Profijtontneming & Oud recht

Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:967

In de onderhavige zaak is geen strafrechtelijk financieel onderzoek ingesteld. Dit brengt met zich dat ontneming in deze zaak slechts mogelijk is op de grondslag van het bepaalde in artikel 36e, tweede lid (oud), Sr, dat wil zeggen: ten aanzien van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de in de hoofdzaak bewezen verklaarde feiten, soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, indien er voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overtreding Wet milieubeheer; verwerping verweer dat geen sprake is geweest van inzamelen

Gerechtshof Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4941

De verdachte heeft zich in een periode van drie maanden tweemaal schuldig gemaakt aan overtreding van milieuwetgeving, door oud ijzer en andere afvalstoffen in te zamelen zonder vermelding op een lijst van erkende inzamelaars.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens valsheid en diefstal: Overwegingen over kwalificatie-uitsluitingsgrond

Rechtbank Noord-Holland 4 juni 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4743

Verdachte heeft substantiƫle geldbedragen weggenomen van haar schoonmoeder door bedragen over te boeken van haar vermogensrekening naar haar betaalrekeningen en vervolgens te pinnen met haar pinpassen. Ook heeft zij gepind van de creditcardrekening van aangeefster.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing herzieningsverzoek

Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:809

Verdachte is veroordeeld wegens feitelijk leiding geven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting (art. 68 jo. 69 AWR) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) door 2 vennootschappen en witwassen van ten onrechte door de Belastingdienst uitgekeerde geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing ontnemingsvordering, geen sprake van relatieve illegaliteit

Gerechtshof Den Haag 7 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1434

Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is het hof van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat in dit geval sprake is geweest van zogenaamde relatieve illegaliteit. Uit de door het Openbaar Ministerie in het requisitoir in hoger beroep aangehaalde uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is het hof gebleken dat gedurende de in de strafzaak bewezenverklaarde periode en ook nog daarna geen concreet uitzicht heeft bestaan op legalisatie van de toen bestaande situatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^