Dodelijk bedrijfsongeval: vrijspraak van overtreding Arbeidsomstandighedenwet en -besluit

Rechtbank Gelderland 4 april 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1557

De enkele omstandigheid dat het risico van het werken met een Kooiaap niet in de RI&E is opgenomen, heeft naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet tot gevolg gehad dat er levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers bestond of te verwachten was. Er waren genoeg risico beperkende maatregelen genomen. Er is onder deze omstandigheden geen sprake van overtreding van artikel 32 van de Arbowet door verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belastingfraude: overwegingen toetsingskader strafbaarheid rechtspersoon & beoordelingskader feitelijk leidinggeven

Rechtbank Noord-Holland 5 december 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:11702

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan het doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting van een cliƫnt en het feitelijk leidinggeven aan het niet voldoen aan een informatieverplichting jegens de fiscus.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt omstandigheden waaronder hoofdelijke betalingsverplichting kan worden opgelegd

Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:381

Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. Art. 36e, zevende lid, Sr voorziet daarbij in het opleggen van een individuele verplichting tot betaling van het totale geschatte bedrag aan voordeel dat door twee of meer verenigde personen uit een door hen gepleegd strafbaar feit wederrechtelijk is verkregen. Met de daarin voorziene regeling van een hoofdelijke betalingsverplichting is niet beoogd af te doen aan het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vervolging advocaat: geen redelijk handelend OvJ heeft kunnen oordelen dat er enig belang gediend was met dagvaarding

Rechtbank Rotterdam 15 april 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:3074

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van een verdachte, optredend in de hoedanigheid van advocaat, wegens schending van het verbod van willekeur. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een uitzonderlijk geval waarin geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In dit geval is sprake van een zodanige aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing dat de (verdere) vervolging onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde, meer in het bijzonder het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over klachtvereiste en strekking van art. 164 Sr

Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:564

Het klachtvereiste strekt ertoe dat het persoonlijk belang van het slachtoffer niet te worden geconfronteerd met eventuele negatieve gevolgen van een strafvervolging, de voorrang heeft boven het algemene belang van strafvervolging. Met die gedachte strookt ook dat art. 164 Sv ertoe strekt te doen vaststaan dat de tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht een strafvervolging in te stellen. Het bestaan van een klacht als omschreven in art. 164, eerste lid, Sv kan ook worden aangenomen, indien op grond van het onderzoek op de terechtzitting is vastgesteld dat de klager ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld. Het enkele feit dat namens de klager aangifte is gedaan, is evenwel ontoereikend om die bedoeling aan te nemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^