. Als het Huis van start gaat, zal de minister binnen een jaar in kaart brengen of stagiaires, vrijwilligers en zelfstandigen onvoldoende beschermd worden. Indien nodig zal de minister met aanvullende wetgeving komen. De minister liet het oordeel over de motie van senator Bikker over dit onderwerp aan de Kamer en zegde toe om de Kamer om binnen een maand te informeren hoe hij deze motie gaat uitvoeren.

De tweede motie van senator Bikker (over de positie van het OM)werd door de minister ontraden. Bij de Onderzoeksraad voor de Veiligheid worden alle middelen voor waarheidsvinding ingezet. Er geldt daarbij geen zwijgrecht en de dossiers van de Onderzoeksraad worden dan ook niet aan het OM verstrekt. Dit wetsvoorstel voorziet volgens de minister echter wel in een zwijgrecht voor klokkenluiders. Er is volgens de minister dan ook geen reden om het OM  informatie te onthouden. Er wordt wel een afstemmingsprotocol worden opgesteld, waarin afspraken worden gemaakt over vertrouwelijkheid van stukken.  Als de onderzoeksfunctie van het Huis wordt uitgehold omdat burgers zich niet durven te melden uit vrees voor strafrechtelijke vervolging, zal de minister ingrijpen. De Kamer wordt binnen een jaar hierover geïnformeerd. Senator Bikker besloot hierop de motie aan te houden.

Het stenogram van dit debat wordt op 2 maart op deze plaats gepubliceerd. 

Zie ook:

Print Friendly and PDF

Derde termijn en hoofdelijke stemming wet Huis voor Klokkenluiders op 1 maart 2016

Naar aanleiding van de brief van de initiatiefnemers van 12 februari 2016 inzake de voorstellen (Novelle Initiatiefvoorstel-Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Segers, Thieme, Klein en Voortman Wet Huis voor klokkenluiders; en het Initiatiefvoorstel-Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Voortman, Segers, Thieme en Klein Wet Huis voor klokkenluiders) en van de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 februari 2016 inzake benadelingsbescherming stelt de commissie in meerderheid de Kamervoorzitter voor op 1 maart 2016 een derde termijn over de wetsvoorstellen te houden en dezelfde dag te stemmen.

Print Friendly and PDF

Behandeling Initiatiefvoorstellen Wet Huis voor klokkenluiders afgerond

De Eerste Kamer heeft op 9 februari jl. met de initiatiefnemers en met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedebatteerd over het Initiatiefvoorstel-Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Voortman, Segers, Thieme en Klein Wet Huis voor klokkenluiders en de Novelle Initiatiefvoorstel-Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Segers, Thieme, Klein en Voortman Wet Huis voor klokkenluiders. De stemmingen over beide voorstellen vinden paats op 16 februari 2016.

 

Print Friendly and PDF

'Voor klokkenluiders wordt 2016 het jaar van de waarheid'

Hoe lang blijft de klokkenluider vooral een tragische figuur die persoonlijk nadeel ondervindt van het doen van een melding? Voor klokkenluiders in Nederland wordt dit jaar het jaar van de waarheid. Aan instroom van meldingen is geen gebrek. Het waren werknemers bij Nederlandse bedrijven en instellingen als Ordina, SBM Offshore, Insinger de Beaufort, BallastNedam, Imtech, NZA, diverse provinciebesturen, gemeentes en ziekenhuizen die misstanden aan het licht brachten. Door escalatie heeft de klokkenluider vaak niets meer te verliezen en is hij bereid om alles op het spel te zetten om zijn gelijk en/of gram te halen. Maar in 2016 wordt alles anders, althans dat is de bedoeling. De initiatiefwet Huis voor klokkenluiders wordt naar verwachting binnenkort door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Hierdoor zal de positie van de klokkenluider worden versterkt. DNB heeft in haar Nieuwsbericht van 24 december 2015 aangekondigd een eigen meldpunt in te richten voor professionals in de financiële sector die weet of gegronde vermoedens hebben van ernstige overtreding van wet- en regelgeving, zoals fraude, corruptie en belangenverstrengeling. Ook de AFM en de ECB hebben een dergelijk loket geopend. Wie niet binnen de eigen instelling terecht kan is dus welkom bij het Huis voor klokkenluiders in oprichting en bij de toezichthouders.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF