Veroordeling penningmeester voor verduistering: Samenloop vordering benadeelde partij in deze strafprocedure met een onherroepelijk civielrechtelijk vonnis

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 29 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2769

De verdachte fungeerde als penningmeester van een tennisvereniging. In een periode van ongeveer anderhalf jaar heeft hij een geldbedrag van €63.308,51 verduisterd door bedragen over te maken van de bankrekening van de tennisvereniging naar zijn eigen bankrekening. De verdachte heeft zijn handelen getracht te verhullen door andere namen dan de zijne op de rekeningafschriften te vermelden. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Palminvest: hof acht niet bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het feitelijk leiding geven aan) oplichting in vereniging en valsheid in geschrifte in vereniging en witwassen

Gerechtshof Amsterdam 12 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2429

Aan de verdachte is onder feit 1 ten laste gelegd dat BV 1 meerdere personen heeft opgelicht, waaraan de verdachte samen met anderen feitelijk leiding heeft gegeven. Onder feit 2 is aan de verdachte ten laste gelegd dat BV 1 daarbij valsheid in geschrift heeft gepleegd, waaraan de verdachte samen met anderen feitelijk leiding heeft gegeven. Onder feit 3 is het witwassen ten laste gelegd van de opbrengst van die oplichtingen, althans een deel van de opbrengst.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Fiscale fraudezaak: Bewijsoverwegingen over feitelijk leidinggeven en opzet op het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting & (strafrechtelijke vervolging van) niet voldoen aan suppletieplicht

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 juli 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2879

Het hof komt tot de conclusie dat de wetgever niet heeft (willen) voorzien in de mogelijkheid van een strafrechtelijke vervolging van overtreding van artikel 10a van de AWR jo. artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. De suppletieplicht van de artikelen 10a van de AWR jo. 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 is namelijk in strijd met het nemo-teneturbeginsel, oftewel het verbod van zelfincriminatie, zoals volgt uit artikel 6, tweede lid, van het EVRM en artikel 48, eerste lid, van het Handvest van de Grondrechten van Europese Unie.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Afdeling over moment van geven cautie door toezichthouder

Raad van State 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2115

Deze zaak gaat over de vraag of aan appellante op 23 mei 2014 terecht een bestuurlijke boete van € 6.000,00 is opgelegd. Daarbij komt aan de orde of de cautie had moeten worden gegeven en zo ja, op welk moment en aan welke personen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Hoger beroep beleggingsfraude Centurion: van 3 jaar (wv 1 jaar vw) naar 4 jaar gevangenisstraf na OM-appel

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6350

Verdachte heeft langdurig als feitelijke leidinggevende gefunctioneerd van een op het eerste gezicht professioneel opererende rechtspersoon Centurion Vastgoed B.V. die zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift. Daarnaast heeft verdachte zich - al dan niet samen met anderen - schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

HR over bewijsvoering oplichting via Marktplaats

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1073

De verdachte is bij arrest wegens primair medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Beklag 552a Sv: Oplichting of diefstal? Revindicatiebevoegdheid van 3:86 lid 3 BW.

Rechtbank Den Haag 26 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7648

Niet ter discussie staat dat het horloge klager in eigendom toebehoorde voordat het horloge werd meegenomen. De vraag die voorligt is of bij het verlies van die eigendom sprake is geweest van diefstal (artikel 310 Sr) en/of oplichting (artikel 326 Sr) en vervolgens of klager de revindicatiebevoegdheid van artikel 3:86, derde lid, BW kan inroepen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Profijtontneming: Bij de toepassing van art. 36e, achtste lid (oud), Sr komen slechts de in rechte onherroepelijk toegekende vorderingen van benadeelde partijen in aanmerking

Gerechtshof Amsterdam 22 mei 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1994

In de strafzaak tegen de veroordeelde is bewezen verklaard dat zij zich samen met de medeveroordeelde schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde diefstal van een aanzienlijk aan benadeelde toebehorend geldbedrag. Benadeelde werkte als kok in het restaurant van de veroordeelde en hij heeft zijn salaris op zijn bankrekening ontvangen, maar had geen beschikking over zijn bankpas.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Vordering b.p.: Toewijzing geldbedrag dat vader in bewaring had voor zijn dochter toereikend gemotiveerd?

Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1126

Bij de onder 2 bewezen verklaarde inbraak heeft de verdachte onder meer een geldbedrag weggenomen van de dochter van de bewoner. De vader, bij wie is ingebroken, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces onder meer ter zake van dit geld van zijn dochter en het hof heeft zijn vordering (grotendeels) toegewezen. 

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. oplichtingsmiddelen. Heeft verdachte, door het verhelen van het overlijden van haar moeder, uitkeringsinstanties bewogen tot afgifte van geldbedragen?

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1054

Het middel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten voor zover het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte telkens door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels als bedoeld in art. 326 Sr de Sociale Verzekeringsbank respectievelijk de Stichting Pensioenfonds Vliegend Personeel KLM heeft bewogen respectievelijk heeft gepoogd te bewegen tot de afgifte van geldbedragen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF