Ook in hoger beroep straffen opgelegd in de Mestsilozaak Makkinga

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5635, ECLI:NL:GHARL:2018:5719, ECLI:NL:RBOVE:2017:1097

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een bedrijf dat zich bezighoudt met het mixen en pompen van mest en de feitelijke leidinggever van dit bedrijf veroordeeld wegens overtredingen van de arbeidsomstandighedenwetgeving. De aanleiding voor deze zaak was een ongeval bij het reinigen van een mestsilo in Makkinga op 19 juni 2013, waarbij 3 mensen om het leven zijn gekomen en een persoon zwaargewond is geraakt.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Veroordeling niet voldoen aan vordering ex artt. 21 en 24a WED & Bewijs opzet ex art. 26 WED

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:902

Voor de kwalificatie "medeplegen van het opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens de artikelen 21 en 24a van de Wet op de economische delicten, gedaan door een opsporingsambtenaar" is onder meer vereist dat is bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens art. 21 en 24a WED gedane vordering.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Vrijspraak van het feitelijk leidinggeven aan het door een B.V. opzettelijk valselijk opmaken van een bedrijfsadministratie door daarin drie valse verkoopfacturen op te nemen

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2469

De valsheid van de facturen zou er volgens de steller van de tenlastelegging telkens in zijn gelegen dat de op die facturen vermelde verkoop en/of levering van een auto niet had plaatsgevonden, in elk geval niet tegen een op die factuur vermelde prijs. Het Openbaar Ministerie verdenkt de verdachte ervan dat hij hiermee heeft getracht de verantwoordelijkheid voor de afdracht van verschuldigde BPM buiten zichzelf te leggen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel, bewijs & mondeling vonnis

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:908

Het middel klaagt dat de door het Hof bevestigde uitspraak van de Politierechter niet de inhoud van de bewijsmiddelen bevat waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend, zodat het Hof die uitspraak ten onrechte heeft bevestigd.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Voeging benadeelde partij na requisitoir OvJ

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:896

Ingevolge art. 51g Sv kan een benadeelde partij zich op de terechtzitting in het strafproces voegen tot het moment dat de officier van justitie overeenkomstig art. 311 Sv het woord voert (art. 51g, derde lid, Sv). Wanneer de voeging ter terechtzitting geschiedt, dient de rechter er voor te waken dat de verdediging in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld om zich tegen de vordering te verweren. Indien de vordering, gezien de datum van de ontvangststempel, voorafgaand aan de terechtzitting is ingediend, maar pas ná het requisitoir wordt overgelegd, dient de rechter de vordering alsnog te behandelen en de verdediging in de gelegenheid te stellen de benadeelde partij daarover te bevragen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

OM niet-ontvankelijk wegens détournement de pouvoir

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2472

De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat niet tot strafvervolging van de verdachte over had mogen worden gegaan, althans dat die vervolging niet had mogen worden voortgezet.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Ne bis in idem: HR herhaalt overwegingen m.b.t. betekenis van "een strafrechtelijke procedure voor een strafbaar feit"

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:901

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte wegens schending van het ne bis in idem-beginsel. Het gaat in de onderhavige zaak naar de kern genomen om de vraag of de omstandigheid - zoals door het Hof is vastgesteld - dat de visvergunning van de verdachte is geschorst vanwege het handelen in strijd met art. 16 van Verordening (EG) 850/98 gevolgen heeft voor de strafrechtelijke vervolgbaarheid van diezelfde gedraging.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Fiscale fraude: Niet voldoen aan administratieplicht door een V.O.F. kan strekken tot de heffing van te weinig belasting bij de vennoten.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 maart 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1149

De V.O.F. was administratieplichtig voor de omzetbelasting. Uit het onderzoek van de FIOD is gebleken dat de administratie van de V.O.F. onvolledig of onjuist was, maar ook dat de onjuistheid of onvolledigheid van deze administratie niet heeft geleid tot de afdracht van te weinig omzetbelasting.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Verdachte heeft ervoor gezorgd dat zijn bedrijf, een administratiekantoor, te weinig omzetbelasting heeft afgedragen. Met zijn andere bedrijf heeft hij ruim 1 miljoen euro uit een erfenis verduisterd.

Rechtbank Rotterdam 28 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4126

Verdachte heeft ervoor gezorgd dat zijn bedrijf, nota bene een administratiekantoor, gedurende twee jaar lang te weinig omzetbelasting heeft afgedragen. Totaal gaat het om een bedrag van ongeveer €150.000,-. Met zijn andere bedrijf heeft hij ruim 1,1 miljoen euro uit een erfenis verduisterd. Op de verklaring van verdachte na is er geen enkele reden om te denken dat verdachte met die verduistering zou zijn gestopt en het geld aan de rechthebbenden had doen toekomen als de FIOD niet had geïntervenieerd.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Kledingwinkel krijgt boete voor het bezit van jassen, jurken en schoenen gemaakt van beschermde bedreigde uitheemse diersoorten

Rechtbank Amsterdam 6 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3951

Op 9 mei 2016 is door de Douane op Schiphol een zending van een partij leer van geprepareerde vellen van de Siamese krokodil onderzocht. Deze partij leer was afkomstig uit Thailand en was bestemd voor X B.V. Voor de zending was wel een Thaise CITES-uitvoervergunning afgegeven, maar niet de vereiste CITES invoervergunning. De partij is vervolgens bestuursrechtelijk in bewaring genomen en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) is in kennis gesteld. Zij heeft vervolgens de NVWA verzocht een inspectie uit te voeren bij X BV.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF