Veroordeling niet voldoen aan vordering ex artt. 21 en 24a WED & Bewijs opzet ex art. 26 WED

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:902

Voor de kwalificatie "medeplegen van het opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens de artikelen 21 en 24a van de Wet op de economische delicten, gedaan door een opsporingsambtenaar" is onder meer vereist dat is bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens art. 21 en 24a WED gedane vordering.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel, bewijs & mondeling vonnis

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:908

Het middel klaagt dat de door het Hof bevestigde uitspraak van de Politierechter niet de inhoud van de bewijsmiddelen bevat waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend, zodat het Hof die uitspraak ten onrechte heeft bevestigd.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Voeging benadeelde partij na requisitoir OvJ

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:896

Ingevolge art. 51g Sv kan een benadeelde partij zich op de terechtzitting in het strafproces voegen tot het moment dat de officier van justitie overeenkomstig art. 311 Sv het woord voert (art. 51g, derde lid, Sv). Wanneer de voeging ter terechtzitting geschiedt, dient de rechter er voor te waken dat de verdediging in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld om zich tegen de vordering te verweren. Indien de vordering, gezien de datum van de ontvangststempel, voorafgaand aan de terechtzitting is ingediend, maar pas ná het requisitoir wordt overgelegd, dient de rechter de vordering alsnog te behandelen en de verdediging in de gelegenheid te stellen de benadeelde partij daarover te bevragen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Ne bis in idem: HR herhaalt overwegingen m.b.t. betekenis van "een strafrechtelijke procedure voor een strafbaar feit"

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:901

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte wegens schending van het ne bis in idem-beginsel. Het gaat in de onderhavige zaak naar de kern genomen om de vraag of de omstandigheid - zoals door het Hof is vastgesteld - dat de visvergunning van de verdachte is geschorst vanwege het handelen in strijd met art. 16 van Verordening (EG) 850/98 gevolgen heeft voor de strafrechtelijke vervolgbaarheid van diezelfde gedraging.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Slagende klacht over bewezenverklaring medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift door vervalst KvK-uittreksel van eenmanszaak

Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:838

Verdachte is veroordeeld wegens het medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift (meermalen gepleegd). Het gaat om een vervalst KvK-uittreksel van een eenmanszaak A, waarin in strijd met waarheid staat vermeld dat verdachte eigenaar van de eenmanszaak is. Dit uittreksel is overlegd aan de bank ter verkrijging van een ondernemingsrekening.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Absolute verjaringstermijn schuldwitwassen

Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:842

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij op tijdstippen in de periode van de maand januari 2004 tot en met 25 april 2008 geldbedragen van €130.000,-- en enig geldbedrag heeft omgezet door deze geldbedragen te gebruiken voor de aanschaf, verbetering en inrichting van chalets op een recreatieterrein in Lathum, a-straat, door deze chalets eerst aan te kopen, op te knappen en in te richten en deze na investering daarin van genoemde bedragen, althans enig geldbedrag, te verkopen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Opzet & Flora- en Faunawet

Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:782

Het middel berust kennelijk op de opvatting dat voor het opzettelijk begaan van de tenlastegelegde overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 13, eerste lid aanhef en onder a, Flora- en Faunawet (oud) niet alleen is vereist dat de verdachte opzettelijk dieren behorende tot een beschermde diersoort als in die bepaling bedoeld onder zich had, maar ook dat zijn opzet erop was gericht dat hij (aldus) in strijd met die bepaling handelde en dat de in art. 5 van voornoemd Besluit opgenomen uitzondering op het verbod van art. 13 Flora- en Fraudewet (oud) niet van toepassing was.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Veroordelingen grootschalige toeslagfraude met nep-tweelingen en sealbagfraude blijven grotendeels in stand

De veroordelingen van vijf verdachten wegens hun betrokkenheid bij een grootschalige toeslagfraude met niet-bestaande tweelingen en sealbagfraude blijven in stand. Alleen de zaak tegen een 37-jarige vrouw moet op één punt over. Dat oordeelt de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Opgelegde ontnemingsmaatregel & verkort arrest

Hoge Raad 22 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:745

Het middel bevat de klacht dat het Hof in de aanvulling op het verkorte arrest, zoals bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv, in verbinding met art. 511g, tweede lid, Sv, de grondslag van de ontnemingsvordering heeft gewijzigd, hetgeen ontoelaatbaar is.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

HR herhaalt m.b.t. het beperkte aantal gevallen waarin hoofdelijke aansprakelijkheid a.b.i. art. 36e lid 7 Sr zich zal voordoen

Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:783

Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof om aan de betrokkene ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel de hoofdelijke verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van € 25.379,20.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF