Onder welke omstandigheden hebben gebreken in de ondertekening ex art. 24 lid 2 Sv nietigheid tot gevolg?

Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1178

Het tweede middel behelst de klacht dat de beschikking van 7 februari 2017 niet door de voorzitter en de griffier is ondertekend, hetgeen in strijd is met het bepaalde in art. 24 lid 2 Sv, waardoor de beschikking nietig is.

Read More
Print Friendly and PDF

Conclusie AG over oplegging door het hof van niet toelaatbare combinatie van straffen

Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1186

De steller van het middel voert in de toelichting daarop – kort gezegd – aan dat het opleggen van een taakstraf naast een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op grond van artikel 9, vierde lid, Sr alleen mogelijk is wanneer het onvoorwaardelijke gedeelte van een op te leggen gevangenisstraf maximaal 6 maanden bedraagt. De door het hof opgelegde combinatie van straffen is met die bepaling in strijd, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF

Conclusie AG over motivering van de afwijzing van ter terechtzitting in hoger beroep gedane getuigenverzoeken

Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1201

Het hof heeft het getuigenverzoek opgevat als een verzoek tot het horen van de twee getuigen die in belastende zin over de verdachte hebben verklaard, te weten betrokkene 2 en betrokkene 1. Deze uitleg is voorbehouden aan de feitenrechter en dient in cassatie te worden geëerbiedigd.1 Het ter terechtzitting in hoger beroep gedane verzoek is aan te merken als een verzoek in de zin van art. 330, eerste lid, Sv jo. 328 Sv om toepassing te geven aan de bevoegdheid als bedoeld in art. 315 Sv jo. 415, eerste lid, Sv. Het hof heeft op de verzoeken beslist en deze op grond van het noodzakelijkheidscriterium afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF

Grondslagverlating bij bewezenverklaring medeplegen van witwassen en oplichting van andere geldbedragen dan die in de tenlastelegging zijn opgenomen?

Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1207

De steller van het middel stelt zich in de toelichting daarop met verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad van 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3694 op het standpunt dat de bewezenverklaring van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten kennelijk betrekking heeft op andere geldbedragen dan waarop de tenlastelegging doelt. Daartoe wijst hij erop dat de in de tenlastelegging van de feiten 1 en 3 vermelde geldbedragen niet zijn opgenomen in de bewezenverklaring en het hof in dit verband voorts heeft overwogen dat de verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Het voorafgaande brengt mee dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF

Cassatie na niet-ontvankelijkheid OM vanwege schending beginsel redelijke en billijke belangenafweging omdat ander voor hetzelfde feit een strafbeschikking heeft opgelegd gekregen

Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1181

De enkele omstandigheid dat in de zaak tegen de medeverdachte een strafbeschikking is gevolgd, kan niet leiden tot het oordeel dat het openbaar ministerie wegens schending van de beginselen van een goede procesorde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Reeds daarom had het hof het verweer slechts kunnen verwerpen. Een dergelijk oordeel strookt immers niet met het uitgangspunt van het strafproces dat de werkelijke dader van een strafbaar feit in beginsel behoort te kunnen worden vervolgd, berecht en gestraft, ook al zou een medeverdachte reeds voor hetzelfde feit zijn gestraft. Gelet op het voorafgaande, had het hof het verweer slechts kunnen verwerpen. Daarop strandt de klacht.

Read More
Print Friendly and PDF

Conclusie AG over de (on)mogelijkheid tot partiële onttrekking aan het verkeer c.q. teruggave van gegevens op inbeslaggenomen harde schijf

Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1101

Het hof heeft de onttrekking aan het verkeer bevolen van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven externe harde schijf Western Digital (goednummer 0001). Daaraan heeft het hof ten grondslag gelegd dat met betrekking tot (mede) de gegevensdrager het bewezenverklaarde feit is begaan en dat dit voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Read More
Print Friendly and PDF

Conclusie AG over afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen & Toepassing criteria HR

Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1081
Het tweede middel klaagt erover dat het hof ten onrechte en in strijd met art. 6 EVRM het verzoek tot het horen van een negental getuigen heeft afgewezen, althans deze afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF

Conclusie AG over de ontvankelijkheid van het per e-mail ingestelde cassatieberoep

Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1078

De steller van het middel gaat niet in op de vraag naar de ontvankelijkheid van de verdachte in het beroep in cassatie. Deze vraag verdient niettemin de aandacht. In de onderhavige zaak doet zich immers de situatie voor waarin een administratief medewerker bij het gerechtshof Den Haag tot het instellen van het cassatieberoep door de daartoe gevolmachtigd raadsman van de verdachte was gemachtigd bij bijzondere volmacht die per e-mail was verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF

Is sprake van verhaalfrustratie indien buiten iedere gemeenschap van goederen getrouwde partners de echtelijke woning op naam van de ene partner zetten?

Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1092

Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag met betrekking tot de woning, met name tegen het oordeel van de rechtbank dat er in casu sprake is van verhaalfrustratie zoals bedoeld in art. 94a lid 4 Sv.

Read More
Print Friendly and PDF

Conclusie AG over art. 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1065

Het derde middel klaagt dat het hof ten onrechte het bewezenverklaarde strafbaar heeft geacht en heeft gekwalificeerd als een overtreding van art. 37 GWWD, terwijl aan de verdachte overtreding van een speciale strafbepaling, te weten art. 4 of 5 van het Besluit welzijn productiedieren, tenlastegelegd had dienen te worden, dan wel dat ’s hofs oordeel dat geen sprake is van een lex specialis en dat daarom geen beroep kan worden gedaan op ontslag van rechtsvervolging ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF