Bedrieglijke bankbreuk: falende klacht over aanmerken van verdachte als (feitelijk) bestuurder

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:229

Het middel bedoelt kennelijk te klagen dat niet (zonder meer) uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte als (feitelijk) bestuurder van A heeft gehandeld, zodat het desbetreffende verweer van de verdediging ten onrechte is verworpen en de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij ter zake van (onder meer) materiële schade wegens studievertraging als rechtstreeks gevolg van een zedenmisdrijf

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:214

In zijn overweging heeft het hof geoordeeld dat de benadeelde partij heeft aangetoond dat zij ter zake van studievertraging en collegegeld materiële schade heeft geleden tot een bedrag van €21.376. Deze schade is naar het oordeel van het hof een rechtstreeks gevolg van het onder 2 en 3 subsidiair bewezenverklaarde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtstreekse schade & tevergeefs gemaakte kosten

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:232

Conclusie AG over de vraag of na diefstal van de buitenboordmotor van een zeilboot het (betaalde) liggeld van die zeilboot naar civielrechtelijke maatstaven kan gelden als rechtstreekse schade in de zin van art. 51f lid 1 Sv en over het leerstuk van 'tevergeefs gemaakte kosten'.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting: dwaasheid wordt niet beschermd?

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:221

Het tweede middel klaagt dat het onder 4 bewezenverklaarde feit – oplichting – niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en/of dat het hof het verweer dat de aangeefster te goedgelovig is geweest en onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen en ‘dwaasheid niet wordt beschermd’ door art. 326 Sr, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over 'witwassen en het daaraan voorafgaand feit'

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:223

Er kan niet worden witgewassen als het bedoelde misdrijf later in tijd wordt begaan. In de woorden van de Hoge Raad: “vermogensbestanddelen kunnen in beginsel slechts worden aangemerkt als "afkomstig (...) uit enig misdrijf" in de zin van de art. 420bis en 420quarter Sr indien zij afkomstig zijn van een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het verwerven en/of voorhanden hebben en/of het overdragen daarvan”.

Read More
Print Friendly and PDF ^