Conclusie AG over betrouwbaarheid van bekennende verklaringen van verdachte (die eerst had ontkend)

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:228

Het eerste middel klaagt dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de bekennende verklaringen van de verdachte vanwege hun onbetrouwbaarheid terzijde moeten worden gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over bewijs van medeplegen

Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:456

De klacht luidt in de kern dat het hof niet (begrijpelijk) heeft gemotiveerd wat de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict is geweest. Nu een dergelijke bijdrage ook niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad: veroordelingen omkopingszaak Roermond in stand laten

De veroordelingen van een oud-wethouder van Roermond en een bevriende projectontwikkelaar wegens omkoping dienen in stand te blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Vegter de Hoge Raad in zijn conclusies die zijn gepubliceerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over medeplichtigheid

Parket bij de Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:412

Art. 48 Sr stelt buiten twijfel dat voor medeplichtigheid opzet is vereist: louter het opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van een misdrijf en het opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van dit misdrijf, leveren medeplichtigheid op. Voorwaarde voor strafbare medeplichtigheid is dat niet alleen wordt bewezen dat verdachtes opzet was gericht op – in dit geval – het verschaffen van gelegenheid als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 2˚, Sr, maar tevens dat verdachtes opzet was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij: kosten voor werkzaamheden van familielid van benadeelde om oplichting aan het licht te brengen en schade te beperken rechtstreekse schade

Parket bij de Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:381

In het middel wordt gesteld dat het hof, ondanks dat de vorderingen van de benadeelde partijen in hoger beroep in het geheel niet zijn betwist, deze ambtshalve had moeten afwijzen omdat de aangevoerde materiële schade (kosten voor werkzaamheden van familielid van een van de benadeelden om de oplichting aan het licht te brengen en schade te beperken) niet kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade ten gevolge van het strafbare feit en ook overigens onvoldoende is onderbouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^